dinsdag 10 mei 2011

110.000 luchtfoto’s Tweede Wereldoorlog online, helaas alleen tegen betaling



Wat zou het mooi zijn geweest, zoveel foto’s van zestig jaar geleden, gratis te bekijken. Maar dat is inderdaad te mooi om waar te zijn. Ik ben wat aan het experimenteren geweest – knippen, plakken, vergroten – en het resultaat hierboven is het beste resultaat. Helaas erg vaag. Het betreft een gebied ten zuiden van Borne. De kleigaten zijn te herkennen, de Spanjaardswijk in Borne ook, maar niet gedetailleerd. Je hebt er weinig aan zo. Je kunt natuurlijk wel afdrukken bestellen, in alle soorten en maten, ook ingelijst. Maar daar moet je flink voor betalen. Het begint met € 29,95, een vergroting van 70x83 kost € 109,95.

maandag 9 mei 2011

Regionale uitgaven 2011-9

Rubriek met aanschafinformaties voor collectioneurs/collectievormers in de bibliotheken van Overijssel, maar uiteraard ook voor iedere belangstellende.
Ga voor bestellingen (bibliotheken) naar Bicat – Titels en exemplaren – Bestelbeheer – NBD – Aanbod en bestellen – IAI’s – Week 2011-19

Deze keer een flink aantal titels, waarvan de meeste alleen lokaal interessant zijn.

Enkele ‘regionale’ boeken zijn de afgelopen weken aangeboden door de NBD:
Hellehonden van Jan en Sanne Terlouw (bestelnr. 2010470952)
Vancouver 210210: zonder strijd geen overwinning, de biografie van Mark Tuitert (bestelnr. 2011083582)

Speciale aandacht voor De Afstammeling: de jacht op een eeuwenoud handschrift, een soort ‘Deventer Da Vinci Code’, geschreven door Almar Otten. Weinig bibliotheken schaften dit boek, dat mooie recensies kreeg, tot nu toe aan. Ten onrechte, al was het maar omdat de Athenaeumbibliotheek een belangrijke rol speelt in het verhaal. Lees wat ikzelf en mijn collega’s Mark Deckers en Willie Verhoef over het boek schreven.
(NBD bestelnr. 2010471493)



IAI’s 2011-9

Aan de monding van de Grote Aa : het havenfront van Zwolle / Jan ten Hove & Michael Klomp ; [red.: Hemmy Clevis]. - Zwolle : Stichting Promotie Archeologie, 2011. - 168 p. – ISBN 9789089320417. - € 22,50



Bijzonder fraai uitgevoerde publicatie over de geschiedenis van het Rodetorenplein en omgeving in Zwolle. Aanleiding voor het boek vormden de recente archeologische onderzoeken, die deels nieuwe inzichten over de geschiedenis van dit gebied opleverden. Jan ten Hove, onder meer auteur van het standaardwerk Geschiedenis van Zwolle, beschrijft de verschillende functies die deze van oorsprong aangelegde landtong in de loop van de geschiedenis heeft gekend. Lange tijd vormden het Rodetorenplein en de daarachter gelegen Melkmarkt het economisch hart van de handel in Zwolle.

Canon van Ootmarsum / met medew. van Peter Baanstra ... [et al.]; onder red. van Hans van Benthem ... [et al.]. - Ootmarsum : Vereniging Heemkunde Ootmarsum en Omstreken, 2011. - (...) p. – ISBN 9789073965294. - € 17,50



Vijftig vensters op de geschiedenis van het oude stadje, vroeger één van de belangrijkste plaatsen van Twente, tegenwoordig vooral toeristisch belangrijk. De canon is ook te vinden op de website Canon van Overijssel.

Burgervader in Staphorst : Frederik Allard Ebbinge Wubben (1791-1874) en zijn omgeving / K. Tippe. - Staphorst : Historische vereniging Staphorst, 2011. - 472 p. – ISBN 9789078914020. - € 26,50



Z.g. ‘handelseditie’ van het eerder uitgegeven proefschrift van Klaas Tippe over F.A. Ebbinge Wubben (1791-1874), die burgemeester van Staphorst was, maar ook notaris, historicus, (liberaal) Statenlid, kortom een belangrijke figuur in zijn tijd. Het boek geeft ook een goede beschrijving van het leven van gewone mensen op het Overijsselse platteland.

Staphorst volgens Dirk Kok / [fotogr. en tekst: Dirk Kok]. - [Zwolle] : d'jonge Hond, 2011. – ISBN 9789089102942. - 105 p. - € 19,95



Beheerder van de Staphorster Museumboerderij en streekdrachtkenner Dirk Kok, maakte vanaf 1975 foto’s van Staphorst en de Staphorsters. Een deel van deze foto’s worden weergegeven in dit boek. De nadruk ligt op foto’s van (veranderende) klederdracht.

Aa-landen : een geschiedenis in rood, groen en blauw / Frank Inklaar. - Zwolle : Uitgeverij Waanders [etc.], cop. 2011. - 96 p. – ISBN 9789040077869. - € 14,95



De Aa-landen in Zwolle was het antwoord op de wederopbouwwijken uit de jaren vijftig en zestig, die overzichtelijk en vooral eentonig waren. De ‘bloemkoolwijken’ (qua vorm), waar Aa-landen toe gerekend kan worden, kenmerkten zich door woonerven, autoluwe straten, veelvormigheid, gezochte grilligheid, speelveldjes, rustiek beplante hoekjes. Door sommigen wordt deze stijl bestempelt tot ‘nieuwe truttigheid’. Intussen heeft ook deze wijk alweer een geschiedenis, die wordt beschreven door Frank Inklaar en is voorzien van veel ‘historische’ foto’s.

De dood in het donker / Sanne Klok. - [S.l.] : mijnbestseller.nl, 2010. - 160 p. – ISBN 9789491080135. - € 16,95



Flaptekst: Een burenruzie, een ontsnapte gevangene, zedenmisdrijven uit het verleden, twee moorden in de avond.... Ingrediënten voor een spannende thriller die zich afspeelt in Deventer. Hoofdrolspeelster Agnes, politieagente, gaat onverschrokken op jacht naar de dader. Zaken uit het verleden, zedenmisdrijven, worden weer opgepakt. Emoties bij vroegere slachtoffers komen weer bovendrijven.

Anekdotes uit 100 jaar Vilsteren / met medew. van Erna Ekkelkamp ... [et al]. - Plaatselijk Belang Vilsteren, 2011. - 74 p. - € 11,25



Vijftien inwoners van Vilsteren vertellen hun levensverhaal, en daarmee een stukje van de geschiedenis van dit dorpje in de Vechtdalvallei, waar vroeger het leven werd bepaald door de landheer en de pastoor.

Heldern kats in 't plat : 14 schrievers -25 gedichten -20 verhaaln in de streektaal. - Nijverdal : Uutgeverieje 'n Boaken, 2011. - 64 p. – ISBN 9789076272221. - € 12,50



Bundel verhalen en gedichten van auteurs uit de gemeente Hellendoorn.

Mijn herinneringen aan de oorlogsjaren / Frits van Buren. - Hellendoorn : [Frits van Buren], 2011. - 28 p.



Naar aanleiding van bezoeken aan het Memory International War Museum te Nijverdal heeft Frits van Buren (Hellendoorn) zijn herinneringen aan de oorlog op papier gezet. Deze herinneringen zijn aangevuld met wat de auteur later gehoord en gelezen heeft.

Wandelen in Hanzestad Oldenzaal / Christine Welman. - Oldenzaal : Welman Consultancy, 2011. - 31 p. – ISBN 9789081690010. - € 14,95



Wandelen in Hanzestad Oldenzaal is het eerste deel in de reeks 'wandelen in Hanzesteden' en zal worden gevolgd door andere steden. Naast de wandelroute wordt in dit boekje meer over de geschiedenis van Oldenzaal verteld.

zondag 8 mei 2011

De Afstammeling van Almar Otten, de ‘Deventer Da Vinci Code’



Na de ‘Twentse Da Vinci Code’, geschreven door vader en dochter Terlouw in één keer te hebben uitgelezen, ben ik dit weekend begonnen aan de ‘Deventer Da Vinci Code’: De Afstammeling van Almar Otten. Ook dit boek heb ik in één keer uitgelezen. Voorlopig de laatste thriller voor mij, het vreet tijd.
Beide boeken bevatten nogal wat ongeloofwaardige ontwikkelingen binnen het verhaal, maar dat is inherent aan fictie. De vaart die in het verhaal zit, de plot en het willen weten hoe het afloopt, maken van beide boeken ‘pageturners’. Daarmee houdt de vergelijking op. Hellehonden van de Terlouws is een ‘folkloristische thriller’, die speelt in Twente. De Afstammeling is een echte historische thriller, die overigens voor een groot deel wel speelt in het Deventer van nu, waarbij de Athenaeumbibliotheek – een bekende plek voor bibliothecarissen - een belangrijke plek inneemt in het verhaal.

De Afstammeling gaat over een luie en arrogante Utrechtse professor, zijn in allerlei avonturen verzeild rakende promovendus, die zonder het te beseffen een grote ontdekking doet, een medewerkster van de Athenaeumbibliotheek, die de mysterieuze dood van een vriend probeert op te lossen en (oer)oude Duitse adel. Die Duitse (en noordoost-Nederlandse) adel stamt nog af van de Saksen. Het boek begint met de beschrijving van de veldslag waarbij duizenden Saksers door het Frankische leger van Karel de Grote over de kling gejaagd worden. Een monnik (Lebuinus) is aanwezig bij de veldslag en waarschuwt de Saksische leider Widukind, de stamvader van een Duitse edelman, die terugverlangt naar een groot Saksisch rijk. Meer zal ik niet verklappen, lees zelf maar.

Een half jaar geleden las ik het boek Terug naar de ware Lebuïnus van Dirk Otten (de vader van Almar Otten) over de roekeloze missionaris Lebuinus, die zich in het hol van de leeuw waagde, toen hij een vergadering van Saksische stamhoofden bijwoonde. Een intrigerend boek, waarin de auteur het leven van de stichter van Deventer schetst met weglating van alle verzonnen toevoegingen uit de ‘vitae’ over Lebuïnus uit latere eeuwen.
Onlangs las ik een artikel over de Ridder van Borne, wiens graf een aantal jaren geleden gevonden was, en die omstreeks 800 begraven moest zijn. Wie was deze ridder, was het een bekeerde Sakser, een Frankische ruiter? In ieder geval waren het roerige tijden in de tweede helft van de achtste eeuw in onze contreien. Dat blijkt ook uit het proefschrift Wonen in een grensgebied van H.M van der Velde, waarin wordt beschreven hoe recent archeologisch onderzoek, met gebruikmaking van moderne specialistische onderzoekstechnieken, heeft geleid tot nieuwe inzichten over de geschiedenis van Oost-Nederland. Ook in dit boek komt naar voren dat de genoemde periode heel belangrijk is geweest en het verloop van de geschiedenis sterk beïnvloedt heeft.

Opvallend, zoveel recente literatuur over juist deze periode, de tijd van de hardhandige kerstening van de Saksers. Veel is er nog onbekend over deze tijd, over de precieze plekken en het verloop van de grote veldslagen die hebben plaatsgevonden in het Teutoburgerwoud en omgeving. Een fantasierijk scenarioschrijver zou het script voor een prachtige film over dit onderwerp kunnen schrijven. Hiermee kom ik weer op het boek van Almar Otten. Is het toeval, dat ik in zo korte tijd zoveel ben tegengekomen over een onderwerp waar ik tot dan weinig over wist. Toeval bestaat niet, zou één van de hoofdpersonen uit De Afstammeling zeggen. Overal is een verklaring voor als je het zoeken ernaar maar niet opgeeft. En als lezer wil je ook weten hoe het zit, daarom blijf je lezen, aan één stuk door tot het eind. De recensies over het boek zijn behoorlijk positief. Almar Otten wordt zelfs vergeleken met Dan Brown. Nou heb ik nog nooit iets van Dan Brown gelezen, zelfs de Da Vinci Code niet, dus of dat juist is kan ik niet beoordelen.

vrijdag 6 mei 2011

Het Twentoldrama



Er zijn veel verhalen voorbijgekomen de afgelopen dagen over de Tweede Wereldoorlog. Over mensen die de oorlog wel of niet overleefd hebben, vaak ging het om geluk of pech. Eén van de meest dramatische verhalen die ik ken en waarover Ester Smit schrijft op de website Historiën is de gebeurtenis die in Deventer bekend staat als het Twentol-drama.
Wat is het dat dit verhaal zo extra dramatisch maakt? De hoofdrolspelers, die een heldendaad wilden verrichten, werden drie kwartier voordat de gehele stad bevrijd was, geëxecuteerd. Tijdens de executie kon men in de verte de Canadese tanks al zien naderen. Het ging om jonge studenten, die ongetwijfeld al gefantaseerd hadden over een mooie toekomst in vrijheid. De foto van de enige vrouw die bij de verzetsactie betrokken was, die is genomen toen ze opgebaard lag in de Lebuïnuskerk, maakt een onuitwisbare indruk. Die foto van een jonge vrouw met twee kogelgaten in haar slaap maakt het drama compleet.
Lees hier het hele verhaal.

Nogmaals Hellehonden van Jan en Sanne Terlouw



Onlangs schreef ik over het fenomeen ‘regionale thrillers’ en het feit dat bijvoorbeeld thrillers worden geschreven, spelend in Twente, die mede tot doel hebben de streek te promoten, en bij een Twentse streekproductenfair zo naast de Twentse beschuit en leverworst gelegd kunnen worden.

Ik lees veel boeken over regionale en lokale onderwerpen. Non-fictie. Overijsselse fictie kom ik niet doorheen ondanks vele pogingen. De reden dat ik meestal niet verder dan een paar bladzijden kom zijn verschillend: boek is te dik (ben langzame lezer), boeit niet, gebrekkige schrijfstijl, onderwerp niet interessant etc. Toen ik aan Hellehonden van Jan & Sanne Terlouw begon verwachtte ik na een half uur wel weer uitgelezen te zijn, zoals gebruikelijk. Maar nee, het verhaal boeide meteen. De eerste moord speelde zich af op een plek vlakbij mijn woonplaats, het gazon waarop het lijk lag zag ik zo voor me. Ik bleef lezen in het boek – tot het einde. Ik heb er Pauw & Witteman voor laten schieten, want ik wilde echt op dat moment weten hoe het afliep. Ik kan niet oordelen over literaire waarde e.d., daar lees ik te weinig fictie voor. Een vegetariër doet ook niet mee aan een hamburgertest. Maar ik heb genoeg gelezen om te kunnen vaststellen dat het boek goed geschreven is. Ik ben het eens met de recensent, die o.a. het volgende beweert: ‘het boek leest lekker weg; het taalgebruik is helder; er bestaat een mooie balans tussen dialogen en korte samenvattingen van wat er besproken is; vader en dochter Terlouw houden de vaart er gedurende het hele verhaal goed in’.
Kortom, ik heb het boek met veel plezier gelezen en wil met dit stukje wat tegengas geven aan mijn eigen wat cynische eerdere blogpost over thrillers en streekpromotie.

Wie nog een interview met Jan en Sanne Terlouw op Radio1 over Hellehonden wil beluisteren kan hier terecht.

donderdag 5 mei 2011

Topografische kaart van Overijssel 1849 (2)

Een van de meest bijzondere kaarten uit de Overijssel Collectie is de Topografische kaart van Overijssel, 1849, vervaardigd in opdracht van de provincie Overijssel. Door de systematische kartering door het Kadaster en triangulatie van Krayenhoff konden er toen voor het eerst kaarten op grote schaal gemaakt worden, die ook nog nauwkeurig waren. Deze kaart was de eerste kaart van Overijssel, waarop o.m. gedetailleerd grondgebruik en administratieve grenzen werden weergegeven. De kaart is in 32 katernen op linnen geplakt.
Deze kaart, die vrij zeldzaam is, verscheen zo'n tien jaar eerder dan de bekende Topografische Militaire Kaart.
Hieronder twee katernen Noordwest Overijssel, het gebied rond Steenwijkerwold, Willemsoord, Paasloo.





In dezelfde tijd dat deze kaart tot stand kwam gaf A.J. van der Aa zijn Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden uit (1839-1851) met topografische beschrijvingen. Dit 13-delige woordenboek is tegenwoordig full-text op Google Books te vinden.

Van steden, dorpen en zelfs veel gehuchten, maar ook van rivieren en andere geografische namen is in dit naslagwerk een beschrijving te vinden, die de toenmalige situatie weergeeft. Enkele voorbeelden:
Eesveen
Steenwijkerwold
Paasloo

woensdag 4 mei 2011

Bekende Overijsselaars van toen (1): Wim Peters, 36 jaar recordhouder hink-stap-sprong

Aan de gezamenlijke website van HCO, OBD en SAB www.wieiswieinoverijssel.nl worden regelmatig biografieën toegevoegd. In deze rubriek personen die in hun tijd vaak de krant haalden, maar nu (vrijwel) vergeten zijn. Vandaag Wim Peters.


Foto: Wim Peters tijdens de Olympische Spelen in 1928 in Amsterdam

Zwollenaar Wim Peters (1903-1995) behoorde tot de beste hink-stap-springers ter wereld. Zijn Nederlands record werd 36 jaar lang niet verbeterd. Ongelukkige Olympische optredens werden vergoed door een lange carrière met vele successen. Hij was Europees kampioen, meerdere keren winnaar van de open Engelse kampioenschappen en zestien keer Nederlands kampioen.
Wim Peters werd geboren in Meppel maar groeide op in de Zwolse wijk Assendorp, waar hij een onbekommerde jeugd had. Zijn ouders voeren beide op de nachtboot van Zwolle naar Amsterdam, zijn vader als hofmeester, zijn moeder in de keuken. Door hun werk waren ze vaak van huis en hield familie een oogje in het zeil. Wim, de jongste van de zes kinderen, was volgens eigen zeggen het verwende jongetje, ook al omdat hij vaak ziek was als gevolg van astma. De astma verdween in de pubertijd, waarschijnlijk als gevolg van de sportbeoefening waarvan hij bezeten was. Ondanks zijn goede leerprestaties zat voortgezet onderwijs er financieel niet in. Door avondstudie wist hij de nodige diploma's te behalen en kwam hij in dienst van de gemeente Zwolle, waar hij zijn leven lang als ambtenaar zou blijven werken; hij begon er als jongste bediende en eindigde als referendaris.

Zijn sportcarrière startte hij als voetballer bij PEC Zwolle, waar hij vanwege zijn snelheid goed als rechtsbuiten uit de voeten kon. Tijdens atletiekwedstrijden voor voetballers probeerde Wim de voor hem onbekende discipline hink-stap-sprong eens uit en sprong meteen een Nederlands record. Door nonchalant optreden van een wedstrijdcommissaris werd het record niet erkend, maar Wim werd meteen ingelijfd bij de atletiekafdeling van PEC. Na nog enkele goede prestaties nodigde de atletiekunie hem uit voor de Olympische Spelen in Parijs (1924). Hij was 21 jaar. Voor iemand uit zijn milieu was dit een buitenkans. De gemeente gaf hem extra-verlof. Hij werd achtste met een sprong van 13.86 meter.

Na zijn militaire dienst te hebben volbracht wist hij onder meer in Londen met een sprong van 15.48 meter het wereldrecord van de Amerikaan Aheam tot op enkele centimeters te benaderen. Voor de Olympische Spelen in 1928 in Amsterdam was hij dan ook voor veel Nederlanders favoriet. Bij zijn allereerste sprong ging hij ruim over de vijftien meter, maar het Britse jurylid stak de rode vlag omhoog. Bij de afzet zou Peters de balk hebben overschreden. Zelf is hij er altijd heilig van overtuigd geweest, dat dit niet het geval was. Het randje zand dat achter de balk was gelegd was onberoerd gebleven. De jury bleek echter onvermurwbaar en een zwaar aangeslagen Peters wist zich vervolgens niet bij de beste zes te plaatsen. Het heeft lang geduurd voor hij deze enorme teleurstelling te boven kwam.

De volgende Spelen vonden plaats in 1932 in Los Angeles. Opnieuw pech voor Wim Peters. Bij selectiewedstrijden scheurde hij zijn kniebanden als gevolg van abominabele springomstandigheden (losse graszoden). De KNAU liet hem buiten de Olympische ploeg. Peters gaf niet op en toonde uiteindelijk aan dat hij ondanks zijn knie toch een mooie afstand kon springen tijdens een wedstrijd. De medisch deskundige van het NOC keurde hem alsnog goed. Nu moest er nóg een struikelblok worden genomen: de financiën. Door de crisistijd was er voor een veertiendaagse reis naar Los Angeles, het verblijf en terugreis geen geld voorhanden. Via allerlei particuliere acties - de gemeente Zwolle liet het afweten - werd de benodigde 1500 gulden bijeengebracht. Hij bracht het tot een vijfde plaats op de Spelen, niet slecht, maar zelf was hij ontevreden. Zijn knie bleek tijdens de lange heenreis toch weer op te spelen (er zat water in de knie) en speelde hem parten tijdens de finale.

Prijzen behaalde Wim Peters wel. Dan wel niet bij Olympische wedstrijden maar wel bijvoorbeeld in Engeland, waar hij zes keer het open Engelse kampioenschap won.Hij kwam in meerdere Europese landen en genoot van de reizen. In het clubblad van PEC deed hij verslag van die reizen. In 1934 werd hij Europees kampioen in Turijn met een sprong van 14.89 meter. Een bijna evenaring van zijn record uit 1927 (15.48 meter) zag hij door een foutje aan zich voorbijgaan. Hij liep terug via de springbak en dat mocht reglementair niet. Het record uit 1927 zou hij zelf niet meer verbeteren maar 36 jaar lang lukte dat zijn opvolgers ook niet! Pas in 1963 sprong Henk Evers, ooit een pupil van Wim Peters, een nieuw record.

In 1936 werd hij nog steeds als een grote Nederlandse troef beschouwd bij de Olympische Spelen in Berlijn. Maar Wim Peters wilde niet, hij moest niets hebben van Hitler en zijn fascistische beweging. Peters werd daarop uitgesloten voor andere internationale wedstrijden door het bestuur van de KNAU waarin een aantal NSB'ers zaten. Op meerdere momenten gaf Peters blijk van zijn afkeer voor de NSB. Zijn weigering, als secretaris van PEC, om twee dochters van een NSB'er tot de club toe te laten was de druppel. Het kostte hem een een half jaar verblijf in Kamp Vught. Hij sprak er na de oorlog weinig over, maar hij onderhield in de oorlog nauwe contacten op het stadhuis met collega's die in het gewapend verzet zaten. In februari 1945 werd hij alsnog opgepakt, maar overleefde met het nodige geluk zijn gevangenschap.


Foto: Wim Peters op 81-jarige leeftijd (1984)

In 1948 werd hij, 45 jaar oud, nog tweede op de hink-stap-sprong bij de Nederlandse kampioenschappen, maar langzamerhand verlegde hij zijn activiteiten naar bestuursfuncties, zowel bij PEC als bij de KNAU, en gaf hij trainingen.
Hij voelde zich in Zwolle nogal miskend door de lokale overheid, die de sucessen van haar ambtenaar vaak genegeerd had - in tegenstelling tot de gewone Zwollenaar - en weigerde een lintje, dat hem ter gelegenheid van zijn negentigste verjaardag zou worden opgespeld. Daar kwamen ze voor hem te laat mee. Zijn weigering veroorzaakte nogal wat ophef, maar wierp geen schaduw op zijn leven, dat lang en gelukkig was geweest. Kort na de dood van zijn vrouw, met wie hij 63 jaar getrouwd was geweest, overleed hij op 30 maart 1995.