dinsdag 29 december 2009

Jaaroverzichten en lijstjes van beste websites



Wanneer je een weblog een tijdje volhoudt ontstaan er bepaalde tradities. Zo zoek ik elke vakantie uit wat er in Overijsselse musea e.d. voor kinderen te doen is – ook nu blijkt daar weer veel belangstelling voor te zijn, zoals de statistieken van dit weblog aangeven. Prijzen keren jaarlijks terug en aan het eind van het jaar zijn er de lijstjes en jaaroverzichten. Vorige week blikte Edwin Mijnsbergen op zijn weblog ZBDigitaal al terug op het afgelopen jaar. Gisteren kwam Eric Hennekam, zeg maar (qua weblog) de Edwin Mijnsbergen van de archiefwereld - andersom kan ook - met zijn favoriete websites van het afgelopen jaar. Vroeger keek ik altijd uit naar de Moordlijst van Muziekkrant Oor, maar zelfs van de Decennium cd-lijst van Edwin kan ik geen chocola meer maken. Iedereen wordt ouder – gewoon accepteren: ‘loat goan’ zeggen ze in Twente.

Tegenwoordig ben ik meer benieuwd naar de overzichten en lijstjes van genoemde twee heren. Voor wie daar nog meer benieuwd naar is:
Edwin Mijnsbergen blikt terug op het jaar aan de hand van zijn eigen postings. Dat kan ook alleen maar als je zo veel op je blog schrijft als Edwin doet. Uiteraard is er veel aandacht voor de bibliotheekwereld.
Eric Hennekam komt met zijn persoonlijke top 10 van de dit jaar online gekomen nieuwe of vernieuwde websites en databases voor (archief-)onderzoekers. Dit jaar twee rijtjes: Nederland én de rest van de wereld.



Makkelijk, die lijstjes van anderen. Wat vind ik er zelf van? Wat de bibliotheken betreft is voor mij het grote nieuws dat Al@din stopt. Na 20 jaar. Vanaf 1990 heb ik eraan meegewerkt, eerst telefonisch gestelde vragen ‘op alle mogelijke terreinen’ zo snel mogelijk beantwoorden via Bibliofoon (wie weet het nummer nog?) – later was er Al@din, de persoonlijke vragendienst van openbare bibliotheken. De stekker gaat eruit. Niet meer op een vaste dag in de week speuren naar antwoorden en dat geldt niet alleen voor mij maar voor veel collega’s. Van dichtbij maakte ik mee hoe mijn collega Tineke Datema, coördinator van Al@din voor Overijssel, vol enthousiasme Al@din promootte en altijd de kwaliteit in het oog hield. Daartoe organiseerde ze ochtenden waar tientallen Overijsselse Al@din-medewerkers gewoon gezamenlijk oefenden in het beantwoorden van vragen en ervaringen uitwisselden. Het kostte weinig geld en het leverde veel op aan opgedane kennis en ook nog eens goede onderlinge contacten. Dat valt straks weg.
Het had anders kunnen lopen. De landelijke campagnes waren te schaars, pogingen om te moderniseren werden niet doorgezet. Aan het succes van Goeie Vraag kun je aflezen dat er wel behoefte is aan dit soort diensten.

Tenslotte iets positiefs: een website die mij is opgevallen. Ik kies voor de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL). De inhoud is breder dan de naam van de website doet vermoeden – heel veel gedigitaliseerde boeken, artikelen etc., die in een hoog tempo op het web gezet worden. Ik heb er dit jaar op mijn weblog vaak naar verwezen.

zondag 27 december 2009

Overijsselse windmolens van toen en nu - door Gerard Varwijk

Alle nog bestaande en (voor zover bekend) verdwenen windmolens uit Overijssel staan nu afgebeeld en beschreven in één boek. Gerard Varwijk, de 78-jarige auteur, kreeg 70 jaar geleden zijn eerste ansichtkaart van een molen en van zijn tante erfde hij een grote verzameling kaarten van molens. De erfenis was de aanleiding tot een jarenlange speurtocht naar afbeeldingen van en informatie over molens uit heden en verleden. Het feit de grootvader van Varwijk eigenaar en molenaar was van molen De Hoop in Dedemsvaart heeft zijn belangstelling voor de molens nog meer geprikkeld.
Gerard Varwijk schreef al eerder onder meer het standaardwerk De Dedemsvaart: zijn stad, streek en dorpen in de 20e eeuw.



Het boek is een echte Molenbijbel geworden: 363 pagina’s dik met honderden foto’s, gerangschikt per plaats. Het is niet het eerste Overijsselse molenboek. In 1972 verscheen Molens in Overijssel in de serie Jaarboeken Overijssel en in 1995 werd t.g.v. het 70-jarig jubileum van het Oversticht De wind- en watermolens van Overijssel uitgegeven. Varwijk heeft zich beperkt tot de windmolens en heeft geprobeerd zo volledig mogelijk te zijn.

Opvallend is dat er over watermolens veel meer geschreven is dan over windmolens in deze regio. Naast vele andere uitgaven is Molens, mulders, meesters van Herman Hagens uit 1979 te beschouwen als de Watermolenbijbel van Oost-Nederland. Hagens moest nog de stoffige archieven in om de feiten aangaande de molens zelf naar boven te halen. Voor Varwijk vormt bijvoorbeeld de Molendatabase een rijke bron voor informatie. Toch heeft ook Varwijk zelf alle plekken waar molens staan en stonden bezocht en heeft hij niet alleen gebruik gemaakt van de Molendatabase maar ook aanvullende informatie opgevraagd bij historische verenigingen en particulieren. Hij heeft al zijn bronnen in het boek vermeld. Het unieke van Overijsselse windmolens van toen en nu is het grote aantal foto’s van de molens door de jaren heen. De verzamelwoede van Varwijk heeft geresulteerd in een prachtig naslagwerk.

zaterdag 26 december 2009

Showroom Overijssel (3): Doeskotter Fieje

In Wie-is-wie-in-Overijssel worden biografieën opgenomen van personen die van bijzondere betekenis zijn geweest vanwege prestaties die ze hebben verricht op welk terrein dan ook.
Niet aan bod komen dorps- en stadsfiguren, zonderlingen en andere opvallende personen, die we kennen van televisie-programma’s als Showroom of Joris' Showroom. Ze behoren wel tot de collectieve herinnering van veel mensen.


Afbeelding: het oude Duivecate, tegenwoordig staat er een ander huis

Op 18 mei 1864 wordt Wilhelmina Margaretha Sophia ‘Sophie’ van Duren vlakbij haar huis op het landgoed Duivecate bij Hellendoorn vermoord. De lokale bevolking kent haar als ‘Doeskotter Fieje’, een mensenschuwe, steenrijke vrouw, die met niemand iets te maken wil hebben en zich tegenover de buitenwereld beschermt door het houden van 12 bloedhonden. Degene die het dodelijke schot lost is nooit gearresteerd. Een inwoner van Nijverdal emigreert kort na de moord naar Canada. Zou hij financiële steun van zijn dorpsgenoten hebben ontvangen? Het wordt wel beweerd… Potentiële moordenaars zijn er trouwens genoeg. Het verhaal over Doeskotter Fieje zou een prima plot kunnen zijn voor een aflevering van Midsomer Murders, alleen zal chief-inspector Barnaby de zaak deze keer niet op kunnen lossen.

Aan het fatale schot ging veel vooraf. Doeskotter Fieje was de laatste telg uit een Deventer patriciërsgeslacht, dat Duivecate vanaf 1634 als zomerresidentie aanhield. Sophie en haar moeder waren de laatste bewoners uit dit geslacht en de eerste die het huis als vaste verblijfplaats hadden. Beide dames raakten vervreemd van de wereld. Hun bezittingen beschermden ze door zich te omringen met bloedhonden. Vele incidenten deden zich voor. De fabrieksarbeiders uit het pas gestichte Nijverdal trokken regelmatig de bossen van het landgoed in om hout te kappen of te vissen en kregen dan te maken met de woeste honden. Vele klachten belandden bij de burgemeester (soms ook van de dames van Duren). Wanneer de klachten uitmondden in een rechtszaak, wisten de Van Durens zich gesteund door bekende advocaten uit Deventer, zoals mr. W.H. Jordens, met wie zij een familieband hadden. Ook de burgemeester kon niets ondernemen tegen de hondenterreur.

Sophie bleek ook nog een andere kant te hebben. Toen ‘polderjongens’ werkzaamheden in de buurt uitvoerden, werden ze vanwege hun reputatie in de gaten gehouden door marechaussees. Sophie papte aan met de kapitein van de marechaussees, die bij haar introk en van haar, ondanks haar gierigheid, een prachtig horloge ontving. Bewaking van haar huis was zo verzekerd. Toen het werk gedaan was eiste ze het horloge terug. Ze beloofde de kapitein een nieuw horloge, maar was op de dag van vertrek van de marechaussees plotseling verdwenen. Sophie was ook al eens zeer kortstondig getrouwd geweest. Waarom dat huwelijk zo kort duurde is niet bekend.


Afbeelding: illustratie bij het uitgebreide verhaal over Sophie van Duren van A. Ponsteen in Jaarboek Twente 1969

In 1853 stierf haar moeder. Sophie werd nog eenzelviger en omringde zich met nog meer honden, die behoorlijke overlast veroorzaakten. Het huis werd niet meer onderhouden, binnen zou het een smeerboel zijn. Ze ging nog wel zondags naar de kerk en deed dan het kleinst mogelijke bedrag (een halve cent) in de collectezak.
Op 12 april 1864 werd een 13-jarige jongen, op weg naar de dokter om voor zijn vader geneesmiddelen te halen, gegrepen door de honden: hij werd bijna letterlijk verscheurd, stukken vlees werden later teruggevonden. Hij zweefde lange tijd tussen leven en dood. Dankzij de tussenkomst van een toen zeer bekende Duitse arts overleefde hij het voorval. De bevolking was woedend. De burgemeester zon op afdoende maatregelen tegen Doeskotter Fieje. Een maand na het incident werd het schot gelost….
Haar nalatenschap bedroeg circa één miljoen gulden, in 1864 een enorm bedrag.

A. Ponsteen, kenner van de geschiedenis van Hellendoorn en Nijverdal, schreef bovenstaand verhaal in veel ruimere bewoordingen in Jaarboek Twente 1969. Er waren al vaker artikelen over Doeskotter Fieje verschenen, maar Ponsteen herschreef het verhaal omdat hij 'over nog onbekende bijzonderheden' beschikte.

In 2008 werd een schrijfwedstrijd georganiseerd, waarbij de opdracht was in duizend woorden de moord op te helderen en het verhaal daarmee af te maken. Kijk hier voor de verhalen die dit opleverde. Ook stond de persoon van Doeskotter Fieje aan de basis van een opmerkelijk schoolproject en van een theatervoorstelling.

vrijdag 25 december 2009

Overijsselaars op reis (12): Johannes Elzinga - Te voet op weg naar de Eeuwige Stad



Hoewel ik zelf geen avontuurlijk reiziger ben – even eruit en vooral rust is genoeg voor mij – ben ik altijd al een groot liefhebber geweest van het lezen van reisverhalen. Dat blijkt wel uit de wat gezochte rubriek op dit blog: ‘Overijsselaars op reis’.

Op de reizigers die ik tot nu toe beschreven heb zijn altijd één of meerdere karakteristieken van toepassing: ze zoeken de ultieme uitdaging, ze hebben passie voor het reizen, jagen een droom na, ze willen andere culturen leren kennen of een lang gekoesterde wens in vervulling laten gaan, ze willen genieten van de vrijheid, ze aanvaarden een geweldig afzien, of ze breken met hun leven tot dan toe. Vaste elementen in vrijwel alle beschrijvingen zijn: tegenslag en euforie, jezelf tegenkomen, terugkijken op wat geweest is, bespiegelingen over het heden en de toekomst.

Johannes Elzinga, volgens eigen zeggen een echte Fries, maar toch ‘Overijsselaar’ omdat hij al lange tijd in Deventer woont, is een ander soort reiziger. Een klein beetje van bovengenoemde geldt ook wel voor hem, maar je hebt niet het gevoel dat hij het ‘grote avontuur’ zoekt. Samen met zijn echtgenote Frieda heeft hij de hele wereld al afgereisd. Als jong-VUT’er besloot hij net als Bertus Aafjes in 1936 een voetreis naar Rome te maken, maar dan in vier etappes. De eerste etappe van 50 dagen van Maastricht tot de Vogezen liep het echtpaar in 2007. In het boek Te voet op weg naar de Eeuwige Stad wordt verslag gedaan van die eerste etappe. Natuurlijk moet je goed getraind zijn, maar de dagelijks af te leggen afstanden zijn niet overdreven lang en meestal is het overnachtingadres (Chambre d'Hôte, jeugdherberg, hotel of B&B) al van te voren geboekt. Per dagetappe geeft Johannes Elzinga een vrij nauwkeurige beschrijving van de route - je zou de route bijvoorbeeld aan de hand van het verslag via Google Earth kunnen volgen - en worden indrukken betreffende het landschap, steden en dorpen en de mensen die men ontmoet weergegeven, waarbij de auteur zijn eigen mening niet onder stoelen of banken steekt. De gastvrouwen en -heren worden allemaal onderworpen aan een kritische blik, evenals de kamers die men huurt en het ontbijt de volgende morgen. Bovendien wordt van elke maaltijd vermeld welke ingrediënten deze bevat.

In de boeken van de eerder in deze rubriek aan bod gekomen reizigers zit veel meer passie, spanning, zelfreflectie, avontuur etc. De auteur geeft echter zelf aan dat zijn boek eigenlijk een informatief verslag is en dat hij geen literaire pretenties heeft. Hij laat van de reacties op dit debuut afhangen of hij door zal gaan met het te boek stellen van zijn vele reisdagboeken. Ik zou hem positief willen adviseren, want in tegenstelling tot de reisboeken die ik eerder las voor deze rubriek – prachtig om te lezen, maar voor mij totaal onhaalbaar om na te volgen, kreeg ik nu het gevoel: dit zou ik (mits goed getraind) ook kunnen gaan doen na mijn pensionering (VUT zit er voor onze generatie helaas niet meer in). Dat is een positieve kant aan het boek. Bovendien etaleert Johannes Elzinga een goede en prettig leesbare schrijfstijl. Wanneer hij op dezelfde wijze volhardt in het nauwkeurig beschrijven van landschap en mensen, doorspekt met zijn eigen mening, zal ik ook zijn volgende boeken lezen. Ik raad hem aan om dan de genuttigde menu’s, prijzen, en de logeeradressen met het geleverde comfort (opvallende uitzonderingen daargelaten) achter in het boek in een tabel weer te geven.

Genomineerden Geschiedenis Online Prijs 2009 bekend


Er zijn geen Overijsselse genomineerden bij de kandidaten voor de Geschiedenis Online prijs 2009, die door het Historisch Nieuwsblad samen met De Ree Archiefsystemen wordt uitgeloofd aan de beste historische website van Nederland. Vorig jaar, toen de prijs nog Archieven.nl Prijs heette, behoorde Het Kamper Lijntje nog tot de kanshebbers in de categorie Themawebsites.

Totaal waren er meer dan 140 inzendingen. Hieronder de genomineerden per categorie. Op 27 januari worden de prijswinnaars bekend gemaakt.

Historische verenigingen

Heemkundige Vereniging Terneuzen
Stichting Tussen Vecht en Eem
Westfries Genootschap

Musea

Noord-Brabants Museum
Stichting Gelders Erfgoed
Historisch Openluchtmuseum Eindhoven

Archiefdiensten

Utrechts Archief
Achterhoeks Archief
Groene Hart Archieven

Themawebsites

VARA Biografie
WO2 Online(Nationaal Comité 4 en 5 Mei
Het Scholtenhuis (Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen)

woensdag 23 december 2009

Scrooge in Enter: A Christmas Carol vertaald door Gerrit Kraa



Volgens Gerrit Kraa leent het Twents zich nog beter voor vertaling uit het Engels dan het Nederlands. Zowel het Twents als het Engels hebben dat voorzichtige. ‘I’m afraid’ heeft in het Twents zijn equivalenten. Ook een Tukker drukt zich liefst niet direct uit, houdt een slag om de arm: ’t zol best kunn, kan wel wean etc.

Op verzoek heeft Gerrit Kraa het wereldberoemde verhaal van Charles Dickens vertaald. Hij baseerde zich op een al bestaande musicalversie van Hengeloër Rinus Morsink en op de vertaling van Godfried Bomans. Scrooge in Enter wordt rond de Kerst opgevoerd in het Parkgebouw in Rijssen door leden van de Gereformeerde kerk in Enter. Scrooge wordt vertolkt door (letterlijk) zwaargewicht Wim Pluimers, die totaal niet lijkt op de Scrooge van Dickens, maar ‘hij kan machtig chagrijnig kiekn. Als dén geet bekken, kun je dat in geen enkele taal verbeteren’, aldus Kraa vanmorgen in een interview met de Twentsche Courant Tubantia.

Gerrit Kraa, die al heel lang promotor is van een tweetalige opvoeding (goed dialect en goed Nederlands, dus geen stads-Twents of Nederlands met een accent), omdat bewezen is dat dit de taalvaardigheid bevordert, heeft gekozen voor een vertaling in het Rijssens, zijn geboortetaal. Vervolgens moest hij het van het Riessens weer in het Enters vertalen. Dat lijkt overdreven – Enter ligt 5 kilometer van Rijssen, maar Kraa kent de verschillen in dialect als geen ander en kan ze zelfs sociologisch verklaren.

Het zou toch mooi zijn wanneer RTVOost voor een tv-bewerking gaat zorgen, met Johan Nijenhuis als producent en acteurs uit de cast van Van jonge leu en oale groond. Dan hebben we straks naast Kroamschuddn in Mariaparochie onze tweede Twentse Kerstklassieker.

zondag 20 december 2009

De Wraak van Antonius: het pamflet van het Mirakel van Hellendoorn in historisch perspectief / door Evelyn Ligtenberg



Het ‘Verhaal van het Merkwaardig Mirakel’ werd in 1642 gedrukt als pamflet samen met een ‘tegenlied’ van de zijde van de protestanten. Mirakelliederen werden vaker aangetroffen rond die tijd, vooral in gebieden waar de strijd tussen protestanten en katholieken het hevigst was zoals in Overijssel. De Jezuïeten, die veel meer dan seculiere priesters aanhangers waren van uitbundige vormen van devotie, zagen in het verspreiden van onder meer dit soort mirakels een middel om het katholieke geloof weer populair te maken. Met het tegenlied trachtten de protestanten hun Roomse tegenstrevers belachelijk te maken.

Korte inhoud van het Mirakel van Hellendoorn (19e eeuwse versie):
‘In het jaar 1642 wordt te Helderen (Hellendoorn), een dorp van Salland de koster der kettersche tempel een beschimper van het beeld van den H. Antonius Abt mirakuleus door God gestraft. Deze koster verminkt het beeld, schond het gezicht, nam de arm eraf, doorkliefde het hoofd en ook de rug en doemde het zo tot een romp geworden beeld ten vure, Zijne vrouw die zwanger was, bracht niet veel dagen later een vrucht ter wereld, een romp zonder neus, mond, ogen en zonder de ene arm, het leefde drie dagen en stierf ongedoopt, daar de predikant zei dat men aan zo’n monster het doopsel niet moest toedienen. De predikant werd door een beroerte getroffen en ook wonderlijk in zijn tong gekweld. Deze dingen verzekeren zeer vele getuigen die het met eigen ogen gezien hebben, ook die van het vreemde geloof zijn’.

Er waren door (amateur)-historici al eerder artikelen gewijd aan dit pamflet. Evelyn Ligtenberg heeft het tot onderwerp van een veelomvattende studie gemaakt. Ze heeft alles uitgeplozen wat er te vinden was over het Mirakel van Hellendoorn, over mogelijke auteurs en drukkers, en ze plaatst het pamflet ook in een brede context. Ze behandelt onderwerpen als mirakelliederen in het algemeen, pamfletliteratuur, de economische, politieke en religieuze achtergronden in de zeventiende eeuw, de rol van de Jezuïeten en de heropleving van het katholicisme eind negentiende eeuw.

Voor een uitgebreide bespreking van het boek zie het artikel van dr. J.D.Th. Wassenaar.

woensdag 16 december 2009

Muziek uit het oosten (24): Daniël Lohues & Herman Finkers - Sneeuwen

Een speciale rubriek – voor de liefhebbers van muziek. Van alles wat – in ’t Engels of in ’t plat. Goud en oud, nieuw of fout.


Een nieuw kerstliedje is geboren. Liefst drie Oost-Nederlandse coniferen zijn er bij betrokken. Willem Wilmink leverde postuum de tekst. Daniel Lohues schreef de muziek en Herman Finkers maakt als zanger het trio compleet. Lees hier hoe het gedicht van Willem Wilmink werd getransformeerd tot misschien een nieuwe kersthit?

Vroeger kon het zo hard sneeuwen,
zo'n dik pak.
Dus je kon alleen je huis uit
langs het dak.
En je zag wel aan de: torens
waar je was,
en dan kwam je door de schoorsteen
in je klas.

En dan maakte ik een sneeuwpop,
groot en wit.
En zijn tanden waren vaders
kunstgebit.
Sneeuwpop kon een liedje zingen,
lief en zacht.
Maar toen is hij weggelopen,
in de nacht.

Van een hele grote sneeuwhoop,
stap voor stap,
maakte ik een hele hoge,
lange trap.
Ben ik naar de maan geklommen,
tree na tree.
Kijk: een hele tas vol sterren
bracht ik mee.

Uit: Willem Wilmink. Kijken met je ogen dicht

Beste websites voor genealogisch onderzoek


Eric Hennekam, de man die alles bijhoudt wat er op het internet toegevoegd wordt aan websites, databases etc. op het gebied van internetresearch, archieven en personen zoeken, heeft op een rij gezet welke bronnen er beschikbaar zijn bij genealogisch onderzoek.
Klik hier en er komt een pdf bestand beschikbaar met een grote hoeveelheid verwijzingen.

Ook Bob Coret, die zich beroepshalve bezighoudt met genealogie en beheerder is van een aantal genealogische websites, heeft tips voor interessante websites op dit gebied. Kijk hier wat hij voor u in petto heeft.

Het lijkt me niet ongepast om hierbij dan ook even te wijzen op de Interessante Internetpagina’s bij genealogisch onderzoek, die mijn collega Maria Vörding heeft samengesteld.

Zie voor de Stamboomgids in pdf-formaat de reactie hieronder van Bob Coret.

maandag 14 december 2009

Sinds jaar en dag: 25 jaar NGV afdeling Twente



Gewoonlijk bespreek ik op dit blog boeken die ik gelezen heb. Het boek Sinds jaar en dag moet nog verschijnen, dus ik kan er geen oordeel over geven. Toch plaats ik hier graag het bericht dat ik toegestuurd kreeg met het verzoek er op mijn weblog aandacht aan te besteden.
Want het gaat hier niet om een commerciële uitgave maar het te verschijnen boek kwam tot stand met behulp van enthousiaste vrijwilligers. Bovendien hoorde ik van ingewijden dat het een prachtige uitgave gaat worden. Dus bij deze:

De afdeling Twente van de Nederlandse Genealogische Vereniging bestaat op het eind van 2009 vijfentwintig jaar. Eén van de activiteiten ter gelegenheid van dit jubileum is de uitgave van een boek met een dvd.
In het boek treft u een groot aantal verhalen en informatiebronnen aan uit de regio en het Duitse grensgebied. In het boek is een personenregister en een lijst van intekenaren opgenomen. De dvd bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat genealogische gegevens die horen bij de tekst. Het tweede deel bevat genealogische data van min of meer bekende Twentenaren. Het totale aantal pagina’s van het boek bedraagt ca 400 pagina’s.
Het boek incl. de dvd is voor € 47,50 exclusief verzendkosten te bestellen bij de penningmeester van de afdeling, de heer:
B.G.J. Schothuis
Het Loo 39
7608 DM Almelo
0546-862675.
E-mail: bgjschothuis@home.nl
Bestellingen het liefst per email.

zondag 13 december 2009

De opkomst, bloei en neergang van twee bedrijven

Er verschijnen regelmatig jubileumboeken over bedrijven. Leuk voor de (ex)werknemers en mooi dat er een stukje geschiedenis wordt vastgelegd. Door buitenstaanders worden ze vrijwel niet gelezen. Maar bijna tegelijkertijd zijn onlangs twee boeken verschenen die opvallen: De Melkfabriek: 1893-1993, honderd jaar zuivelcoöperatie in Tubbergen, geschreven door Jos Oude Nijhuis, redacteur van de Twentsche Courant Tubantia en Met het hart gedrukt, groei, bloei en teloorgang van Drukkerij Salland, waarvan Leo Enthoven, oud-hoofdredacteur van het Deventer Dagblad, de auteur is. De boeken zijn uiteraard goed geschreven, zoals van journalisten verwacht mag worden, maar ook prachtig vormgegeven en ze bevatten veel en bijzondere illustraties. Wat ze beiden ook gemeen hebben is dat de opkomst, groei, bloei en neergang van een bedrijf, overigens in beide gevallen typerend voor hun bedrijfstak, beschreven wordt. Ook komen de technische ontwikkelingen die het werk veranderden in de afgelopen honderd jaar aan bod. Evenzo is in beide boeken aandacht voor de werksfeer en andere aspecten uit het dagelijks leven van de medewerkers.



De Melkfabriek: 1893-1993, honderd jaar zuivelcoöperatie in Tubbergen / door Jos Oude Nijhuis

Vanaf 1850 was Nederland een boter-exporterend land. De boeren verkochten hun producten aan tussenhandelaren, maar de export stortte in door de slechte kwaliteit van de boter en de opkomst van de margarine. De fabrieksmatige bereiding van boter van betere kwaliteit was het antwoord op de problemen. Boeren verenigden zich in coöperaties, ook in Tubbergen. In 1893 komen in Tubbergen zelfs twee boterfabrieken tot stand, de coöperatieve stoomzuivelfabriek De Vrijheid en de particuliere boterfabriek La Neerlandia. Auteur Jos Oude Nijhuis schetst de precies honderdjarige geschiedenis van De Vrijheid, sinds 1917 producerend onder de naam De Eendracht. Hij is jaren bezig geweest met verzamelen van informatie en dat zie je aan het boek af. In het bijna 300 bladzijden dikke, in groot formaat uitgegeven en rijk geïllustreerde boekwerk wordt nauwgezet weergegeven hoe de productie van boter en kaas in een eeuw tijd in technisch opzicht veranderde, hoe men in tijden van economische neergang overleefde, hoe er gewerkt en bestuurd werd. In de jaren vijftig is alles nog overzichtelijk, de melkrijders halen de melkbussen op bij de boeren, onder het deksel van de lege melkbussen worden de zakjes met melkgeld gestopt. In de jaren 60 en 70 verschijnt de melktank op het toneel tegelijk met schaalvergroting van de boerenbedrijven (Mansholt), melkquota, automatisering van het productieproces. Daarna volgt de schaalvergroting binnen de bedrijfstak: overnames, fusies en sluiting van vestigingen. De aangesloten boeren kozen in 1991, tot ongenoegen van de werknemers van De Eendracht, voor aansluiting bij de Coberco, dat later opging in Friesland Coberco, dat weer opging in Koninklijke Friesland, dat weer opging in Koninklijke Friesland Campina. Auteur Jos Oude Nijhuis schrijft in zijn naschrift: De Eendracht had niet in 1991 maar al veel eerder moeten fuseren met Ormet in Almelo/Enschede en met Dinkelland in Losser. Dan was er vroegtijdig een sterke Twentse zuivelorganisatie ontstaan, die op meerdere fronten – van kaas tot koffiemelk – actief had kunnen zijn. Wellicht had dat niet geleid tot behoud van de Tubbergse fabriek maar waarschijnlijk wel tot behoud van de zuivelindustrie voor Twente.
In november 1993, precies honderd jaar na de stichting van de fabriek, heeft de slopershamer het laatste stukje van het jarenlang beeldbepalende gebouw in het centrum tegen de vlakte gewerkt. Alleen een plaquette ter herinnering rest nog.



Met het hart gedrukt: groei, bloei en teloorgang van Drukkerij Salland / door Leo Enthoven

In 1891 verhuisde Aebele Everts Kluwer met zijn gezin van Veendam naar Deventer om in de stad van Richard Paffraet en Jacob van Breda een uitgeverij/drukkerij te beginnen. Hij kocht een pand in de Polstraat, dé drukkersstraat van Deventer. Zijn eerste grote succes was het zakelijke weekblad Vraag- en Aanbod. In 1929 trad oprichter Kluwer uit het bedrijf en werd de onderneming gesplitst in Uitgeversmij Kluwer, dat onder leiding stond van zoon Evert en Drukkerij Salland onder leiding van zoon Aebele jr. (meneer Aeben). De drukkerij was een dochter van de uitgeverij. Over de drukkerij Salland gaat het boek.
De Kluwers wilde altijd al een ‘eigen’ krant. Daartoe was het weekblad Salland overgenomen, dat vooral gelezen werd in Raalte, Wijhe en Olst. Het kon niet concurreren met het Deventer Dagblad. In 1934 kon Kluwer het Deventer Dagblad overnemen. Vanaf die datum heette het personeelsorgaan van Kluwer toepasselijk ‘De Drie’ (uitgeverij, drukkerij, krant).
Drukkerij Salland kende gedurende vele decennia (behalve in de oorlogsjaren) groei en bloei. Panden werden en verbouwd, nieuwe panden werden gekocht. In de binnenstad van Deventer kwam men overal gebouwen van Kluwer tegen. Het aantal werknemers nam alleen maar toe. Tegenslag was er vrijwel niet. In de jaren zeventig bezat Drukkerij Salland na een aantal overnames vele gespecialiseerde drukkerijen en bestreek ze vrijwel het gehele spectrum van druktechnieken.
In 1967 werd Drukkerij Salland gesplitst in een rotatie (kranten) en een offset (boeken en ander drukwerk) drukkerij. De laatste werd op een nieuw terrein gevestigd, waar in een later stadium ook de rotatie drukkerij zou moeten komen. Halverwege de jaren zeventig nam de Kluwer directie (waartoe geen Kluwers meer behoorden) een on-Kluwers besluit: de status quo zou gehandhaafd blijven – geen verhuizing uit de binnenstad. Dit besluit zou problemen gaan opleveren. Uiteindelijk moest men wel verhuizen, hetgeen veel kapitaalverlies met zich meebracht.
Vanaf de jaren zeventig voltrok de automatisering zich in een rap tempo. Steeds meer vakspecialisten (zetters, stypeurs, correctoren, opmakers) verdwenen van de werkvloer.

De auteur Leo Enthoven besteedt in zijn boek veel aandacht aan de mensen die bij Kluwer werkten. Hij citeert veel uit interviews en om de paar bladzijden is een pagina opgenomen met herinneringen en vele anekdotes. Een speciale bedrijfscultuur komt in het boek naar voren: hard werken, maar ook hulp vanuit het bedrijf bij moeilijke persoonlijke omstandigheden en bijv. bij het vinden van een woning. Er heerste een goede collegiale sfeer, hetgeen ook bleek uit het feit dat vele vaders en zonen bij de drukkerij hebben gewerkt: de drukkerij stond borg voor een prettig en vooral zeker bestaan.

In 1891 was Aebele Kluwer als ‘ZZP’er’ begonnen. In 1987 werkten er 3.608 personen bij het Kluwer concern. In datzelfde jaar 1987 valt het begin van de neergang te symboliseren met het telefoontje van Elsevier topman Vinken naar Kluwer directeur Alberdingk Thijm: Elsevier ging via een aandelen-overname Kluwer kopen was de boodschap. Het gevecht om de aandelen leverde geen winnaars op. Weliswaar ging de combinatie Elsevier-Kluwer niet door, maar Wolters-Kluwer werd een feit. De fusie betekende het begin van het einde. Natuurlijk waren er vele factoren die een rol speelden (lees het boek!) maar de grafische tak van Wolters-Kluwer kachelde gestaag achteruit.
In 1990 ging het Deventer Dagblad op in de Oostelijke Dagblad Combinatie, die twee jaar later opging in Wegener. Dit betekende het einde van Salland Rotatie Drukkerij. Drukkerij Salland Offset, intussen gefuseerd tot Salland de Lange trof hetzelfde lot. De Haagse ODH-groep werd in 1990 eigenaar. Voor de aandeelhouders van Kluwer was deze overname gunstig, voor de werknemers was het de dood in de pot. Uiteindelijk was faillissement onafwendbaar. Een doorstart van Salland de Lange volgde nog, maar in augustus 2009 werd definitief de stekker uit het laatste restant van het eens zo florerende bedrijf Drukkerij Salland getrokken.

donderdag 10 december 2009

Overijsselse badgasten in Domburg rond 1900

Domburg was gedurende enkele decennia rond 1900 the place to be voor de Nederlandse elite en voor kunstenaars.
In de periodiek Domburgs Badnieuws, dat verscheen vanaf 1883, werden de namen opgenomen van degenen die de badplaats bezochten als toerist. Hun namen en hun verblijfplaats stonden in de wekelijkse uitgave van het blad genoteerd. Het jaar 1921 is het jaar waarin het kunstenaarspaviljoen in Domburg door een storm werd verwoest, waarna het aantal gasten in Domburg sterk afnam.


Foto: Strand van Domburg in 1905 (Beeldbank Zeeland)

In de database Badgasten in Domburg 1883-1921, onderdeel van de website Zeeuwen gezocht, zijn de namen van de badgasten opgenomen, hun woonplaats en de datum van aankomst in de badplaats, evenals de plaats waar zij verbleven.

De bekende Enschedeër J.J. van Deinse, overigens stammend uit een Zeeuwse familie, arriveerde op 21 juli 1910 te Domburg. Hij was vergezeld van zijn vrouw en 2 kinderen. Op dezelfde dag arriveerde mej. A.J. Bloemendaal, de zus van Mevr. van Deinse. Zij logeerde niet op hetzelfde adres, maar men zal ongetwijfeld samen vakantie gevierd hebben. Nou en? Nou ja, voor nakomelingen die met hun familiegeschiedenis bezig zijn is dit interessante informatie.
Vier jaar daarvoor op 27 juli 1906 arriveerden de ‘badgasten’ J.J. van Deinse en G.J. ter Kuile beiden te Domburg en logeerden allebei op de Schuttershof. Een jaar eerder behoorden de beide (amateur)-historici tot de oprichters van de Oudheidkamer Twente. Wat moet je met dit soort informatie? Niet veel, maar voor historici kan het best interessant zijn te weten wie met wie op vakantie ging in die tijd, of welk netwerk bepaalde personen hadden om het maar eens eigentijds te zeggen.

Leden van de Hengelose fabrikantenfamilie Stork bijvoorbeeld waren tussen 1909 en 1917 vrijwel jaarlijks in Domburg te vinden, evenals een groot aantal andere Overijsselse fabrikanten en notabelen.
Je vindt de namen door bijvoorbeeld een plaatsnaam in het veld ‘woord in tekst’ in te vullen en bij ‘alle bronnen’ te zoeken op: Badgasten te Domburg 1883-1921.

maandag 7 december 2009

Wegwijzer archieven WO2 nu op internet



Het NIOD en het Nationaal Archief hebben, met behulp van zo’n 225 deelnemende archiefinstellingen, de website archievenWO2.nl samengesteld. Hierin zijn de bij Nederlandse archiefinstellingen aanwezige archieven en collecties met betrekking tot het nationaal-socialisme en de Tweede Wereldoorlog in relatie tot Nederland, Nederlands-Indië, Suriname en de Nederlandse Antillen opgenomen. Op deze site kunt u geen archiefdocumenten zelf vinden; het is bedoeld als een Wegwijzer naar de archieven.
De site is bedoeld voor zowel de ervaren als minder ervaren archiefgebruiker. ArchievenWO2.nl is hét startpunt voor onderzoek naar de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

Aldus de samenstellers van de website.

Blijkbaar kun je op verschillende manieren zoeken: vrij zoeken, op thema zoeken en uitgebreid zoeken b.v. per provincie.
Ik heb even gezocht op Kamp Erika in Ommen. Met vrij zoeken op ‘erica’ en ‘ommen’ kreeg ik 5 treffers, met gericht zoeken binnen Overijssel 1 treffer: bij het HCO zijn stukken over Kamp Erika te vinden. Om alles over één onderwerp te vinden kun je dus beter vrij zoeken. Zoek je wat breder dan zijn de beide andere zoekmethoden wellicht aan te raden.

Ik heb ook nog even gezocht op die andere website over de Tweede Wereldoorlog die dit jaar beschikbaar kwam: WO2Online. Deze website, waarbij musea en allerlei instellingen samenwerken, verwijst door naar betrouwbare kennis over de Tweede Wereldoorlog op internet. Vreemd genoeg heb ik over Kamp Erika niets kunnen vinden.

Als we dan de archieven, musea en istellingen gehad hebben, nog even kijken wat de bibliotheek te bieden heeft: dat blijkt mee te vallen.

zondag 6 december 2009

Overijsselse familienamen

Het Meertens Instituut lanceerde woensdagavond de vernieuwde versie van de Nederlandse Familienamenbank. Alle 314.000 familienamen, die in 2007 in Nederlandse bevolkingsregisters geregistreerd stonden, staan hierin vermeld.
Van al die familienamen is te zien hoe veel leden er in Nederland wonen. Bovendien is op een kaart te zien wáár ze wonen. Op de website stonden al de gegevens van de volkstelling van 1947, zodat nu ook is te zien wat in 60 jaar veranderd is. Het Journaal wijdde woensdagavond zelfs aandacht aan de nieuwe website. Door de run die toen ontstond, bezweek de website, inmiddels is deze weer in de lucht.

De nieuwe database stelde mij weer eens in de gelegenheid een oude hobby te beoefenen: het maken van lijstjes. Ik heb een Top 25 samengesteld van typisch Overijsselse namen. Hierbij heb ik niet alleen gekeken naar naamvormen die typerend zijn voor Overijssel zoals namen die eindigen op –ink of –huis, of die beginnen met te, ter of ten.
Ik heb de namen gesorteerd die van alle provincies procentueel het meest in Overijssel voorkomen. Dat is dus wat anders dan de namen die het meest voorkomen in Overijssel. Want dan hebben we het over: Jansen, van Dijk, Meyer, Smit, de Vries, de Jong, v.d. Berg, Mulder, Bakker etc. Deze namen komen in één of meer andere provincies relatief vaker voor dan in Overijssel.


Kaart: Jansen is de meest voorkomende naam in Overijssel, maar geen typisch Overijsselse naam.

De top 25 van Overijsselse namen: (met aantal naamdragers in 2007 en de gemeente waar de naam relatief het meest voorkomt):

1. Scholten (3210) – Dinkelland
2. Kamphuis (2637) – Dinkelland
3. Nijland (2538) – Rijssen/Holten
4. Nijhuis (2522) – Losser
5. Visscher (2477) – Zwartewaterland
6. Bosch (2295) – Twenterand
7. Timmerman (1855) – Staphorst
8. Veldhuis (1776) – Dinkelland
9. Nijkamp (1611) – Rijssen/Holten
10. Meyerink (1578) – Losser
11. Wessels (1571) – Twenterand
12. Gerrits (1548) – Twenterand
13. Schutte (1517) – Olst/Wijhe
14. Mensink (1484) – Tubbergen
15. Schuurman (1405) – Dalfsen
16. Bouwhuis (1386) – Ommen
17. v.d. Vegt (1331) – Dalfsen
18. v.d. Kolk (1258) – Dalfsen
19. Nijhof (1212) – Hengelo
20. Voortman (1176) – Rijssen/Holten
21. Brinkman (1166) – Dalfsen
22. Nieuwenhuis (1152) – Rijssen/Holten
23. ter Horst (1093) – Hengelo
24. Slot (1092) – Twenterand
25. Altena (1070) - Hardenberg

vrijdag 4 december 2009

Muziek uit het oosten (23): Skik - Op fietse

Een speciale rubriek – voor de liefhebbers van muziek. Van alles wat – in ’t Engels of in ’t plat. Goud en oud, nieuw of fout.


Op fietse van Skik hoort bij Drenthe. Maar de streek rond Erica grenst aan Overijssel. Joost Zwagerman rekende in een Top 2000 programma Op fietse tot zijn favorieten. Hij noemde het zelfs ‘onze nationale roadsong’. De oneindige wegen, die de verschillende landschappen doorkruisen, zoals die in Amerikaanse roadsongs bezongen worden, kennen wij niet. Maar we kunnen wel eindeloos door het lege Drentse landschap fietsen.
Het luisteren naar Op fietse geeft mij een aanstekelijk gevoel van vrijheid en optimisme.

Naar aanleiding van dit nummer heeft de VVV in Drenthe een Skik-route uitgezet. Als je deze uitgefietst hebt, fiets dan nog ‘eem deur’ en doe de Harry Muskee-route er achteraan.

Skik Op Fietse

'k trap de fietse deur 't buulzand hen
op 'n zandpad tussen Slien en Erm
en as ik dalijk eben in Diphoorn ben
dan fiets ik deur
langs Ermerzand goa'k op Veenoord an
Neij Amsterdam en dan langs 't Dommerskanaal
en as ik dan de kassen zie dan fiets ik deur
want ik wul aal wieder ik wul alles zien
de leste mooie dag van 't joar misschien
alhoewel 't met de winterdag ok donders mooi kan wezen
ik wul aal wieder deur noar Weiteveen
want achter op 't veld daor ma 'k graag wezen
a'k hier zo fietse en 't weijt nie slim
dan giet 't haost vanzölf

wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage 'k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
'k zol haost zeggen, jao het mag wel zo

trap de fietse deur 't buulzand hen
op 'n zandpad langs de Duutse grens
ik denk da'k dalijk even kieken gao in't buutenland
de gruppe over, op naor Schöningsdorf
ik stao eben te kieken bij'n iemenkörf
en ik stao hier even te denken wat za'k nou doen
links of recht deur
want ik wul aal wieder nog naor Hebelmeer
'n kaorte he'k nie neudig want ik ken 't hier
want a'k daor dalijk over 'n slootie gao
dan ben'k weer terug in Nederland
ik wul aal weer wieder nog naor Barger-Compas
naor Klazienaveen-Noord en 't Oostersebos
a'k hier zo fietse en 't weijt nie slim
dan giet 't haost vanzölf

wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage 'k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
'k zol haost zeggen, jao het mag wel zo

'k gao nou over Barger-Oosterveld
over 't schoelpattie kort daor bij de Honeywell
en dan recht deur tot de brugge van Oranjedorp
'n stukkie Bladderswieke en dan de Herendiek
en a'k pastoorse bos en de toren zie
dan fiets ik deur want 't weijt nie slim
't giet vandaag vanzölf

wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage 'k
heb de banden vol met wind
nee ik heb ja niks te klagen
wie döt mij wat, wie döt mij wat
wie döt mij wat vandage
'k zol haost zeggen, jao het mag wel zo

dinsdag 1 december 2009

Archiefzoeker: weinig fratsen, veel inhoud



Aan het uiterlijk van de website is al jaren niets gedaan. Eric Hennekam, de man achter Archiefzoeker, heeft wel wat beters te doen dan het opleuken van een website. Het gaat hier duidelijk om de functionaliteit. Zo’n 2200 (soms verborgen) bronnen zijn terug te vinden via een eenvoudig zoeksysteem. De zoektermen staan bovenin de site vermeld. Door met deze termen te zoeken, eventueel in combinatie met een geografische aanduiding, worden gedigitaliseerde bestanden, databases en andere bronnen op een groot aantal terreinen getoond. Is het aantal treffers te groot, dan kun je verfijnen door een zoekterm (uit de lijst) en/of een geografische naam toe te voegen. Probeer het maar eens uit en je doet verassende ontdekkingen.
Klik op de handleiding om voorbeelden voor het gebruik te vinden.
Archiefzoeker is een website met weinig fratsen en veel inhoud.

zondag 29 november 2009

250 blogposts



Op 9 april 2008 begon ik dit weblog met de onmogelijke naam als een probeersel vanuit de cursus 23 dingen. Op 24 oktober 2008 ging ik officieel van start, d.w.z. er ging een persbericht uit - en dat werd in een aantal kranten ook nog geplaatst - en het weblog kreeg de look van de OBD. Met gemiddeld zo’n vier blogposts in de week, zit ik nu op 250 blogposts, een mooie aanleiding voor een terugblik.

Bloggen kost tijd
Bloggen kost tijd – vooral vrije tijd. Soms ben ik snel klaar met een blogpost: ik vind een bericht via Bloglines of Google Alerts over een onderwerp dat ook past op mijn blog. Ik zoek nog wat meer informatie en maakt er een blogpost van. Maar er zijn ook blogposts die je eigenlijk beter ‘projecten’ kunt noemen, althans zo komt het op mij over. Ik ben soms dagenlang tussen de bedrijven door met een onderwerp bezig – ik zoek, lees en verzamel – en uiteindelijk schrijf ik een samenvatting van wat ik gevonden heb. Een duidelijk voorbeeld is de rubriek Overijsselaars op reis.
Bij dit soort onderwerpen is inspiratie onontbeerlijk en die inspiratie is er niet altijd op commando tijdens kantoortijden, wanneer je aan je bureau zit – vandaar dat bloggen vaak vrije tijdswerk is. Helemaal niet erg – al heb ik soms de neiging het bijltje erbij neer te gooien en afstand te nemen: daar zijn dan de vakanties voor.

Reacties
Ik ontvang weinig reacties op mijn blog. Dit klinkt alsof ik dat een beetje sneu vind voor mezelf. Maar ik ontvang meer e-mails naar aanleiding van mijn blogposts dan reacties op het weblog zelf. Dat zou kunnen liggen aan de doelgroep van mijn blog. Ik ben geen biblioblogger, geen archief- erfgoed- of geschiedenisblogger, nee ik ben een Overijssel-blogger die schrijft over Overijssel in samenhang met boeken, geschiedenis, evenementen etc. Wat dat betreft ken ik geen collega-bloggers. Veel bloggers ontvangen reacties van collega’s en vakgenoten. De personen die mijn blog volgen zijn grotendeels onbekenden. Waarschijnlijk reageren zij liever niet openlijk op het weblog, want niet iedereen wil ten eeuwigen dage op internet teruggegoogled kunnen worden. Per e-mail kun je persoonlijk reageren zonder dat iedereen het leest.

Bezoekers
Nog steeds is er een stijgende lijn te bespeuren – een half jaar geleden bezochten gemiddeld ruim 30 personen dit weblog, momenteel zijn er gemiddeld circa 50 unieke bezoekers per dag. Of dat veel of weinig is weet ik niet. Onze Bekende Bloggers krijgen veel meer bezoek, maar voor een blog met beperkingen qua onderwerpen en doelgroep, valt het aantal me niet tegen.

Meest bezochte blogposts
Je kunt verschil maken tussen blogposts die in korte tijd veel bezocht worden en blogposts die blijvend bezoekers genereren.
Tot de eerste categorie behoort Paasvuren in Overijssel die in een paar dagen tijd 866 keer werd bezocht en Festivals en evenementen in Overijssel zomer 2009 met 370 bezoekers in twee maanden. Voor beide blogposts heb ik veel informatie bij elkaar geveegd en gelukkig wordt dat vele werk dan beloond.

Interessanter zijn de blogposts die maand na maand meer dan 20 keer ‘gevonden’ worden. Hier de top 5:
200 jaar Dedemsvaart
Een bijzonder initiatief: Wiki over Tilburgers geboren in 1809
De mooiste plekken van Salland
Beeldbanken en fotoarchieven
Oude telefoongidsen en adresboeken

Website Canon van Overijssel van start: primeur voor Nieuwleusen



De website Canon van Overijssel bouwt verder op de Canon van Nederland, zoals deze op website entoennu.nl gepresenteerd wordt. Entoennu.nl werd al eens uitgeroepen tot de beste historische themawebsite van Nederland.

Eerder al zijn her en der door particulieren, instellingen en zelfs een krant (De Stentor) canons gepubliceerd. Deze kunnen nu beschouwd worden als vingeroefeningen voor de ‘officiële’ canons van Overijsselse gemeenten, regio’s en de provincie Overijssel.

De IJsselacademie in Kampen, kenniscentrum voor regionale geschiedenis, is de motor achter het canonproject. Zij kregen begin dit jaar de opdracht van de provincie Overijssel om in samenwerking met onder meer historische verenigingen en oudheidkamers de locale canons samen te stellen en op de website te plaatsen, zodat de canons ook onderling te vergelijken zijn. Bovendien vormt de website een belangrijk hulpmiddel voor het onderwijs waar de canon vanaf volgend jaar in de lessen wordt opgenomen.

De canons van Sallandse gemeenten en van die uit Noordwest-Overijssel worden als eerste op de website gezet, in Twente is men inmiddels begonnen met de voorbereidingen. In 2011 moet de website af zijn. De Zwolse canon is klaar, maar werd dit jaar in boekvorm uitgegeven en daar moeten wellicht eerst nog exemplaren van verkocht worden.
De eer van het plaatsen van de eerste canon op de website gaat naar Nieuwleusen. Een canon mag maximaal vijftig vensters bevatten. Nieuwleusen wil zich terecht niet op één lijn stellen met de grote steden en houdt het op twintig vensters.

donderdag 26 november 2009

Uit de Overijssel-collectie van de OBD (6): Kaarten en atlassen

Wat betreft historische kaarten bezit de OBD circa 150 kaarten van Overijssel en in het bijzonder van Twente vanaf 1598. Niet zo’n grote collectie dus, maar wel representatief naar verschillende periodes. Bijzondere kaarten zijn de Topografische kaart van Overijssel (1846), vervaardigd in opdracht van de Staten van Overijssel, de Rivierkaart van de IJssel met 22 kaartbladen (1840-1846), de eerste uitgave van de Waterstaatskaart (1884-1885), en diverse kaarten met plannen voor een kanaal naar Twente. De kaarten van de OBD zijn samen met een grote verzameling kaarten van Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek ontsloten via www.overijsselinkaart.nl


Het groene hart van Twente, de driehoek Borne-Delden-Hengelo. Fragment Historische atlas Overijssel (circa 1900)


Hetzelfde gebied ruim 50 jaar later (1957). Fragment Topografische kaarten van Nederland, 1955-1965


Weer 50 jaar later (1997) - snelwegen doorkruisen het gebied. Fragment ANWB Topografische atlas Overijssel

Wellicht interessanter, want gewoon voor iedereen te leen, zijn de (historische) atlassen in de collectie van de OBD. Naast alle edities van de Grote Provincie Atlas editie Overijssel, en de ANWB Topografische atlas Overijssel zijn onder meer de volgende atlassen beschikbaar:

Historische plattegronden van Nederlandse steden, deel 9: o.a. Deventer, de steden van Twente en de steden langs de Vecht
Doorgaande wegen in Nederland 16e-19e eeuw, een historische wegenatlas met veel verklarende teksten bij de kaarten
Hottinger Atlas 1773-1794, een bundeling van de bekende Hottinger kaarten die eind 18e eeuw door militaire ingenieurs zijn gemaakt.
Kuyper Gemeente-Atlas (1867)
Historische atlas Overijssel 1:25.000, atlas van de Chromotopografische kaart 1: 25 000 van rond 1900. Twee uitgaven (1990 en 2005)
Grote atlas van Nederland. 1930-1950, bevat oorspronkelijke kaarten en plattegronden uit genoemde periode. Bijzonder zijn de Duitse militaire kaarten uit de Tweede Wereldoorlog.
Topografische Dubbel atlas : Topographische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden 1868 vergeleken met Topografie van het huidige Nederland op basis van de SmuldersKompas-cartografie
Topografische kaarten van Nederland, 1955-1965. Heel bijzonder, omdat de situatie wordt weergegeven zoals velen van ons die nog kennen vanuit hun jeugd, dus voor de aanleg van veel snelwegen en van veel nieuwbouwwijken.

maandag 23 november 2009

Gevelstenen in Zwolle door Marcel Overbeek



Een nog al specialistisch onderwerp, gevelstenen. Geen volksstammen die zich er mee bezighouden. Maar wanneer je begint te lezen in Gevelstenen in Zwolle, dan blijkt er nog heel wat aan het onderwerp vast te zitten. Bovendien is het geschreven door een collega van mij: Marcel Overbeek, die overigens al meer publicaties op zijn naam heeft staan. Dus besteed ik er graag even aandacht aan. Marcel schreef deze uitgave ter gelegenheid van Open Monumentendag 2009 in opdracht van de gemeente Zwolle. Die dag is weliswaar geweest, maar dat is geen bezwaar om het boekwerkje aan te schaffen of te lenen. De routes die langs de gevelstenen voeren staan op kaartjes aangegeven.

Er blijken gevelstenen in alle soorten en maten te bestaan, elke soort met een geheel eigen geschiedenis. Honderd Zwolse gevelstenen zijn door Marcel Overbeek gefotografeerd, soms vanuit zolderkamertjes. Een tijdlang moet hij met zijn hoofd schuin omhoog door Zwolle gefietst zijn op zoek naar fraaie exemplaren. Bij elke foto staat een tekst met de geschiedenis van de steen en allerlei achtergrondinformatie.

Marcel geeft op 1 december een lezing over dit onderwerp in het Stedelijk Museum in Zwolle.

Aanvulling
De ene collega schrijft een boek over gevelstenen, een andere collega blijkt al een hele fotostream op Flickr te hebben gezet met gevelstenen! (kijk bij reacties).

zondag 22 november 2009

Showroom Overijssel (2): Heeroom Osse van Beckum

In Wie-is-wie-in-Overijssel worden biografieën opgenomen van personen die van bijzondere betekenis zijn geweest vanwege prestaties die ze hebben verricht op welk terrein dan ook.
Niet aan bod komen dorps- en stadsfiguren, zonderlingen en andere opvallende personen, die we kennen van televisie-programma’s als Showroom of Joris' Showroom. Ze behoren wel tot de collectieve herinnering van veel mensen.



De in Losser geboren Christianus Egbertus (Chrisjaan) Osse (1865-1940), door de bevolking van Beckum uitsluitend aangesproken als Heeroom, was van 1907 tot zijn dood pastoor van dit dorp bij Hengelo. Hij werd al tijdens zijn leven een legendarische figuur vanwege zijn voor in zijn tijd a-typische optreden als pastoor. Hij kende geen onderscheid in rang en stand en ook niet in religie. Hij sprak gewoonlijk Twents en begon de mis met ‘Leu, goat zitten’. Preken deed hij uit de losse pols, waarbij hij tot ongenoegen van de aanwezigen ellenlange betogen vol vreemde kronkels in het verhaal hield, zodat aan het eind niemand er nog wat van snapte. In de oogsttijd hield hij het met opzet wel kort. Ook doorspekte hij zijn preken met zijn eigen mening en kwamen zaken ter sprake die door zijn ambtsgenoten nooit in een preek verwerkt zouden worden. Toen hij eens bekeurd was door een jachtopziener wegens stropen, vroeg hij tijdens de preek: ‘Wat is een jachtopziener? Jachtopzieners schieten hazen en konijnen en daarbij ook bokken’.

Ongewoon en excentriek
Pastoor Osse viel op door zijn verschijning en door zijn voor een pastoor ongewone doen en laten. Franciscus van Assisi was zijn grote voorbeeld: hij leefde sober, kleding en uiterlijk vertoon interesseerden hem weinig. Zo liep hij tijdens een processie in Kevelaer zeer opvallend met een groot gat in zijn kous onder zijn kuitbroek. Hij begreep niet waarom men zich daar druk over maakte.
Jagen, stropen en vissen waren zijn grote hobby’s en hij deed dat vaak in gezelschap van dorpsgenoten maar ook jaagde hij met de Van Heeks en andere Twentse notabelen met wie hij ook goed overweg kon. Hij vroeg graag mensen te eten als hij weer wild geschoten had. Pastoor Osse was een voorstander van algemeen openbaar onderwijs voor iedere gezindte en met de onderwijzers in het vrijwel geheel katholieke dorp boterde het niet altijd. Na een wild-diner met hen vroeg hij of ze wisten wat ze gegeten hadden. Het was toch haas? Bijna goed: het was dakhaas (kat) en hij toonde zijn gasten een kattenvel. Niemand weet of hij het vel van een overleden kat had getoond - het opzetten van dieren was ook één van zijn hobby’s – of dat er echt kat op het menu had gestaan.
Trouwens bij speciale gelegenheden kookten niet zijn huishoudsters maar hijzelf, ook ongewoon voor een pastoor. Wat ook ongewoon was dat hij zelf op het dak klom om het te repareren en zelf zijn vee verzorgde. Hij liep vaker met laarzen aan dan met schoenen.

Hij reisde graag, niet alleen naar Rome maar ook was hij in Amerika, een land dat hij bewonderde ‘omdat iedereen van welke rang of stand ook, gelijk was. Heel anders dan hier in Nederland’. Over die reizen en wat hij beleefd had kon hij nog jaren vertellen tijdens zijn preken.

De oude kerk van Beckum moest vervangen worden en pastoor Osse had een plan gemaakt voor een nieuwe kerk met de hoogste toren van Twente. Het plan werd afgewezen. Toch hield hij een collecte met de volgende woorden: ‘Leu ’t geet zo niet langer, as ’t dak (van de oude kerk) noar beneden pleert, dan goat d’r dreehonderd boeren dood en moar eenen pastoor’. Overigens bij collectes keek hij altijd de andere kant op. Hij hoefde niet te zien wat men gaf. Hij vond dat de kerk wel op een andere manier aan geld kon komen: zo verkocht hij zelf het fruit uit zijn boomgaard ten behoeve van de kerk. Maar hij laste wel een collecte in voor iemand uit het dorp die door omstandigheden in financiële nood was – hij keek dan goed wat men gaf en wanneer het volgens hem niet genoeg was, kwam hij nog een keer langs.

Zoals gezegd, van verzuiling moest Heeroom Osse niets hebben. In de herfst stond een bord in de tuin van de pastorie: te koop appels en peren, ook voor gereformeerden.



Geheime hobby
Pastoor Osse had één hobby, waarvan slechts intimi op de hoogte waren: schrijven. Hij schreef hele verhandelingen over taal en ontwikkelde een taalmethode om zijn geheel zelf ontwikkelde theorie over het leren van taal in praktijk te brengen. Het was een onbegrijpelijke theorie die er grofweg op neer kwam: leer kinderen op jonge leeftijd Latijn te spreken en met behulp van speciaal door hem ontwikkelde lesmethoden kunnen ze gemakkelijk meer vreemde talen leren. Hij heeft de methode ook toegepast en een aantal kinderen bijles gegeven. Sommigen van hen konden later vele talen spreken. De theorie was gebaseerd op klankleer en ging uit van de overeenkomsten tussen talen. Hij kon zijn ideeën echter niet op een begrijpelijke manier ordenen en op schrift stellen. Zijn boekje Eén Menschentaal, dat hij onder pseudoniem schreef, beleefde verschillende gewijzigde drukken maar raakte hij aan de straatstenen niet kwijt. Schrijver en hoogleraar Anton van Duinkerken, één van de velen die het boekje toegezonden kreeg, schreef na het lezen ervan: ‘Gewone mensen proberen van hun eigenaardigheden af te komen, maar pastoor Osse van Beckum conserveert ze voor het nageslacht’. In 1937 vertrok de auteur Osse met zijn leerlinge Anneke Scholten, die het boekje in het Italiaans zou vertalen, naar Rome. Tevergeefs, de kerkelijke autoriteiten wezen ‘Una e la lingua humana’ volstrekt af. Een grote teleurstelling voor de Beckumse pastoor. Na zijn dood werden grote stapels nog ingepakte exemplaren van ‘Eén Menschentaal’ gevonden. Ze werden verbrand in de pastorietuin.

Over weinigen zijn zoveel anekdotes bekend dan over pastoor Osse, toch was hij volgens biograaf Rinus Scholten geen lolbroek of grappenmaker. Hij was een rustig en sociaal-voelend man met droge humor. Wie nieuwsgierig is naar meer anekdotes en verhalen over Heeroom Osse moet Heerom Osse van Beckum, het levensverhaal van een legendarische dorpspastoor van Rinus Scholten lezen.

donderdag 19 november 2009

Steenwijk vestingstad



Drie jaar geleden werden er plannen gesmeed om ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Historische Vereniging Steenwijk een boek uit te geven. Het moest een standaardwerk over de geschiedenis van Steenwijk en omgeving worden, want dat was er nog niet. Natuurlijk was er al veel geschreven over Steenwijk door A. Smit, H. Bruinenberg, G.M. Laar en vele anderen. Maar een eigentijds standaardwerk over de 'volledige' geschiedenis van Steenwijk en Steenwijkerwold ontbrak.
In de afgelopen 25 jaar vormde het tijdschrift Historische Mededelingen van de Historische Vereniging Steenwijk een podium voor auteurs, waarbij de kwaliteit van de artikelen opviel – gedegen werk vaak, geen ‘wee’j nog?’ verhalen soms zoals in andere heemkundetijdschriften, hoewel daar natuurlijk ook liefhebbers voor zijn. Een aantal van deze auteurs hebben meegewerkt aan het boek, evenals enkele gastauteurs van buiten Steenwijk.

Er is dus niet voor gekozen om aan één historicus de klus toe te vertrouwen en dat heeft voor- en nadelen. Voordeel is dat voor elk hoofdstuk van Steenwijk vestingstad specialisten zijn aangetrokken, nadelen zijn: minder samenhang tussen de hoofdstukken en vooral onevenwichtigheid in de lengte van de bijdragen. Zo krijgt de Franse tijd heel veel aandacht evenals de onderwerpen ‘Steenwijk in de literatuur’ en ‘Steenwijker muziekleven’. Wat wel bijdraagt aan een predikaat ‘standaardwerk’ is het grote aantal noten en literatuurverwijzingen. Ook is door J.D. van der Tuin een lexicon samengesteld, eigenlijk een beknopte encyclopedie van Steenwijk, die het boek als naslagwerk zeer bruikbaar maakt.

dinsdag 17 november 2009

Overijsselaars op reis (11): Henk Boom

Henk Boom, geboren te Almelo (1945) werd in 1964, na het Erasmus Lyceum te hebben doorlopen, leerling-journalist bij het Dagblad van het Oosten, waar hij het vak leerde van onder meer zijn chef Gerard Vloedbeld, de ‘stadshistoricus’ van Almelo. Op de kleine redactie was veelzijdigheid troef en zo had hij een groot aantal rubrieken in zijn ‘pakket’.
In de jaren zeventig specialiseerde hij zich en werd hij kunstredacteur bij de Tubantia in Enschede en wat later popjournalist. Interviews met Mick Jagger, Lou Reed, Stevie Wonder. Joan Baez en vele anderen, waarvoor hij naar vele Europese en Amerikaanse steden reisde, schreef hij op zijn naam. Dat begint er op te lijken zou je zeggen. Maar hij kreeg er genoeg van, het was te oppervlakkig allemaal – het werd routine. In zijn boek De Grens, bericht van de reiziger schrijft hij: ‘Ik bereikte de grens van mijn horizon. Toen dat was gebeurd, wilde ik alleen nog maar reizen ter wille van het reizen. Ik wilde de wereld zien. De echte wereld. Ik zegde mijn baan op, verwisselde de onzekerheid van de zekerheid voor de zekerheid van de onzekerheid, onttrok me aan de geldende patronen thuis en ruilde tradities, regels en cultuur in voor de zucht naar het onbekende’.



Zijn reis begon hij in 1979 en duurt nog steeds voort. Met als bagage een kleine typemachine legde hij de eerste twee jaar 30.000 kilometer af, voornamelijk in Latijns-Amerika. Midden jaren tachtig werd hij freelance-correspondent in Madrid en ging daar ook wonen. Hij schrijft voor het Financiële Dagblad en De Tijd (België) en voor een groot aantal andere kranten en tijdschriften en doet ook werk voor de radio. Met Madrid als thuisbasis bleef hij reizen, niet op de luxe manier zoals tegenwoordig in allerlei reisprogramma’s normaal is; het gaat erom de cultuur en het dagelijks leven te proeven en daar over te schrijven. In het al genoemde De Grens zijn een aantal reisverhalen gebundeld, die over ‘de romantiek van het reizen’ gaan. Een ander boek getiteld 1506 gaat over een gefingeerde reis door Europa in dat jaar, waarin de hoofdpersoon Machiavelli, da Vinci, Erasmus en Jeroen Bosch, allen tijdgenoten, ontmoet en interviewt. Een bijzonder boek. Ook schreef Henk Boom een boek over de staatsgreep in Suriname (1982), waarvan hij getuige was en schreef hij reisgidsen over Spanje en Mexico. En sinds een paar jaar geeft hij aan het onvolprezen De Roskam, Onafhankelijk weekblad voor Twente, een internationaal tintje met zijn tweewekelijkse bijdragen over Spanje, reizen, kunst en cultuur, maar ook over (zijn herinneringen aan) Twente, waar hij sinds kort (toch weer) een vakantiehuis in Reutum bezit, waardoor hij en zijn vrouw ’s zomers de hitte van Madrid kunnen ontvluchten.


Foto: Henk Boom onthult het monument voor Gerard Monnink en Toon Damhuis

Hoe kom ik trouwens bij Henk Boom? In de Overijssel Collectie van de OBD bevindt zich nog een hoeveelheid geluidscassettes. Grasduinend, kwam ik een viertal cassettes tegen met een briefje waarop stond ‘reisverslag Henk Boom augustus 1982’. De cassettes bevatten allerlei interviews. Toen begon er wat te dagen. Ik heb de Tubantia van dat jaar erbij gepakt en inderdaad: de kranten in de maand augustus bevatten dagelijks een aflevering van de serie Van Boom tot Boom. Henk Boom maakte in omgekeerde volgorde de reis per koets van Zwolle naar Enschede, die zijn bijna naamgenoot Harm Boom maakte in 1846 en waarvan het verslag te lezen is in zijn later veel geciteerde boek Mijne Reisportefeuille of Omzwervingen door Overijssel in het najaar van 1846.
Henk Boom was er speciaal voor uit Latijns Amerika gekomen om deze reis van drie weken per koets te maken, welke veel belangstelling trok. Hij werd ontvangen door burgemeesters, feesten werden aangericht, erebogen opgericht, volksgebruiken uit het stof gehaald en overal moesten kruidenbitters en oude jenevers worden gedronken. In Zwolle aangekomen overhandigde hij aan de commissaris van de koningin een brief namens de Twentenaren waarin duidelijk gemaakt werd dat Twente nu lang genoeg gewacht had op onafhankelijkheid.
Persoonlijk vond ik het prachtig nog eens terug te lezen hoe Henk Boom onder aan de Oldenzaalse Bult een houten plaquette onthulde voor de legendarische wereldfietsers Gerard Monnink en Toon Damhuis, die in de jaren dertig naar Palestina fietsten en die uiteraard zeer verguld waren met hun monument.

Henk Boom is onder meer te volgen via zijn weblog.

maandag 16 november 2009

Dagboeken van Jacob en Adriaan Keller


Deze blogpost valt niet onder Transisalania. Toch wil ik graag aandacht besteden aan het weblog van Grietje Keller dat gewijd is aan de dagboeken van haar grootvader en overgrootvader: de Dagboeken van Jacob en Adriaan Keller.

Onder de nieuwe websites op het gebied van erfgoed, geschiedenis etc. valt deze op. Wanneer één of meer instellingen op dit terrein besluiten om een nieuwe website te maken moet er eerst een heel traject worden afgelegd: formuleren van eisen, maken van ontwerpen, begrotingen, inventarisatie, evaluatie, implementatie etc. Deze website/ dit weblog is een mooi staaltje van particulier initiatief. Grietje Keller is gewoon begonnen de dagboeken van haar grootvaders op internet te zetten. Ze weet nog niet hoelang ze ermee doorgaat – wij hopen zo lang mogelijk – en intussen ontstaat er een zeer originele website met geschiedenis van het dagelijks leven.

Jacob Keller (1872-1956) was eigenaar van de boerderij De Nieuwe Beer bij Dordrecht en hield wekelijks een dagboek bij, dat hij zelf landbouwdagboek noemde. Maar de dagboeken bevatten veel meer dan informatie over hoe de gewassen erbij stonden en over het weer: ook gebeurtenissen in de familie, zaken die in de buurt speelden en de gebeurtenissen op het wereldtoneel zijn onderwerp van zijn schrijfsels. De traditie van het bijhouden van een wekelijks dagboek werd voortgezet door zijn zoon Adriaan Keller (1906-1968).

Kleindochter Grietje Keller, tot voor enkele jaren documentairemaker en cameravrouw van beroep en tegenwoordig beeldarchivaris bij Aletta, instituut voor Vrouwengeschiedenis, had natuurlijk de dagboeken kunnen overtypen en in boekvorm uit kunnen geven. Er zouden in de buurt van Dordrecht vast wel een paar honderd exemplaren van verkocht zijn. Nu ze de dagboekfragmenten op het weblog plaatst zijn ze voor een grote groep beschikbaar. Ze wil het voor zichzelf nog wel een beetje leuk houden, dus ‘digitaliseert’ ze de dagboeken niet chronologisch, maar pikt er her en der fragmenten uit, soms gekoppeld aan de actualiteit (Mexicaanse/Spaanse griep).
Op de website staan de fragmenten overigens wel chronologisch, zodat je niet kunt zien welke als laatste geplaatst zijn. Om te voorkomen dat je steeds alles weer langs moet gaan voor eventuele nieuwe bijdragen heeft ze een twitter-pagina aangemaakt waarop de aanvullingen vermeld worden.

De Digitale Archivaris noemde het al ‘een schitterend document en een heel mooi voorbeeld van hoe particulieren historische documenten beschikbaar kunnen stellen’. Ik sluit me daar geheel bij aan.

zaterdag 14 november 2009

Helligen Hendrik - Sinterklaas



Vanmiddag vastgezeten in Hengelo – was even vergeten dat Sinterklaas zijn intocht hield. Voor TV-Oost presentator Bert Eeftink alias Helligen Hendrik zou het een goede reden zijn om zich stevig over op te winden, zoals hij al eens eerder deed.

woensdag 11 november 2009

Zwolle en Deventer nu ook in Streetview



Een dertigtal steden zijn aan Streetview toegevoegd. Ook de Overijsselse steden Deventer en Zwolle, althans gedeeltelijk. Je kunt nu wandelen door de straten van Zwolle-Zuid en Deventer-West, inclusief de binnenstad. De beroemde streetview-car heeft ook de weg tussen Zwolle en Deventer en een aantal zijwegen bereden.

Werkwijze: ga naar Google Maps, toets bijvoorbeeld in ‘IJsselkade Deventer’, sleep het gele poppetje naar de gezochte plek – de straten die in beeld gebracht zijn lichten blauw op. Daar waar het poppetje naar toe gesleept wordt verschijnt een foto. Daarna is het een kwestie van navigeren.

Kijk ook hier voor verdere uitleg.

dinsdag 10 november 2009

Zich met de publique zaaken bemoeien van J.C. Streng



‘Macht is het vermogen of het middel om anderen zijn wil op te leggen, ook als deze niet wil meewerken’. Eeuwenlang was de verdeling en rechtvaardiging van macht onderwerp van debat. Daarbij speelde de indeling van Aristoteles in democratie, aristocratie en monarchie tot in het Oude Bewind een belangrijke rol. Maar deze indeling werd doorkruist door een beroep op oude rechten en privileges. Terwijl ook noties over paternalisme en charisma, over representatie door presentatie en representatie door afvaardiging de discussie er niet eenvoudiger op maakte. Een debat waaraan ook de Overijsselse predikanten met dichtwerk of preek een bijdrage leverden. Het Oude Bewind werd afgesloten met de hoogoplopende strijd tussen orangisten en patriotten. Daarbij draaide het in essentie om de vraag of de stadhouder, aristocraten en regenten, de bezitters van de neergaande macht, ruimte wensten te geven aan representanten van de omhooggaande macht, de burgers.’

Tot zover de flaptekst van dit boek van Jean Streng, die hoewel er met begrippen gesmeten wordt, toch wel goed beschrijft waar het boek over gaat – namelijk over welke machten in het staatkundig bestel voorafgaande aan de Franse revolutie in Overijssel ‘om de macht streden’, maar ook welke middelen deze machten aanwendden ten gunste van hun eigen zaak en over hoe er gecommuniceerd werd en hoe er op elkaar gereageerd werd.

Bekende dichters als Arnold Moonen en Joannes Vollenhove voorzagen in hun levensonderhoud met lofzangen op drosten, edelen en andere aristocraten. Een jurist als Jan Willem Racer, verzamelaar van authentieke juridische handschriften en charters, schreef zijn juridische stukken, zoals vervat in zijn Overijsselsche Gedenkstukken, net zo gemakkelijk ten dienste van de almachtige graven van Almelo als ten dienste van de niet-stemhebbende steden in Twente. Als jurist verdiende hij er gewoon zijn brood mee, zoals een moderne topadvocaat, het maakte hem niet uit aan wie hij zijn diensten aanbood. Zo worden in dit boek veel Overijsselse auteurs (Rabo Herman Schele, Gerhard Dumbar sr., Henricus Brumanus, J.W. Racer etc.), predikanten en dichters uit de 17e en 18e eeuw en hun werken in een context geplaatst – zeer verhelderend. De verreweg grootste groep inwoners van Overijssel, het ‘gewone volk’, de door Aristoteles al buitengesloten ‘vierde categorie’ kende in het Ancien Regime geen pleitbezorgers. De ‘eerste democraat van Nederland’, Joan Derk van de Capellen tot den Pol, vond het volk ‘over het algemeen dom’ en de dichter Rhijnvis Feith vond dat de ‘reeds minder behoeftige maar tevreden moest zijn met zijn lot en getrouw zijn plichten en betrekkingen moest vervullen’.
Het boek bevat uitgebreide literatuurverwijzingen en een personenregister.

Zich met de publique zaaken bemoeien is het vierde en laatste deel van de reeks ‘Intellectueel Overijssel’. Eerder verscheen Het schoonste gezicht van de wereldt (overpeinzingen van schrijvers en dichters over het Overijssels landschap tussen renaissance en romantiek), Kweekster van verstand en hart (over de boekcultuur en leescultuur in Overijssel tussen 1650 en 1850) en Tot welstand van ’t gemenebest (over het Latijnse onderwijs en de humanistische cultuur in Overijssel tijdens het Oude Bewind).

zondag 8 november 2009

Muziek uit het oosten (22): Herman Finkers - Vinger in de bips

Een speciale rubriek – voor de liefhebbers van muziek. Van alles wat – in ’t Engels of in ’t plat. Goud en oud, nieuw of fout.


Vinger in de bips is de titelsong van de eerste LP van Herman Finkers, die verscheen in een tijd (1980) waarin hij weliswaar al bekend was in Almelo en directe omgeving (Aadorp, Mariaparochie), maar voorstellingen nog regelmatig afgelast werden 'wegens ziekte van de toeschouwer’.

‘Register van de dag van Gister’ in bibliotheken



In het Register van de dag van Gister vertellen senioren via het Verhalenkabinet, een zeer toegankelijk, rondreizend mediameubel, hun persoonlijke verhalen. Op de bijbehorende website ontdekken de deelnemers nieuwe verhalen, waarop zij kunnen reageren.
Register van de dag van Gister ontleent zijn titel aan een hoofdstuk uit Douwe Draaisma’s boek over de werking van het geheugen: Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt.

In samenwerking met docenten ontwikkelden Kunstgebouw en Cultureel Erfgoed Noord-Holland een educatief programma rondom Register van de Dag van Gister. In het educatief programma ontmoeten senioren en jongeren elkaar en maken zij kennis met elkaars verleden, heden en toekomst.
De jongeren en de senioren werken toe naar een gezamenlijk eindproduct: een digitaal foto-essay met voice over. Het verhaal van de senior staat daarbij centraal.

Vanaf oktober 2009 staat het Verhalenkabinet in bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland en in de regio Eemland. Waarom de bibliotheek bij uitstek een verzamelplek van verhalen is wordt uitgelegd op de website van ProBiblio.

Alle verhalen en beeldmateriaal zijn beschikbaar gemaakt onder een Creative Commons licentie.

dinsdag 3 november 2009

Schokland verlaten


Een standaardwerk is volgens de Van Dale ‘een werk waaraan blijvend gezag wordt toegekend’. Heel wat standaardwerken zijn al weer vervangen door nieuwe standaardwerken, maar dat zal met Schokland verlaten niet gebeuren. De auteurs Bruno Klappe & Wim Veer reconstrueerden een unieke gebeurtenis: de ontruiming op last van de Rijksoverheid van het eiland Schokland in 1859. Een kleine 700 bewoners braken hun huizen af en bouwden ze weer op (of kochten of huurden een nieuw huis) op het vasteland. De meesten vertrokken naar Kampen, waar een nieuwe wijk in Brunnepe werd gebouwd, maar ook in andere plaatsen in Noordwest-Overijssel ontstonden Schokker wijken. De paar wevers die Schokland rijk was vertrokken naar Nijverdal waar werk genoeg was voor hen. Schokland behoorde tot 1806 gedeeltelijk tot Noord-Holland (het noordelijke – katholieke - Emmeloord) en gedeeltelijk tot Overijssel (het zuidelijke – hervormde - Ens met de kernen Zuiderbuurt en Middelbuurt). Vanaf 1806 behoorde Schokland tot Overijssel, totdat de provincie Flevoland een feit werd.



In de jaren veertig van de 19e eeuw was Schokland de armste gemeente van Nederland. Het drassige eiland, dat grotendeels bestond uit modder en waar geen bomen groeiden, kende maar één middel van bestaan: de visserij. En als het met de visvangst tegenzat waren de Schokkers afhankelijk van inzamelingsacties, die in de Kamper Courant en andere, ook landelijke kranten, aangekondigd werden. Het was verschrikkelijk afzien voor de bewoners, vooral tijdens de winter en tijdens stormen die het eiland teisterden – er was geen enkele beschutting. Een pastoor liet zijn superieur weten: ‘hier ellendig en eeuwig ellendig, och hoe rampzalig. Ik heb het onaangename van deze standplaats wel gevoeld, zoals al mijn voorgangers, omdat bijna ieder van hen gezocht heeft zo spoedig mogelijk van hier weg te komen’. Toch was het niet allen kommer en kwel: waar men in de grote steden in kelderwoningen wegkwijnde, hadden de Schokkers gezonde buitenlucht en een overvloed aan verse vis als voedsel.
De auteurs van Schokland verlaten beschrijven nauwgezet van maand tot maand, aan de hand van alle archiefstukken, waaronder veel briefwisselingen, hoe de plannen tot de ontruiming vorm kregen. Alles wat er maar aan informatie voorhanden is over de ontruiming zelf, de personen, de vergoedingen die men kreeg, waar men terechtkwam is door de auteurs gepubliceerd in een groot formaat boek, met vele illustraties, 320 pagina’s dik. Zelfs alle beschikbare foto’s en bidprentjes van ‘geboren’ Schokkers zijn afgebeeld. Een compleet standaardwerk dus over dit specifieke onderwerp.
Iedereen met de naam Botter, Diender, Corjanus, Karel, Klappe, Konter en Toeter vindt informatie over zijn of haar voorouders in dit boek. Voor alle historisch geïnteresseerden zou het mooi uitgegeven boekwerk een aanwinst voor de boekenkast kunnen zijn.



Voor meer geschiedenis van Schokland zie de website van VPRO Geschiedenis.