zondag 18 maart 2012

'Showroom' Overijssel (4): De Schrik van Harculo

Iedereen kent ze wel, de zonderlinge en kleurrijke personages uit Joris’ Showroom of De Stoel. Het zijn vaak totaal van elkaar verschillende personen, die één ding gemeen hebben: ze zijn authentiek (om een modewoord te gebruiken). Voor deze mensen is bijna letterlijk geen plek meer in de huidige samenleving. Vroeger had elke plaats zijn ‘dorpsgekken’. Sommigen waren ook ver buiten hun dorp bekend. Eén van hen was De Schrik van Harculo.



Degenen die in de jaren vijftig en zestig in Zwolle of in de wijde omtrek van Zwolle woonden moeten hem gekend hebben: De Schrik van Harculo, of in lokaal dialect ‘De Skrik van Erculo’. Er deden veel verhalen over hem de ronde, ook verhalen die achteraf niet juist bleken te zijn. Bijvoorbeeld dat hij het buitenechtelijk kind van een baron was. Salland-kenner Anton Heijmerikx heeft het leven van Elbertus van den Berg uitgebreid beschreven in zijn boek ‘Bekend, onbekend, plichtsgetrouw en kleurrijk Salland’.

Elbertus werd op 2 april 1907 te Hattem geboren. Elf dagen na de geboorte kwam de vader van Elbertus (Bartus) om het leven tijdens het uitoefenen van zijn beroep. Hij was veerknecht bij het Grote Katerveer en werd getroffen door een losgeschoten remketting en raakte zodanig aan zijn buik gewond dat hij dezelfde dag nog overleed. Zijn moeder trok in bij haar ouders op een pachtboerderij in Harculo. Bartus ging naar de lagere school in Ittersum en was daar een wat eenzame en bijzondere leerling, die zichzelf overigens wel goed kon vermaken. Vanwege tuberculose heeft hij in die jaren ook nog lange tijd moeten kuren. Tijdens zijn jonge jaren sprak hij vaak over Amerika. Daar wilde hij naartoe. Toen hij dertig was overleed zijn grootvader. Bartus, zijn moeder en grootmoeder moesten verhuizen en vonden onderdak in het kleine seinposthuisje aan de IJsselcentraleweg. In die tijd stopte het boemeltje Deventer-Zwolle daar nog. Op zondagen zat Bartus op het perron en hij had dan altijd een grote hoeveelheid sinaasappels bij zich, die hij op vrijdag op de markt had gekocht.

Hoe kwam hij nou aan zijn bijnaam? Hij viel op door zijn rijzige en forse gestalte, altijd rijdend op een te kleine fiets met fietstassen, die afgeladen vol zaten met hout voor zijn houtkachel en aan zijn stuur had hij vele jute tasjes met franjes versierd, vol fruit en andere etenswaar van de markt. Ook had hij altijd een bijltje bij zich om hout te klieven. Op de markt kreeg hij van de kooplui de lege houten kratjes die hij dan klein sloeg. Met die bijl zwaaide hij ook vervaarlijk wanneer hij kwaad was. Wanneer hij werd tegengewerkt, of wanneer hem op enigerlei wijze enige beperkingen werden opgelegd, dan kon hij fllink tekeer gaan. Kwaad kon hij bijvoorbeeld worden, wanneer de spoorbomen bij de Deventerstraat weer eens langdurig gesloten waren. Hij begon dan te schreeuwen en met zijn bijl te zwaaien. Menigeen die op dat moment ook voor de spoorwegovergang stond te wachten ging dan ook liever een straatje om. Door dit gedrag bouwde hij een reputatie op waardoor veel mensen bang van hem werden.
De Schrik, zoals hij inmiddels genoemd werd, genoot daarvan. De keren dat hij quasi-kwaad was waren vele malen talrijker, dan de momenten dat hij echt kwaad werd. Hij was altijd netjes gekleed in een zwart pak met hoed, sprak keurig ‘Hoog Hollands’ en had een speciale voorliefde voor het schrik aanjagen van vrouwen. Het was zijn gewoonte, om te proberen ongezien achter hen te komen, en dan gaf hij een enorme kreet, om zodoende hen de schrik van hun leven te bezorgen, waardoor menige vrouw in elkaar kromp, en dat tot groot genoegen van de lawaaimaker, die dan met een grote grijns op zijn gezicht het volgende slachtoffer opzocht.
Hij reed hij op zijn fiets enorme afstanden door geheel Salland, en bezocht alle volksfeesten die werden gehouden in plaatsen gelegen tussen Meppel en Deventer, en tussen Hellendoorn en de IJssel, maar ook aan de overkant van de IJssel kwam hij, of via de brug, maar ook via de veerponten van Oldeneel, Wijhe of Olst, en ook op de Zuidlaarder paardenmarkt was hij een bekende verschijning. Hij ging er naartoe met altijd hetzelfde doel, de vrouwen laten schrikken. En volgens de overlevering had hij daarbij een voorkeur voor mooie jonge vrouwen. Hij bezat ook een accordeon, waarmee hij de feesten opluisterde. Echter spelen kon hij niet, wel veel lawaai maken.

Na het overlijden van respectievelijk zijn grootmoeder en moeder, kwam hij alleen te staan maar accepteerde nooit hulp van familie of buren. De vijandige houding jegens zijn buren werd eens onderbroken, toen deze wisten te verhinderen dat er bij hem werd ingebroken. Hij liet een grote taart bezorgen bij de buren, maar niet lang daarna gooide hij gewoon weer zijn ‘tonnetje’ leeg op hun toegangspad. In zijn jonge jaren had hij wel gewerkt, maar op latere leeftijd had hij weinig geld om in zijn onderhoud te voorzien. Wel scharrelde hij op vaste adressen hier en daar de kost op. Bekend is dat hij bij een slagerij op de Assendorperstraat altijd kapjes van snijworst kreeg, en ook bij bakkers was hij geen onbekende. Daar kreeg hij meestal een voorkeursbehandeling, en hielp men hem meestal snel zodat hij ook weer snel de deur uit was, en niemand maakte bezwaar dat hij voorging. Men wist dat wanneer hij eens wat te lang moest wachten naar zijn zin, dat hij dat dan nogal luidruchtig kenbaar kon maken, en hij deed dat bij voorkeur als de winkel vol klanten stond. Ook verbouwde hij rondom zijn woninkje zijn eigen groente, en kreeg op de markt ook het een en ander.

Er zijn ontelbare anekdotes over De Schrik bekend. Bijvoorbeeld over toen hij een fiets ging kopen bij fietsenmaker During op de hoek van de Assendorperstraat en de Begoniastraat. Hij maakte een proefritje, waarbij hij hevig schreeuwend, slingerend en stampend de fiets uitprobeerde. Dat zijn manier van proefrijden niet bepaald zachtzinnig ging, bleek toen hij weer bijna terug was bij de fietsenwinkel , de spaken in het wiel het spontaan begaven en hij abrupt tot stilstand kwam vlak voor fietsenmaker During, die van schrik ook al begon te schreeuwen. Hem restte niets anders, dan de allerzwaarste spaken die hij in huis had in het wiel te plaatsen. Bartus heeft de fiets overigens wel gekocht.

De Schrik van Harculo kwam op 17 november 1971 vlak bij zijn huis onder een auto en verloor daarbij het leven. Bij de ontruiming van zijn huisje, kwamen er 7 hoeden voor de dag, 7 pakken en bleek hij in het bezit van 7 fietsen. Veertien dagen na zijn overlijden liet de NS het seinwachtershuisje afbreken. Hij is begraven op het kerkhof van Windesheim, waar bij de plechtigheid meer dragers aanwezig waren dan belangstellenden.

3 opmerkingen:

hans zei

Ik kwam hem vaak tegen bij de slager tegenover de kerk. Een aparte man met een bijl in zijn tas. was niet erg vriendelijk tegenover kinderen.

Stadshart zei

Als je nu naar zijn foto kijkt, dan zie je dat hij een triest gezicht heeft en krijg je medelijden met hem. Was vroeger best wel bang voor hem!
Ronald

mark klein boonschate zei

mn vader werd vroeger toen hij 7 jaar was altijd achternaagezeten door hem .als hij aan het vissen was . en de schrik hem zag dan schreeuwde hij en zwaaide hij met een groot brood mes . zo bang als ze waren fietsten ze van laag zuthem tot heino op hun kinderfietsje . hij bleef ze achternaazitten tot aan huis . mn vader zegt : jammer dat er niet meer van zulke types zijn