Foto: Reinier Paping, in 1963 de eerste van de 126 schaatsers die de finish haalden. De overige 9736 deelnemers moesten opgeven.
Deze week wordt het honderdjarig bestaan van de Elfstedentocht gevierd. Er is veel aandacht aan besteed in de pers en op de televisie. Voor wie er niet genoeg van kan krijgen is er de Geschiedenissite van de VPRO met zeer uitgebreid filmmateriaal en andere informatie over de voorbije Elfstedentochten.
Vandaag heeft Tresoar honderden foto’s uit het bezit van de Elfstedentocht-vereniging op Internet gezet. De foto’s zijn te bekijken in het Fries Fotoarchief. Zoek hier in het Nederlands op trefwoord Elfstedentocht om de foto’s te bekijken.
Eind januari starten de opnamen voor een speelfilm over de Elfstedentocht 1963.
Een rubriek over Overijsselse (wereld)reizigers uit heden en verleden.
Zeezeiler Henk de Velde werd geboren op 12 januari 1949 in IJsselmuiden. Op zijn vijftiende vertrok hij naar Rotterdam om zich aan te melden als matroos. Dertien jaar later (1978) begon hij met zijn toenmalige vrouw aan zijn eerste wereldreis die 7 jaar zou duren. Onderweg werd hun zoon Stefan geboren. Daarna maakte hij als solo-zeiler nog diverse andere reizen waarover hij ook publiceerde. Op 26 september 2007 begon hij aan zijn laatste reis, de ‘Never Ending Voyage’, een reis waarvan hij niet zal terugkeren. Althans hij heeft geen plannen voor de terugreis, zo blijkt in een interview bij Pauw en Witteman vlak voor zijn vertrek (kijk vanaf minuut 27). Hij heeft een route gepland langs onder meer 30 onbewoonde eilanden, waar hij enkele jaren over zal doen. Daarna ziet hij wel weer verder.
Interview met Henk de Velde op zijn schip vlak voor zijn vertrek.
De Never Ending Voyage is te volgen via de website Sailors for sailors. Behalve Henk’s logboek, foto’s en video’s zijn op deze website ook de reisverslagen van andere zeezeilers te volgen. Wie alleen geïnteresseerd is in het logboek van Henk de Velde kan terecht op Henk de Velde’s Never Ending Voyage.
Een speciale rubriek – voor de liefhebbers van muziek. Van alles wat – in ’t Engels of in ’t plat. Goud en oud, nieuw of fout.
Ilse uit Almelooo met haar eerste hit I’m no so tough tijdens een optreden bij Villa BVD (Frits zien we nog regelmatig, Jan heeft veel geld verdiend in het bankwezen, maar hoe zou het met Henk zijn?) Over Ilse staat een biografie op Wie-is-wie-in-Overijssel, die overigens nodig moet worden aangevuld.
Het is net als bij het samenstellen van een overzichtstentoonstelling van een kunstenaar na zijn overlijden. Degene die de tentoonstelling samenstelt, bepaalt wat de bezoeker te zien krijgt. Natuurlijk zal de samensteller proberen een zo goed mogelijk beeld van de kunstenaar te scheppen, maar een andere samensteller zal andere keuzes maken. Zo is het ook met de canons die als paddenstoelen uit de grond schieten. De Zwolse Historische Vereniging, de initiatiefnemer van de canon van Zwolle, heeft weinig aan het toeval willen overlaten. Een canoncommissie bestaande uit vier historici (Annet Bootsma-Van Hulten, Jaap Hagedoorn, Wim Huijsmans en Frank Inklaar) heeft criteria vastgesteld en heeft uiteindelijk 50 vensters opgesteld naar voorbeeld van de canon van Nederland. Voordat de definitieve keus gemaakt werd is er nog een ‘inspraaktraject’ doorlopen. Via de Stentor en tijdens een historische avond heeft iedereen die daar behoefte aan had nog onderwerpen kunnen aandragen. Jan van de Wetering werd de opdracht gegund de teksten voor de 50 vensters aan te leveren. Het resultaat mag er zijn. Twee pagina’s en telkens twee afbeeldingen per venster geven een goed beeld van de ontwikkeling van Zwolle van ontstaan tot heden. Het is eigen aan een canon dat er niet wordt gestreefd naar compleetheid, voor wie een complete geschiedenis van Zwolle zoekt zijn er genoeg publicaties beschikbaar.
Kijk hier, hier en hier voor eerdere berichten over canons op dit weblog.
Ik probeer me altijd zo veel mogelijk aan mijn zelfgekozen opdracht te houden, namelijk me te beperken tot Overijsselse onderwerpen. Soms wordt je zo enthousiast over een initiatief dat buiten de context van het weblog valt, dat je de ‘regels’ aan je laars lapt.
Luud de Brouwer van het Regionaal Archief Tilburg en de man achter Beneminlux gaat met zijn archief en 60 vrijwilligers een wiki opzetten over ‘Tilburgers geboren in 1809’. Ik heb al eerder aandacht besteed aan de ongekende mogelijkheden van wiki’s. Hoe de wiki Tilburgers 1809 in elkaar steekt hoef ik hier niet helemaal uit te leggen. Het staat namelijk precies beschreven op Beneminlux. Het is weer een nieuwe stap op het gebied van web 2.0: de professionaliteit en kennis van medewerkers van een archief of andere instelling, in dit geval gekoppeld aan het enthousiasme van vrijwilligers. Er moet nog veel werk verricht worden voordat de wiki gevuld is. Aan nog maar een klein deel van de 319 Tilburgers zijn gegevens toegevoegd, maar je kunt bij b.v. Joannes de Brouwer al zien hoe het kan worden. Tilburgers geboren in 1809 is een prachtig voorbeeld van een wiki dat navolging verdient.
Cultuur op onverwachte plekken (COOP) is een initiatief van de bibliotheken Almelo, Hengelo, Olst/Wijhe, Raalte en van Kunst en Cultuur Overijssel (KCO). Landelijk/provinciaal bekende gastconservatoren hebben favoriete voorwerpen uit de depots van vier Overijsselse musea gekozen om aan het publiek te laten zien. De tentoonstellingen rouleren langs genoemde bibliotheken. André Manuel, Thea Kroese, Midas Dekkers en Tessa Boomkamp hebben hieraan hun medewerking verleend. Van 9 januari tot 27 maart is de tentoonstelling ‘Een reis door de tijd’ te bezichtigen in de bibliotheek Hengelo. Tessa Boomkamp heeft archeologische vondsten geselecteerd uit de collectie van het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten. Voor meer informatie: kijk hier Dezelfde tentoonstelling is van 3 april tot 26 juni te bekijken in het Holstohuus te Olst.
Na een week griep, waarbij het bloggen totaal naar de achtergrond verdween, hier weer een eerste blogpost in 2009. Tijd voor een terugblik op de eerste maanden van dit weblog en voor bezinning op de toekomst.
Enkele cijfers: voor de grap begonnen in april vanuit 23dingen, officiële aftrap middels persbericht half oktober. Vanaf die datum circa vijf blogposts per week, totaal 72 tot aan de griep dus. Het aantal (unieke) bezoekers per dag ligt, afgezien van enkele uitschieters, stabiel tussen 20 en 30, die samen ongeveer 3x zoveel ‘actions’ maken. Een week niet bloggen betekent minder bezoekers – maar da’s logisch. De blogpost over activiteiten voor kinderen in de kerstvakantie trok de meeste bezoekers, daarna het YouTube-filmpje met Dinner for one (hoezo Overijssel’s allerlei), de bijdragen over de diverse canons, historiekaart.nl, het overlijden van Anton Huiskes, de hooiberg in Salland en het YouTube-filmpje met Tessa Boomkamp. De verhouding toevallige bezoeker (‘searches’) en bewuste bezoeker (bookmark, links, RSS) ligt ongeveer 50/50.
Zo doorgaan? Is het aantal bezoekers voldoende om gewoon door te gaan? Mmmwa. De baas hoeft zich geen zorgen te maken over tijdverspilling: 80% van het bloggen (en wat daar mee samenhangt) gebeurt in vrije tijd, wat op zich geen enkel probleem is trouwens. Ik vind bloggen nog steeds een prachtige methode om bij te blijven op je vakgebied en ga er nog graag mee door. Toch heb ik een plan in de week gelegd bij twee collega-instellingen in Overijssel om samen te werken. De belangrijkste voordelen zijn dan: onze werkterreinen raken/overlappen elkaar, samen bestrijken we een groter gebied. Het blog is dan bovendien niet meer afhankelijk van één persoon (vakantie, ziekte). Er zijn meer voordelen maar die komen wel ter sprake als het er echt van komt. Het zou dan zelfs geen corporate blog worden, maar een intercorporate blog – bestaat het woord al? Dus hoe het op de duur verder gaat – we zullen wel zien – en zo hoort het ook.
Voor wie - net als ik - niet kan schaatsen en verder ook niets heeft met strenge vorst in een Nederlandse winter zou kunnen wegdromen bij Tiny Island van Leo Kottke.
I wish I had a tiny island floating in the sea Palm trees don't get in the way, it's a tropical ease etcetera