maandag 10 maart 2014

Regionale uitgaven 2014-5

Rubriek met aanschafinformaties voor collectioneurs in de bibliotheken van Overijssel, maar uiteraard ook voor iedere belangstellende.

Ga voor bestellingen (bibliotheken) naar Bicat Wise – Titels – Besteladministratie – Kies voor IAI’s – Week 2014-11

IAI’s 2014-5

Vijftig tinten blauw: een jong gezin zeilt rond de wereld / L. Kok –Tiddens. – [Denekamp] : Leonietje, 2013. - 296 p. – ISBN 9789082142303. - € 29,95


Velen dromen ervan, een enkeling doet het gewoon: een reis rond de wereld maken. Zo ook een Denekamps echtpaar, waarvan de vrouwelijke helft, Leonie Kok-Tiddens, verslag van de zeilreis doet in dit boek. Een reis die drie jaar duurt, met twee kinderen die op de datum van vertrek (juni 2009) 2 en 1 jaar oud zijn. Beiden zijn ervaren zeezeilers, dus het varen en navigeren blijkt achteraf mee te vallen. Het samen opvaren met andere gezinnen met kinderen bevalt goed. De auteur schrijft wanneer ze 1 jaar onderweg zijn: ‘Wat betreft de mensen die we ontmoeten, de natuur en de plekjes die we tegenkomen, dat gaat onze verwachtingen te boven. Dat is nog veel leuker dan we tevoren verwacht hadden. Wat zijn er ongelofelijk veel, ongelofelijk mooie plaatsen. En het lijkt wel of het alleen maar mooier wordt steeds’.
Prachtig uitgegeven reisreportage met veel foto’s, persoonlijke belevenissen, locatiebeschrijvingen en een schets van de eigen mores die het leven op zee kent.

Zwolle vanuit de lucht / red.: Gemeente Zwolle en RoVorm Uitgevers. - Amersfoort : RoVorm UItgevers, 2013. - 165 p. – ISBN 9789078067528. - € 29,90


Vergezichten en details van de stad, gefotografeerd vanuit de lucht. Circa 140 foto’s van het centrum, de wijken en de buurtschappen van Zwolle.

Levend monument: Sint Josephkerk Enschede. - Enschede : Stichting Behoud Sint Josephkerk Enschede, 2013. – 80 p. - € 15,-


Sinds 1894 domineert hij met zijn 77 meter hoge toren de skyline van Enschede. De St. Josephkerk aan de Oldenzaalsestraat, ontworpen door de bekende architect Joseph Cuypers, is een groot neogotisch bouwwerk. Een stenen uitdrukking van het Rijke Roomsche Leven in de negentiende eeuw. De kerk is in de voorbije drie jaren van boven tot onder en van binnen en buiten gerestaureerd. Dat proces wordt in dit fotoboek beschreven. Ook bevat het een tekst over Joan Collette, de kunstenaar die in de jaren twintig van de vorige eeuw de muurschilderingen en kruiswegstaties in de kerk maakte.

Molen 'De Star' en de verloren molens van Avereest / met medew. van Henk Duistermaat, Ans Esselink-Reimerink en Jan Nijensikkens. - Balkbrug : De Beheerstichting Molen De Star; Dedemsvaart : Historische Vereniging Avereest, 2013. - 80 p. - € 5,-


Boekje over de geschiedenis van de molens van de voormalige gemeente Avereest. Alleen molen De Star in Balkbrug is er nog, maar is verplaatst. Ook wordt de historie van het malen van graan beschreven.

Breur / Esther Meijer. - Soest : Boekscout, 2013. - 130 p. – ISBN 9789462069183. - € 16,35


Augustus 1954. Het jaarlijkse zomerkamp van de katholieke verkennersgroep uit Wierden eindigt in een tragedie. De negentienjarige Wim en de dertienjarige Herman raken vermist, nadat ze zich hebben opgefrist in de rivier de Eems in Duitsland. Voor hun leven wordt gevreesd. Leo, de broer van Wim, is ook mee op zomerkamp. Dagenlang verkeert hij in onzekerheid over het lot van zijn broer. Wat is er gebeurd en zal hij zijn broer nog terugzien? De novelle is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Het is het verhaal van de vader van de auteur Esther Meijer.

Aaltje onder het kruis / Peter van den Burg. - [Amsterdam] : United P.C., 2013. - 350 p. – ISBN 9783710304446. - € 19,90


De roman speelt in de regio Kampen-Zwolle in de jaren 1830-1850. Centraal staat boerin en moeder Aaltje, die zich heeft aangesloten bij de kruisgezinden. Haar man Hendrik van Winsum is niet zo bezig met godsdienst. Hij heeft genoeg te stellen met het boerenbestaan dat bedreigd wordt door ziektes en zoekt afleiding in het drinken van jenever. Aaltjes geloofszekerheid wankelt door alle tegenslagen in het leven. Maar er komt een keerpunt: na een samenkomst in de gemeente komt ze tot het inzicht dat ook zij erop mag vertrouwen dat haar de zaligheid geschonken is. Niet lang daarna breekt de cholera uit. Aaltje is een van de slachtoffers.

Het geheim van de armenjager: verhalen rond de Schuilenburg /Herman Kampman. - Hulsen : Twentwel, 2013. - 42 p. – ISBN 9789082079500. - € 7,50


Een spannend verhaal dat berust op historische feiten. De geschiedenis begint bij een oude kist die werd opgegraven op het vroegere kasteelterrein van de Schuilenburg in Hellendoorn. Twee jongens willen het verhaal achter de kist ontdekken. De geheimzinnige kist zou in de achttiende eeuw al eigendom geweest zijn van een geheimzinnig heerschap, een zogenaamde armenjager. Hij moest ervoor zorgen dat er geen ongure types in de buurt waren. Zijn naam was Vilders Willem. Hij regeerde met strakke hand. Er wordt van hem gezegd dat zijn geest nog steeds daar rondwaart. Een fabel of echt?

zondag 9 maart 2014

Mag ik mijn fiets terug? Mijmeringen van een grensganger


Een boek dat in bibliotheken momenteel veel wordt aangevraagd is ‘ Mag in mijn fiets terug?’ van journalist Kees Schaepman. Het boek speelt niet in Overijssel en komt dus niet voor in de boekenrubriek op dit weblog, maar ik wil het graag meer aandacht geven. De titel slaat op een opmerking aan zijn adres, toen hij bekendmaakte dat hij ging verhuizen van het drukke Amsterdam naar het Duitse plattelandsdorpje Georgsdorf, gelegen in het lege land tussen Nordhorn en Lingen, zo’n 25 km van de Nederlandse grens. ‘Vraag in ieder geval je fiets terug’ adviseerde een van Schaepmans vrienden.

Bij het opknappen van het oude boerderijtje dat hij gekocht heeft komt een groot hakenkruis onder het behang tevoorschijn. Schaepmans nieuwsgierigheid wordt gewekt. Hoe zit het met het naziverleden van dit eenzame oord, dat in de oorlog heel veel buren had: 200.000 grotendeels Russische krijgsgevangenen, verspreid over 15 concentratiekampen in de nabijheid. Heel veel gevangenen lieten het leven wegens gebrek aan voedsel (er werd gevochten om een pol gras) en ziektes. Lokale boeren werd opgedragen de karren met stapels lijken naar begraafplaatsen in de omgeving te vervoeren. Schaepman ondervraagt dorpsgenoten, bezoekt een lokaal museum en graaft in archiefdozen en komt steeds meer te weten over de geschiedenis van zijn nieuwe omgeving. Zijn bevindingen leiden tot een genuanceerd verhaal.

Schaepman, geboren in 1946, heeft veel gereisd in zijn leven en was als verslaggever getuige van diverse brandhaarden. Hij ‘mijmert’ over de houding van mensen in oorlogssituaties. Eigenlijk verschilden de bewoners van het Emsland niet veel van de meeste Nederlanders in de oorlog. Zij schikten zich in de nieuwe situatie. Als je uit de pas liep betaalde je een hoge prijs. Gaandeweg ontdekt hij dat de Duitse inwoners van Georgsdorf tijdens de Tweede Wereldoorlog misschien wel meer hebben geleden dan de meeste Nederlanders.

zaterdag 8 maart 2014

Topografische kaart van 1849 (37): Losser

Een van de meest bijzondere kaarten uit de Overijssel Collectie is de Topografische kaart van Overijssel, 1849, vervaardigd in opdracht van de provincie Overijssel. Door de systematische kartering door het Kadaster en triangulatie van Krayenhoff konden er toen voor het eerst kaarten op grote schaal gemaakt worden, die ook nog nauwkeurig waren. Deze kaart was de eerste kaart van Overijssel, waarop o.m. gedetailleerd grondgebruik en administratieve grenzen werden weergegeven. De kaart is in 32 katernen op linnen geplakt.
Deze kaart, die vrij zeldzaam is, verscheen zo'n tien jaar eerder dan de bekende Topografische Militaire Kaart.

Hieronder een gedeelte van de kaart dat het gebied rond Losser bestrijkt met een kaartgedeelte in detail. Klik erop voor vergroting.



In dezelfde tijd dat deze kaart tot stand kwam gaf A.J. van der Aa zijn Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden uit (1839-1851) met topografische beschrijvingen. Dit 13-delige woordenboek is tegenwoordig full-text op Google Books te vinden.

Van steden, dorpen en zelfs veel gehuchten, maar ook van rivieren en andere geografische namen is in dit naslagwerk een beschrijving te vinden, die de toenmalige situatie weergeeft. Een voorbeeld: Losser

dinsdag 4 maart 2014

Muziek uit het oosten (72): A Bridge Too Far

Een speciale rubriek – voor de liefhebbers van muziek. Van alles wat – in ’t Engels of in ’t plat. Goud en oud, nieuw of fout.

De Enschedese band A Bridge too Far is geïnspireerd door de Amerikaanse post-hardcore scene. Lees hier meer over de band.

zondag 2 maart 2014

De Mars, maandblad van en voor Overijssel (16): 1966

De Mars was een Overijssels maandblad dat tussen 1953 en 1981 verscheen en waaraan veel bekende journalisten/publicisten uit die tijd meewerkten. De Mars bevatte artikelen over regionale onderwerpen op cultureel, maatschappelijk, economisch en toeristisch terrein. De vaak lange(re) artikelen geven een goed tijdsbeeld. In deze rubriek vermeld ik per jaargang een aantal artikelen over onderwerpen of gebeurtenissen uit dat jaar. Dit keer jaargang 1966.

Welke thema’s speelden er in 1966, althans wanneer we De Mars als leidraad nemen? Geen complete opsomming, maar een aantal zaken die mij opvielen.

Foto: het dempen van de Dedemsvaart is in volle gang

Onderwerpen die in 1966 telkens terugkeerden in De Mars zijn het Streekplan Twente, waarin een Bandstad en een Stadsgewest Twente gepland worden (prognose: 1 miljoen Twentenaren in 2000), de compensatie maatregelen voor het gebied rond de Dedemsvaart voor de sluiting en gedeeltelijke demping van het kanaal, het sociaal-economische rapport Toekomst en taak van Noordwest-Overijssel en de vestiging van een medische faculteit in Overijssel, waarbij een felle strijd gevoerd werd tussen de mogelijke kandidaten Deventer, Enschede, Zwolle.

Bedrijfssluitingen in Deventer
Dat de jaren 60 achteraf bekend staan om de snel toenemende welvaart, wil niet zeggen dat er geen economische problemen waren. De instortende Twentse textielindustrie is er een voorbeeld van. Eind 1965, begin 1966 werd Deventer getroffen door massa-ontslagen. Textielfabriek Ankersmit (1100 medewerkers) deelde in de Twentse malaise en moest sluiten. Ook bij de meelfabriek Noury & Van der Lande en DAVO-Haardenfabriek werd stevig gehakt in het personeelsbestand. Kritiek wordt geleverd op het gebrek aan ‘vooroverleg’ voorafgaande aan de sluiting. Elders in Nederland is de vraag op de arbeidsmarkt zo groot, dat ontslagen werknemers gemakkelijk naar ander werk kunnen worden geleid. De klap in Deventer kwam totaal onverwacht en deed het aantal werklozen sterk toenemen.


Toekomst textielindustrie
Opvallend is een interview dat redacteur Jan van den Dungen had met de directies van twee grote textielconcerns (Nijverdal ten Cate en KNTU). Opvallend, omdat door de toenmalige leiding nogal positief werd gekeken naar de toekomst. Afgezien van het geklaag over stijgende overheidsuitgaven en lonen (ook toen al) is de stemming positief: textiel is geen verdwijnend product; door reorganisaties is de textielindustrie in Twente versterkt; de moderne kapitaalsintensieve Nederlandse textielindustrie produceert ondanks hoge lonen toch tegen lagere kostprijzen dan de ontwikkelingslanden; de toekomst is aan de joint ventures van Europese en Amerikaanse bedrijven met de industrie in de ontwikkelingslanden; tenslotte de gunstige ligging t.o.v. de Duitse markt.
Het zou anders lopen met de textiel, behalve voor Nijverdal ten Cate, dat tijdig overschakelde op andere producten.

Foto: oude gevels in Blokzijl met stadsomroeper

Het jaar van de WAO en de Mammoetwet
In 1966 werd de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering aangenomen. Geen typisch Overijssels onderwerp, maar De Mars besteedde er wel aandacht aan. De wet verving een aantal andere wetten, die nog uit de eerste decennia van de 20e eeuw dateerden, zoals de Invaliditeitswet en drie Ongevallenwetten. De wet had ook tot gevolg dat de capaciteit aan revalidatiecentra in Overijssel sterk opgeschroefd diende te worden, want terugkeer in het arbeidsproces hoorde onlosmakelijk bij de nieuwe wet. Een paar jaar later zou de WAO verworden tot een opvangnet van werklozen boven een bepaalde leeftijd.
In 1966 zijn er plannen voor een scholengemeenschap in Enschede-Zuid, waar vanaf 1968 zo’n 1500 tot 2000 leerlingen alle vormen van voortgezet onderwijs gaan vormen, een uitvloeisel van de al eerder aangenomen Mammoetwet en een voorbode van de latere leerfabrieken.

Foto: Hoogbouw in Enschede

Symposion Toekomst Twente
Veel aandacht ook in De Mars voor dit symposium dat in juni bij de THT gehouden werd en waaraan sociografen, economen en andere wetenschappers, regionalisten, journalisten en bijna iedereen die iets voorstelde in Twente deelnamen. Aanleiding om zich te bezinnen op de toekomst van Twente vormden de herstructurering van de textielindustrie, de vestiging van de Technische Hogeschool in Enschede en het gereedkomen van het Streekplan Twente. Ook speelden het streven naar een Stedenband Twente en naar meer autonomie voor Twente een rol. Het driedaags symposium, waar over negen thema’s gesproken werd, leverde een groot aantal ideeën op. Na afloop werd gepleit voor een regionaal centrum, waar wetenschappers zich zouden moeten richten op onderzoek en op een vervolg van het symposium in georganiseerd verband, waarbij alle Twentenaren moesten worden betrokken. Een mooi streven dat, hoe kan het anders, niet zou worden waargemaakt.

Foto: Enschede

Toerisme
De provinciale VVV geeft aan dat het aantal bezoekers aan de provincie vooral tegenvalt vanwege het ontbreken van ‘grote toeristische opvangcentra’. Toch worden allerlei initiatieven genomen om het toerisme te bevorderen:
- Hengelo heeft de primeur van de VVV-geschenkbon, die men bij een dertigtal winkeliers kan inwisselen
- Men kan een speciaal Twente-weekend boeken en wel op een nieuwe zeer moderne wijze: men belt de VVV, geeft op waar men wil logeren etc. en maakt het totaalbedrag over. Men ontvangt een coupon-boekje en betaalt met de coupons.

Foto: de nieuwe huisvesting van de VVV in Almelo

Boerenpartij
De Boerenpartij deed in 1966 voor het eerst mee aan de statenverkiezingen en zorgde voor een politieke aardverschuiving met het veroveren van vier zetels. Tot dan toe waren stemmers honkvast en waren er nauwelijks verschuivingen in zetelaantallen. Vanaf 1966 zou dat veranderen, een jaar later zorgde D’66 landelijk voor een sensatie.
Dat partijleider Koekoek niet altijd serieus werd genomen, bleek in Enter, waar zijn komst een volksfeest veroorzaakte. Niet omdat hij zo populair was. Het spreken werd hem belet door een jolige en rumoerige zaal. Hoogtepunt van het feest vormde het schouwspel van een geïrriteerde Koekoek, die een uur nodig had voor het verwijderen van verkiezingsposters waarmee zijn auto volledig was volgeplakt.

Verder:
- Her en der worden in Noordwest-Overijssel actiecomités opgericht tegen de samenvoeging van negen gemeenten tot de gemeente Beulake. Uiteindelijk zou het er in 1973 toch van komen, maar wel onder een andere naam: Brederwiede, dat in 2001 weer met Steenwijk werd samengevoegd tot Steenwijkerland.
- Een discussie tussen natuurliefhebbers en landbouwers over de wenselijkheid van ‘agrarisch-industriële’ verstoringen van het landschap ofwel ‘fabrieken-van-levend-vlees’.
- het wordt een bedroevende zaak genoemd dat men ’s nachts de grens tussen Oldenzaal en Nieuweschans overal gesloten vindt.
- Voor het eerst werd een algemene culturele prijs voor Overijssel, vernoemd naar Geert Groote uitgereikt. De Deventer architect W.P.C. Knuttel was de eerste die ermee onderscheiden werd.

Foto: Godfried Bomans werd door het soosbestuur van Studentensociëteit Cellebroederspoort te Kampen ingewijd tot 'magister honorarius'.





zaterdag 1 maart 2014

1000 blogposts


Ik kwam er laatst achter dat ik al dicht tegen de duizendste blogpost aanzat, en dit is ‘m dan. Toch zo’n moment waarop je je afvraagt hoe lang je er nog mee doorgaat. En dan besef je ook dat de ruim vijf jaren tussen de eerste blogpost in 2008 en de duizendste voorbij gevlogen zijn en dat de volgende vijf jaren minstens zo snel zullen gaan, al is daar volgens Douwe Draaisma best wat tegen te doen.
Trouwens, mocht Transisalania over vijf jaar nog bestaan dan ben ik niet meer de blogger. Dan ben ik na 47 jaar uitgewerkt, tenminste als er niet weer een of ander zomerakkoord wordt gesloten.

Bij een mijlpaal hoort een overzicht. Ik heb gekozen voor links naar provinciale erfgoedportalen die ik in de loop van de tijd verzameld heb en een overzicht van welke activiteiten provinciale serviceorganisaties (voor zover bij mij bekend) ontplooien op het gebied van erfgoed.
En wat het antwoord op de vraag die ik mijzelf stelde betreft. Ik ga voorlopig nog wel even door en – op z’n Twents – wie kiekt wa wat wordt.

Provinciale erfgoedportals en andere websites op gebied van erfgoed
Het Verhaal van Groningen
Groninger Archieven
Weblog Groninganus
Tresoar – Fries Historisch en Letterkundig Centrum
Encyclopedie Drenthe Online
Drents Archief
Anno Drenthe Nu
Mijn Stad Mijn Dorp Overijssel
Historisch Centrum Overijssel
Mijn Gelderland
Collectie Gelderland
Gelders Archief
Gelders Erfgoed
Flevoland Boven Water
Nieuw Land Erfgoed
Erfgoed Utrecht
Het Utrechts archief
Oneindig Noord-Holland
Noord-Hollands Archief
Erfgoedhuis Zuid-Holland
Geschiedenis van Zuid-Holland
Zeeuwse Ankers
Thuis in Brabant
Cultureel Brabant
Limburgs Erfgoed

Bibliotheken en erfgoed
Inventarisatie van activiteiten van provinciale service organisaties op het gebied van erfgoed.
Biblionet Groningen
- een collectie Groningana in elke bibliotheek
- samenwerking met Huis van de Groninger Cultuur bij o.a. Dag van de Grunneger Toal, de Dag van de Groninger Geschiedenis en de Grunneger Schriefwedstried
- samenwerking met Het Verhaal van Groningen
- bibliografie van Groningen
Biblionet Drenthe
- samen met Drents Archief: erfgoedpunten Drenthe in bibliotheken
Bibliotheekservice Fryslan
- samen met o.a. Fries Museum en Tresoar ontwikkelen van een Erfgoed Hub – app voor informatie over erfgoed
Rijnbrink Groep
- samen met SAB en HCO: websites digitaal erfgoed, o.a. WieiswieinOverijssel
- deelname aan HCO magazine Mijn Stad Mijn Dorp
- samen met SAB: Erfgoedbibliotheek Overijssel
- weblog Transisalania
BISC Utrecht
Deelname aan U-Rule: games op erfgoedlocaties
ProBiblio
Erfgoedbeleving in de bibliotheek
Bibliotheken en erfgoedlijnen
Erfgoedwijs: historische informatiepunten
Zeeuwse Bibliotheek
Databanken cultuurhistorisch erfgoed

Tenslotte nog twee links naar websites die buiten bovengenoemde categorieën vallen, maar die ik toch graag wil vermelden.
Gelderland Bibliotheek
Brabant-Collectie


vrijdag 28 februari 2014

Precies 50 jaar geleden: 'lancering' Ik Jan Cremer


Sommigen beweren dat de jaren 60 in Nederland begonnen met het verschijnen precies 50 jaar geleden, op 28 februari 1964, van Ik Jan Cremer. Ook Jan Cremer zelf is die mening toegedaan, zoals blijkt uit een recent interview dat vanmorgen in de Tubantia werd gepubliceerd. Wat dat betreft is hij na 50 jaar nog niets veranderd. Grappig dat ook de Tubantia net als ik de datum geprikt had om eens flink uit te pakken over deze historische gebeurtenis. Uitpakken ga ik niet doen, de Tubantia wel met een hele voorpagina en nog eens twee zeer lezenswaardige pagina’s.
In dezelfde maand dat de Beatles in Nederland en de rest van de wereld doorbraken, startte Jan Cremer een op Amerikaanse leest geschoeide pr-campagne om zijn ‘onverbiddelijke bestseller’ aan de man te brengen. De aftrap van de campagne bestond uit het binnensmokkelen van honderden exemplaren van Ik Jan Cremer tijdens het boekenbal en deze de zaal in te slingeren en ze uit te delen aan nietsvermoedende ministers. Zoals Joan Derk van der Capellen in 1781 in nachtelijke uren zijn Aan het volk van Nederland vanuit geblindeerde koetsen liet verspreiden. Beide daden veroorzaakten veel ophef en vonden plaats op de drempel van een nieuwe tijd. Verder gaat de vergelijking natuurlijk mank :-)

Andere Tijden wijdde vijf jaar geleden een uitzending aan het boek en citeert een aantal recensenten, die vernietigend reageerden op de publicatie van het boek. Kijk ook hier en hier.

Naast de kritieken in dagbladen verscheen op 1 mei 1964 een artikel in Panorama, toen nog een echt gezinsblad. Hieronder fragmenten uit dit artikel:

Met 'n onverbiddelijke bestseller is een nieuw talent toegevoegd aan onze moderne literatuur: de vijfentwintigjarige Jan Cremer. Als een met verf smakkend barbaar, die "Rembrandt, wie is dat?" roepend een miljoen voor eigen meesterwerk van op linnen leeggeknepen tubes bedong, deed hij vier jaar geleden voor het eerst van zich spreken. De kunstsnobs waren onmiddellijk "in". Nu hebben ze hem tot schrijver verheven. Nadat Cremer met een debuut in het avant gardetijdschrift Gard Sivik baardige en puistige fans rond zich had verzameld, ging een lading van enige honderden door hem betikte velletjes naar De Bezige Bij. Het zat meteen "lekker". Zonder zijn lectoren te hebben geraadpleegd gooide de uitgever er een Literaire Reuzen Pocket tegenaan, die het in de Boekenweek beter deed dan zijn door theologische hoogleraren samengestelde bijbeluitgave Jesaja. Ik, Jan Cremer is troef. Omdat de eerste druk (vijfduizend exemplaren) de winkels uitvloog, ligt er al weer een tweede (tienduizend exemplaren) in de etalages. Jeugdige handen grissen de stapels weg. In Amsterdam zie je zestienjarige meisjes op de tram hevig de erotische ontboezemingen van deze vrijbuiter in zich opnemen. H.b.s.-jongens kennen het boek beter dan de letterkundige werken, die worden besproken in de klas. Films boven de achttien mogen ze nog niet zien en in een drankzaak hoeven ze niet om een maatje jenever te komen. Maar de seksuele overstapjes van Jan Cremer liggen voor een week zakgeld binnen hun bereik. Het is kunst, dus mag het. Al op een afstand van vijfentwintig meter kan je de onverbiddelijke bestseller herkennen. De auteur staat ten voeten uit op de kaft. Zijn lijffotograaf Wim van der Linden, alias Dodgers, vereeuwigde hem als gemotoriseerde nozem, klaar om blindelings op het publiek in te stormen. Geen bandontwerp kenschetst raker een schrijversmentaliteit. Want Cremer koestert zo''n wrok tegen de maatschappij, dat hij alles wat de orde bepaalt, aan barrels wil trappen. In een gezwel van driehonderddrieënveertig pagina's gaat hij tekeer als een beest, knokkend met de politie, sadistische trekken uitlevend, zwelgend in verdovende middelen en drank, de ene vrouw na de andere versierend. De "mooie meiden", "moordstoten" en "lekkere stukken" vallen voor hem aan de lopende band. Ze laten zich omstrengelen, afranselen, uitbuiten en sommigen blijven gedwee met de kinderen zitten. Aan ferme schuttingstaal geen gebrek. Het liefst bedient Cremer zich van woordjes van drie letters. De opgewonden hijgstijl is doorspekt met onvervalst sloppeslang en wekt soms de indruk woordelijk te zijn opgetekend uit de mond van een groezelige bakkenverteller. Het leest vlot, dat wél. Af en toe krijg je zelfs even de indruk, dat de schrijver kan schrijven. Maar dan vervalt hij weer in passages die lager geklasseerd moeten worden dan pornografie. Want waar pornografie misschien nog iets opwekkends beoogt, poogt Cremer alleen maar weerzin te wekken. Is Ik, Jan Cremer een autobiografie? De auteur stelt voor in zijn boek, dat beschreven situaties en personen uitsluitend uit zijn verbeelding voortkomen. Tegelijkertijd kiest hij echter de autobiografische vorm, drijvend op jeugdtrauma's en dito frustraties, want dat is in de mode. Hij laat zijn hoofdpersoon even onverbiddelijk Ik, Jan Cremer zijn als Ik, Jan Cremer een bestseller. Daarbij raakt hij zo in zijn geestelijke kronkels verstrikt, dat hij werkelijkheid niet meer van wellustige wensdroom weet te scheiden. Hoe verder men in het van grootspraak en exhibitionisme aan elkaar hangende verhaal doordringt, des te duidelijker wordt het, dat er iets niet klopt. De jeugdige held beleeft méér dan in een honderdjarig leven mogelijk is. De tientallen baantjes - van afwasophaler in een lunchroom tot varkenskoppensjouwer in een vleeswarenfabriek - worden gevolgd door asfalt, avonturen, gevangenissen, zeereizen, omzwervingen door Rusland, Scandinavië, Frankrijk, Noord-Afrika, Portugal en Spanje. Hij is matroos, toneelspeler, marinier in opleiding voor geheim agent (intelligentiequotiënt 133) academieleerling in Parijs, hotelrat, kermisbokser, cowboy, onderwereldfiguur (compleet met lijfwacht), handelaar in aardstralenkastjes en zelfs vrijwilliger in het Vreemdelingenlegioen. Ondertussen intieme relaties onderhoudend met miljonairsdochters, barjuffrouwen, dichteressen, negerinnen, gravinnen, Amerikaanse fotomodellen, kasteleinsvrouwen (tot de baas thuiskomt), meisjes van plezier en wel geteld veertien balletdanseressen. "Ze tippelen op mij", heet dat. Patsers, pooiers, prostituées en perverselingen vormen de min of meer vaste kennissenkring van deze criminele figuur, die volgens gedetailleerde opgave is opgegroeid in jeugdasiels en verbeteringsgestichten. ….

En zo gaat het nog een tijdje door. Wie meer recensies over Ik Jan Cremer wil lezen en lid is van de bibliotheek, kan deze vinden via www.overijsselcatalogus.nl. Zoek op Jan Cremer en klik in de rechter balk op Literom bij Recensies en uittreksels.