dinsdag 10 januari 2012

Regionale uitgaven 2012-1

Rubriek met aanschafinformaties voor collectioneurs in de bibliotheken van Overijssel, maar uiteraard ook voor iedere belangstellende.

Ga voor bestellingen (bibliotheken) naar Bicat Wise – Titels – Besteladministratie – Kies voor IAI’s – Week 2012-1

IAI’s 2012-1

Twee eeuwen recht en wet; het arrondissement Zwolle-Lelystad in fasen, facetten en figuren / W. Coster. - Zutphen : Walburg Pers, 2011. – 208 p. – ISBN 9789057306969. - € 29,95



De Bataafs-Franse tijd (1795–1813) was van blijvende invloed op de rechterlijke organisatie en de rechtspleging in ons land. Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk werd in 1811 een nieuwe rechterlijke organisatie ingevoerd, waardoor er voor het eerst in Nederland eenheid in de rechtspraak kwam. In deze uitgave wordt een beeld geschetst van het functioneren van het juridisch bedrijf in het arrondissement Zwolle-Lelystad in deze nieuwe situatie. De auteur beschrijft hoe recht en maatschappij er in de afgelopen twee eeuwen op elkaar inwerkten. In vier periodes van 50 jaar volgt hij de chronologie in de geschiedenis van rechtspraak, advocatuur en notariaat. Daar doorheen lopen verhalen over bijvoorbeeld een casus, kwestie, akte, persoon, gebouw of beroepsgroep. Daarbij komen niet alleen beroemde zaken aan bod, maar ook eenvoudige veroordelingen, alledaagse strafzaken en gevallen van bedelarij of faillissementen die hun sporen in de maatschappij achterlieten. Elke periode wordt voorafgegaan door een breed ‘decor’ van het betreffende tijdvak en afgesloten met een ‘krantenkroniek’ met opmerkelijke en typerende zaken. Deze toegankelijke, verhalend geschreven uitgave is rijk geïllustreerd en behalve voor juristen ook zeer boeiend voor een breed publiek van historisch geïnteresseerden.

Kennie dennokka?; 456 möpkes en witskes in de Tweantse Moodersproak / Hendrik H.J. Haverkort. - Denekamp : Haverkort, 2011. – 191 p. - € 9,95 (incl. porto)



Grappen en grollen in Twents dialect, (voor op de toilet?). Sommige grappen zijn om te lachen, maar dat hangt van je specifieke gevoel van humor af. Is ongetwijfeld veel vraag naar.

Zelfspo(r)t / Michel Boerebach. - Gigaboek, 2011. – 128 p. – ISBN 9789085483113. - € 13,50



Columns van de schrijvende voetballer, waarin ook veel herinneringen verwerkt zijn. De columns verschenen grotendeels eerder al in De Stentor.

Geert Grootepad; in het voetspoor van de moderne devotie / Marycke Janne Naber. - Amsterdam : Buijten & Schipperheijn Recreatief, cop. 2011. – 100 p. - ISBN 9789058815569. - € 12,90



In 2011 werd de Moderne Devotie, de geestelijke stroming waartoe Geert Grote en Thomas a Kempis behoren, opnieuw op de kaart gezet. Deze gids bevat tien wandelingen in Deventer, Zwolle en de tussenliggende IJsselstreek. De gids geeft naast de route ook informatie over bezienswaardigheden, horeca, overnachtingsadressen en openbaar vervoer.

Erom of eronder; over 35 jaar strijd om een tunnel / Peter de Noord. - Nijverdal : Uutgeverieje 'n Boaken, 2011. – 164 p. – ISBN 9789076272245. - € 14,50



Peter de Noord beschrijft hoe begin jaren zeventig de eerste ideeën ontstonden en plannen werden gemaakt voor een tunnel door Nijverdal door een groepje jongeren onder leiding van Leo ten Brinke vanuit het alternatieve jongerencentrum Studio Pub. Aanleiding vormden de plannen voor een rondweg dwars door de mooie natuur. De acties voor een tunnel en een autovrije binnenstad werden aanvankelijk niet serieus genomen. Eind jaren tachtig schaarden de Nijverdalse politieke partijen zich alsnog achter het tunnelplan. De daarop volgende lange jaren van onderhandelingen, plannenmakerij, bureaucratie en financieringsperikelen worden beschreven. Ook de periode waarin tegenstanders van het tunnelplan zich roerden, krijgt alle aandacht. In 2014 zal het megaproject afgerond zijn en krijgt Leo ten Brinke postuum zijn tunnel.

De roodgevoerde toga; Eva Meillo voor altijd een van ons / Joke Meillo. - Nijmegen : WLP, 2011. – 210 p. – ISBN 9789058507150. - € 19,95



Eva Meillo, Officier van Justitie en bezig aan een stormachtige carrière bij het Openbare Ministerie, komt om bij een verkeersongeluk in Thailand. De 34-jarige vrouw laat een dochtertje achter en was in verwachting van een tweede kind. Haar moeder besluit een boek uit te brengen over haar veelbelovende en opvallende dochter, waarin veel bijdragen staan van collega’s van het Openbaar Ministerie en anderen die haar gekend hebben. Eva Meillo werkte een aantal jaren in Zwolle.

Jan Leppink; herinneringen van een Haaksberger in hart en nieren / Frans de Lugt. - Haaksbergen : Historische Kring Haaksbergen, 2011. – 110 p. – ISBN 9789076837321. - € 15,-



Een door oud-journalist Frans de Lugt geautoriseerde biografie over Jan Leppink, de man die sterk verweven is met Haaksbergen door zijn vele (vrijwilligers)functies die hij bekleed heeft en nog bekleedt.

Geestelijke opklimmingen; een gids voor de geestelijke weg uit de vroege Moderne Devotie / Gerard Zerbolt van Zutphen ; vert. [uit het Latijn], ingel. en toegel. door R.Th.M. van Dijk. - Amsterdam : Amsterdam University Press, 2011. – 344 p. – ISBN 9789089644039. - €34,50



In het jaar waarin in Zwolle en de rest van de IJsselstreek veel aandacht is besteed aan de Moderne Devotie, waarvan het ontstaan het belangrijkste ‘wapenfeit’ uit de Overijsselse geschiedenis genoemd kan worden, verschijnen er ook veel boeken over de moderne devoten zelf. Gerard Zerbolt van Zutphen was een broeder van het gemene leven, die een prominente rol speelde. Hij gaf leiding aan een intensieve boekproduktie, ijverde voor kerkelijke erkenning van de broederschap en schreef twee handboeken voor de ‘geestelijke weg’. Zijn De spiritualibus ascensionibus (Geestelijke opklimmingen) is nu door Rudolf van Dijk in modern Nederlands vertaald en van veel aantekeningen en een inleiding voorzien.

Deventer jaarboek 2011 : uitgegeven in opdracht van de Vereniging Oud Deventer / red.: J.C. Bedaux … [et al.]. – Deventer : Corps 9 Publishers, 2011. – 144 p. – ISBN 9789079701162. - € 15,-



Voor het eerst wordt dit jaarboek niet gevuld met enkele lange artikelen, maar met een groot aantal korte bijdragen van bekende Deventer auteurs, waardoor de leesbaarheid sterk vergroot wordt. Een aantal vaste rubrieken (kroniek, overledenen, archeologie, aanwinsten musea etc.) zijn gebleven.

zondag 8 januari 2012

Middelburg Dronk



Even een zijsprong op dit Overijsselse weblog. Even aandacht voor Middelburg Dronk, een wiki. Al eerder schreef ik enthousiast over wiki’s. Middelburg Dronk is ook zo’n particulier initiatief, waarschijnlijk ontstaan in een café. Niks geen subsidies, geen visie- en beleidsdocumenten, doelstellingen, stuurgroepen, klankborden, programmalijnen, implementaties, speerpunten en programmamanagers. Nee, gewoon beginnen en kijken waar het schip strandt. En als het schip strandt is er nog niets aan de hand.

Middelburg Dronk gaat over heden en verleden van de Horeca in Middelburg. Als er iets deel uitmaakt van het collectief geheugen van mensen is het wel de herinnering aan uitgaan en de uitgaansgelegenheden waar je vroeger kwam. Ook al woon je tegenwoordig in een andere plaats. De wiki wordt gevuld met gegevens – eigenaren, jaartallen etc. - over de kroegen en uitgaansgelegenheden. Iedereen kan meeschrijven en kan herinneringen, gebeurtenissen, anekdotes toevoegen. Een paar vrijwilligers ‘verzorgen’ de wiki, zodat het geen chaos wordt en de website er netjes uitziet.

Met Middelburg Dronk als voorbeeld maak je bijvoorbeeld Hengelo Dronk. Genoeg (ex)-stappers die herinneringen hebben aan de befaamde Herberg, De Walvisbar, de Bierkelder, Royal, ’t Neutje, 27, De Trap, Groothuis, New York, Café de Molen, Café de Haven, Café Veltkamp en vele andere kroegen en discotheken etc.

Overigens: Middelburg Dronk doet mee aan de Geschiedenis Online Prijs. Je kunt op hen stemmen, zoals ik al heb gedaan.

donderdag 5 januari 2012

Overijsselse kunstman, kunstvrouw en kunstploeg 2011 gekozen: Gees Bartels, Jacob Vis en Reisopera



Peter Schoof, maker en presentator van de RTVOost programma’s Tijd voor Theater (tv) en Kunstkwartier (radio) is de bedenker en initiatiefnemer van deze verkiezing. Kijk op zijn weblog om meer te weten te komen over het hoe en waarom.

Vanmiddag werd in Kunstkwartier gediscussieerd over deze verkiezing door Paul Abels, Aranka Wiijnbeek, Herman Haverkate en Peter Schoof. De drie gasten namen de shortlists door die Peter Schoof had gemaakt op basis van meningen van mensen die bekend zijn in de Overijsselse kunstwereld (muziek, theater, literatuur etc.).
Na afloop van de ‘bespreking’ werd door de drie juryleden gekozen en kwamen er drie winnaars uit de bus:

Gees Bartels werd gekozen tot Kunstvrouw van Overijssel 2011. Zij werd het ‘geweten van het Overijsselse boek en woord’ genoemd. Gees is een oud-collega van mij en ik kan bevestigen dat zij werkelijk ALLES weet over Overijsselse schrijvers en dichters en ook vrijwel alles van hen gelezen heeft. Gees, van harte proficiat!

Ook mooi vond ik het dat Jacob Vis, de thriller-auteur uit Kampen werd benoemd tot Overijssels Kunstman van Overijssel 2011. Jacob Vis is een laatbloeier die al vier keer voor de Gouden Strop was genomineerd. Nu dus eindelijk prijs!

Kunstploeg van Overijssel 2011 werd de Nationale Reisopera.

woensdag 4 januari 2012

De Mars, maandblad van en voor Overijssel (7)

De Mars was een Overijssels maandblad dat tussen 1953 en 1981 verscheen en waaraan bijna alle bekende journalisten/publicisten uit die tijd meewerkten. De Mars bevatte artikelen over regionale onderwerpen op cultureel, maatschappelijk, economisch en toeristisch terrein. De vaak lange(re) artikelen geven een goed tijdsbeeld. In deze rubriek vermeld ik per jaargang een aantal artikelen over onderwerpen of gebeurtenissen uit dit blad.


Afbeelding: Modern interieur in 1957


Afbeelding: Een aantal opeenvolgende jaren kon er worden geskied op de Lemelerberg

De Mars 1957

Actuele issues waren in 1957 in Overijssel onder meer:
- de voortschrijdende vervuiling van de openbare wateren
- problemen die de sterke bevolkingsgroei met zich meebracht, o.a. huisvesting
- het zich achtergesteld voelen t.o.v. de Randstad

In 1957 wordt voor het TIVO, een stichting voor sociaal-cultureel werk, elke maand ruimte ingeruimd in De Mars. De artikelen gaan over onderwijs en opvoeding, jeugdwerk, muziekonderwijs etc. Het sociaal-cultureel en maatschappelijk werk is provinciaal een belangrijk onderwerp in de jaren vijftig.

In 1957 is het precies 75 jaar geleden dat de dichteres Johanna van Buren werd geboren en het Dagblad van het Oosten en de Provinciale Waterstaat werden opgericht.


Afbeelding: Industrialisatie van het platteland


Afbeelding: Carnaval in Oldenzaal

Een greep uit de artikelen die in 1957 in De Mars verschenen:
- Pleidooi voor het onderbrengen van de ‘collectie Hannema’ in kasteel Het Nijenhuis, dat eigendom was van de familie Ankersmit. Deze familie werkte hier graag aan mee, maar de provincie Overijssel moest dan ook een bijdrage leveren.
- In het Openluchttheater in Hertme werden voor het eerst de Passiespelen opgevoerd.
- In 1957 was Oldenzaal de enige plaats in Overijssel waar een carnavalsoptocht werd georganiseerd. Hier kwamen 80.000 mensen op af.
- Provinciale Staten besloot het Kanaal Almelo-Nordhorn voor scheepvaart te sluiten.
- Pleidooien vanuit Zwolle, Deventer en Twente (Enschede) om juist voor hun stad te kiezen als plaats van vestiging voor een universiteit in Overijssel.

Gastauteurs schreven verhalen in De Mars. In 1957 vertaalde Belcampo een verhaal van Maurice Renard in het Riessens. Zie hieronder.



DE VOGELVERSCHRIKKER
• Een verhaal van MAURICE RENARD.
• in de Overijsselse sfeer overgebracht door BELCAMPO

In de koele schaduw van het ruime woonvertrek leidde de boerin haar twee kleinen naar de drempel, de moederlijke handen op de strooien hoedjes. Buiten was het volop zomer. De brandend hete lucht trilde boven de grond, een onmetelijk gegons verhief zich in de ruimte. Het was zondag. Het prachtig jaargetijde doordrong de eenzame natuur vol geuren en verpletterend onder 't licht.
- Allo, zei de vrouw glimlachend, en verget miej neet de grootnisse te doon an oe Bettemeuje. En komt mie neet te late wierumme. Zu' j zeute wèèn? Jannoa zu' j oe neet ouweretn. En ie Gatjan zu'j oe zusjen neet ploagn. En geeuwt ag biej 'n stroatweg.
Toen de kinderen al een eind weg waren riep ze nog: oonderweegns neet blieuwn spöln!
Toen ging ze naar binnen, kwam even later weer te voorschijn, aarzelend met bezorgd gezicht. Zij opende al haar mond om de twee kleine reizigers terug te roepen. Zij waren zo klein, zo nietig, helemaal alleen op dat grote veld. Och onzin, de Kickert was niet aan 't eind van de wereld. En dan, men moest de kinderen er aan wennen zich zelf te leren redden. Haar man, in 't huis, riep haar: Miene! Met een klik van 't slot sloot ze de deur achter zich. Ach woer zo'j faatelk bange vuur wèèn.

Jannoa en Gatjan, negen en tien jaar, liepen hand aan hand voort. Van het dorp naar de Kiekert was niet meer dan drie kilometer. Een voetpad leidde regelrecht tussen golvende velden, een heel mooi pad, goed beschaduwd en langs de beek. Rechts verhief zich het bouwland. De helling stond bol als een ronde muur, harig van haver, later van rogge, van koolzaad, van maïs. Links murmelde en flonkerde het water van een beek die beneden door een begroeid ravijn troomde.
- Voort komme vie ook nog biej'n kreejnschiwiw, zei Gatjan.
- Joa, riep Jannao, begon te lachen en sprong van 't ene been op 't andere.
- Vie goat ne met steender smietn, zei Gatjan weer.
- Doar hei'j ne, riep Jannao.
Kreejnschiwiw verscheen aan de rand van de helling, midden in de haver van Toonemaansdiek. Hij stond hoog opgericht tegen de verblindend blauwe hemel. Kreejnschiwiw was geen menselijk wezen maar een vogelverschrikker. Tooncmaansdieks had hem neergeplant als een schildwacht over zijn akker. Verstoken van gezicht en handen met als lichaam alleen een kruis van latten bestond hij voornamelijk uit een verkleurde vilten hoed en een oude geelachtige overjas die, als het woei, met zijn mouwen heen en weer flapte. Jannoa en Gatjan kenden hem goed, Kreejnschiwiw. Wie had hem die naam gegeven? Niemand wist het. Maar sinds hij daar stond door de wil van Toonemaansdiek kwamen zij dikwijls met andere kinderen van het dorp daar bijeen om spelletjes te doen waarbij die gestalte een vreemde en antipathieke rol speelde. Een rol op afstand wel te verstaan, want niemand van die kleuters zou het ooit gewaagd hebben de haver van Toonemaansdieks te vertrappen, heilige haver. Zij stelden zich tevreden met hem uit te schelden en met stenen te gooien tot straf voor zijn veronderstelde kwaadaardigheid.
- Eèè schiwiw, schreeuwde Gatjan, woch, woch, doar! lelleken smèèrhoond ! De stenen vlogen. De meesten misten hun doel. Enige raakten de oude gele overjas of de verkleurde hoed met een zachte slag. Jannoa keek opgetogen toe bij de voltrekking van dit vermeende werk der wrake. En Gatjan, werkelijk in woede gekomen, beschimpte met alle macht die lege vent, die als hij geraakt werd, even omhoog schokte.
- Hei smèrigen drol, woch ees èèwn. Hier kakèès, kiek, kiek, non za'k oe toch. Ie mogn es dèènkn, da'k bange veur oe was.
- Allo vie mu'n vieter, zei Jannoa, moo hef nogwal zoor ezeg vie moogn oonderwengs neet blieuwn spöln.
- Joa vie goat, aanvaardde Gatjan, mèèr vie mosn em toch èèuwn loatn zeen garre vie em an dörft, den Kreejnschiwiw.
Joa wisse, beaamde Jannoa en zich omdraaiend trok zij een lange neus tegen de gestalte die nu weer eenzaam achterbleef op zijn post. Weldra kwamen Jannoa en Gatjan op de Kiekert, aan de grote weg. Tante Berta verwelkomde hen met dikke zoenen en met schelle stem riep ze haar hele kinderschaar bijeen. Jongens, meisjes en kleine peuters zwermden uit naar de schuren en de zolders. Tegen vier uur was er een kleine maaltijd.. Daarna werd er verder gespeeld in de boomgaard. De tijd verging ongemerkt en toen tante Berta haar snerpende roepen liet weerschallen liep de dag al ten einde.
- Jannoa, Gatjan ! Gaauw. ie mu'n noar 't hoes miene wichter. Ik was oe vergetn. Oe moo za' zik bangn. A'j non voort goat dan zi'j der nog veur 'n duustern. En ieleu an' n dis, alla mas! Oe va zit a' te wochn. De twee kleintjes, nog rood van hun gespeel, gingen er vlug van door.

- Gaauw loopm, zei Jannoa. Ze namen elkaar bij de hand en liepen haastig voort. Vie 'ebt bes wille 'had! zei Jannoa. Gatjan antwoordde niet. De avond werd donkerder. In de steeds groter wordende stilte kwamen nieuwe geluiden op: geritsel van 't gras, geblaas van padden, 't krassen van de kerkuil. En onder 't gebladerte in 't holle van het ravijn hadden zich al van te voren stukken van de nacht vastgezet.
- Zeg, vie 'ebt bes wille 'had zeg!
Maar opeens bedacht ook zij waaraan haar broertje dacht. En zij werd er koud van. Zij liepen zonder te spreken, luisterend naar het zwijgen van de schemering, plotseling vol angst voor dit smalle holle voetpad en de onbestemde schaduwen die daar over lagen. Vastheid gevend aan zijn zwakke stem zei Gatjan eindelijk met toegeknepen keel: Zee'j n'a'wier?
- Wee? vroeg zij, heel goed wetende wat zij bedoelde.
- Kreejnschiwiw.
- Nèè, fluisterde zij.
De twee handen knepen elkaar steviger. Kreejnschiwiw. De duisternis gaf aan zijn aanwezigheid, aan zijn bestaan een schrikwekkende werking. Wat werd hij in de nacht? Wat voerde hij uit in het donker? Misschien ging hij dwars door de velden lopen, bezield met gevoelens van wraak. Misschien beloerde hij hen wel op dit ogenblik, klaar om hen te bespringen en hen te laten boeten voor de beledigingen die ze hem hadden aangedaan. Jannoa fluisterde: loopm! Ze zetten de gang er in. Kreejnschiwiw was juist boven de rand van de glooiïng verrezen terwijl een enorme gele maan achter hem opkwam. Gatjan weigerde hem te zien, Gatjan sloeg op de vlucht. Maar Jannoa, reeds vrouw, wierp een blik over haar schouder en stotterde in een vertwijfeld gekreun: Hee reurt zik, hee reurt zik. Loop, loop! Het werd een paniek, zij stikte. In zich hoorden zij het bonken van hun bloed. Achter zich hoorden zij het geluid van een verschrikkelijke stap.
Hun moeder, ongerust, stond hen al op te wachten, een donker silhouet in de lichte deuropening.
- Mien God wat hebt ze 't heete. En wat zeet ze d'r oet! Dat hei'j der van a' j te late vot goat. Dan mu'n se zik repm, ze raakt bezweet en dan hebt ze 't zo te pakng. De tafel was gedekt. Evenals op de Kiekert slurpten de vader en de knechts een dampende soep. Jannoa en Gatjan, veilig maar nog trillend, slopen naar hun plaats en toen de buitendeur gesloten werd ontspanden hun zenuwen zich in eenzelfde lange zucht. Maar die ontspanning was van korte duur. Plotseling werd er op de deur geklopt, twee droge tikken. Twee tikken van een hand, die bepaald niets anders was dan een stuk hout. De vader riep kalm: kom ter mèèr in!
Langzaam draaide de deur en op de drempel van de nacht verscheen ............ Kreejnschiwiw: de vale hoed, de oude gele overjas. Hij hield een stok in de hand en toen hij zijn vilthoed afnam zag men, dat hij een soort gezicht had, een oud gezicht van armoede en ellende. En schiwiw, zonder in het licht vooruit te treden, alsof hij alleen maar in de schaduw vermocht te leven, Kreejnschiwiw beefde.
- Heren en dames, zou er misschien nog een klein hoekje in de stal over zijn voor een arme vermoeide man.
- Mèer blaksem! riep de vader uit met een luide lach, ie 'ebt de vodn 'epikt van Toonemaansdieks zienen veugelverskrikker. De grijsaard sloeg de ogen neer.
- Neem me niet kwalijk, zei hij, ze waren beter dan de mijne.
- Vooruit, smiet oe dale mien man en et oe zat!
Jannoa en Gatjan keken elkaar strak aan. Opeens barstte Jannoa in huilen uit. Gatjan kreeg een waanzinnige lachbui. En de moeder, stom verwonderd, zonder te begrijpen, bracht ze gauw naar bed.

dinsdag 3 januari 2012

Topografische kaart van 1849 (9): Dalfsen en Nieuwleusen

Een van de meest bijzondere kaarten uit de Overijssel Collectie is de Topografische kaart van Overijssel, 1849, vervaardigd in opdracht van de provincie Overijssel. Door de systematische kartering door het Kadaster en triangulatie van Krayenhoff konden er toen voor het eerst kaarten op grote schaal gemaakt worden, die ook nog nauwkeurig waren. Deze kaart was de eerste kaart van Overijssel, waarop o.m. gedetailleerd grondgebruik en administratieve grenzen werden weergegeven. De kaart is in 32 katernen op linnen geplakt.
Deze kaart, die vrij zeldzaam is, verscheen zo'n tien jaar eerder dan de bekende Topografische Militaire Kaart.

Hieronder het katern met het gebied rond Dalfsen en Nieuwleusen daaronder het kaartgedeelte in detail.







In dezelfde tijd dat deze kaart tot stand kwam gaf A.J. van der Aa zijn Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden uit (1839-1851) met topografische beschrijvingen. Dit 13-delige woordenboek is tegenwoordig full-text op Google Books te vinden.

Van steden, dorpen en zelfs veel gehuchten, maar ook van rivieren en andere geografische namen is in dit naslagwerk een beschrijving te vinden, die de toenmalige situatie weergeeft. Enkele voorbeelden:
Dalfsen
Nieuwleusen
Vilsteren


maandag 2 januari 2012

Hét motorboek van 2011: Motorrraria

Youp van ’t Hek had het er ook al over. Als er één dag is die door veel mensen traditioneel wordt ingevuld is het Nieuwjaarsdag wel. De tv helpt daarbij ook niet. Al pakweg 40 jaar is er hetzelfde aanbod. Eerst Johan Strauss en consorten vanuit Wenen, dan schansspringen – kunnen ze geen schaatswedstrijd of wielercross organiseren? – en dan een circus. Het nieuws beperkt zich ook tot rellen, beelden vanuit de Eerste Hulp en branden. Gisteren heb ik van dit alles weinig meegekregen. Ik was in de gelukkige omstandigheid in het bezit te zijn van het boek Matorrraria.



Wie dit jaar op zoek is naar een verjaardagscadeau voor een motorrijder hoeft niet lang na te denken. Het boek hoort bij elke motorrijder in de kast te staan. Voor de duidelijkheid, ik heb geen belangen in de uitgeverij van het boek en ben niet bevriend met (een van) de samenstellers. En ik heb nog nooit een motor bestuurd.

Wat is er dan allemaal zo goed aan het 350 pagina’s dikke en in groot formaat uitgegeven boek? Liefhebbers van reisverhalen bijvoorbeeld -zoals ik er zelf een ben - komen aan hun trekken. Dit is maar een van de onderwerpen. De tientallen auteurs leveren bijdragen over de techniek van de motor, over de verschillende types, over ‘het gevoel’, de saamhorigheid, maar ook over een ander aspect dat ook bij motorrijden hoort: zware ongevallen en de dood. En er zijn opvallend veel verhalen van en over ‘vrouwen en motoren’. Auteurs zijn onder meer A.L. Snijders, Threes Anna, Jaap Scholten, Herman Pieter de Boer, Marga Kool, Gerrit Kraa en Tommy Wieringa. Maar laat je niet afschrikken, het is geen literair motorboek. Allerlei gewone en vooral bijzondere motorrijders én niet-motorrijders komen aan het woord. De bijdragen bestaan uit (korte) verhalen, columns, gedichten, reisjournaals, technische informatie en interviews (o.a. met Jan Cremer). De mooie vormgeving en de vele prachtige - vaak kunstzinnige - illustraties maken het boek compleet – een cliché, maar in dit geval is het echt zo.

De ‘motor’ achter het boek is Paul Abels – kijk hier voor een interview met hem op TV Oost - , die een paar jaar geleden met zijn motor een vastloper kreeg op een levensgevaarlijk punt op de A1 en toen besloot een boek te maken over motoren. Kijk hier voor een uitgebreide recensie van het boek.

zondag 1 januari 2012

Eerste decennium 21ste eeuw: wat is er veranderd in tien jaar? Wie helpt?

Ik heb dit keer een lange kerstvakantie, een mooie gelegenheid om de Geïllustreerde gids van de Noordwesthoek van Overijssel (1912) op het weblog Overijssel – Plaatsbeschrijvingen 1880-1930 te zetten. Als je werk ook een beetje je hobby is, is dat geen probleem. Ik heb inmiddels meerdere gidsen uit de periode rond 1900 op internet gezet en wat dan opvalt – mede onder invloed van allerlei terugblikken in kranten en op tv op het afgelopen jaar – dat er in het eerste decennium van de 20ste eeuw veel veranderde in het dagelijks leven van de mensen. Als je dat decennium iets ruimer neemt dan valt op dat:
- er monumentale postkantoren gebouwd werden (b.v. Kampen 1904, Deventer 1906, Zwolle 1908), de post fungeerde met meerdere bestellingen per dag toen als het huidige internet
- er overal spoor- en tramlijnen aangelegd werden, zodat veel (meer dan tegenwoordig) plaatsen met het openbaar vervoer bereikbaar werden
- het toerisme in opkomst was: hotels werden gebouwd, door de ANWB werden fietspaden aangelegd
- het elektriciteitsnet snel werd uitgebreid
- de eerste notabelen, bedrijven en winkeliers al over telefoon beschikten en sommige notabelen al over een auto
Tien tot vijftien jaar daarvoor, in de laatste jaren van de negentiende eeuw, vonden bovenstaande ontwikkelingen nog niet of nauwelijks plaats. In korte tijd veranderde er veel, waarbij je meteen moet relativeren. De bevolking op het platteland en in de sloppenwijken in de steden bezag dit allemaal van een afstand, voor hen gingen de veranderingen veel langzamer.


Afbeelding: Het in 1906 gebouwde postkantoor in Deventer


Afbeelding: postkantoor Utrecht, dat op 28 oktober 1911 als laatste zelfstandige postkantoor gesloten werd

In de twintigste eeuw hebben we er ook alweer ruim een decennium opzitten. Ik vraag mij af of er vanaf 2000 net zulke grote veranderingen – in het dagelijks leven - hebben plaatsgevonden als in dezelfde periode honderd jaar geleden. Naar mijn gevoel niet. Heb ik gelijk?
Zaken die mij wel zijn opgevallen:
- sociale media en smartphones en de combinatie daarvan zijn onderdeel van het dagelijks leven geworden, tien jaar geleden nog niet; bijna iedereen is in het bezit van een computer of laptop.
- de postkantoren, die honderd jaar geleden gebouwd werden, zijn in dit decennium allemaal gesloten
- zelfs onze energievoorziening is geprivatiseerd en grotendeels in buitenlandse handen gekomen.
Veel verder kom ik niet. Wie helpt mij?