zondag 28 februari 2010

Van Marke naar Maatschap: 150 jaar landbouw in Haaksbergen

De geschiedenis van de landbouw is een onderwerp dat voor velen tegenwoordig onbekend terrein is. Toch hoeven de meesten van ons maar een paar generaties terug te gaan en we blijken van boerenafkomst te zijn. In 1830 was de landbouw voor 59% van de bevolking het middel van bestaan, in 1947 gold dat nog steeds voor 37%.



In Van marke tot maatschap wordt de landbouwgeschiedenis van Haaksbergen en omgeving beschreven vanaf het einde van het markenstelsel tot de duurzame stal met veel ruimte, licht en lucht voor de koeien. In 200 fraai geïllustreerde pagina’s zien we het boerenleven rond 1900 voorbijtrekken, evenals de opkomst van de varkenshouderij, de mechanisatie, de coöperatieve zuivelfabrieken, de boerenorganisaties (eerst algemeen – later moesten de katholieken van de pastoor ‘apart’), de Rabobank en haar voorgangers, het landbouwonderwijs, en een apart hoofdstuk over de vrouw als spil in het boerengezinsbedrijf en het zware leven dat zij vaak ‘lijdde’. Al deze (en meer) onderwerpen worden uitputtend beschreven. Vaak levert zo’n benadering een qua inhoud weliswaar verantwoord maar saai boek op. Niet in dit geval: de vele foto’s, kaders, anekdotes en de kleurige opmaak maken het boek zeer leesbaar. Het boek is dan ook niet zomaar tot stand gekomen. Vanaf 2003 hebben een redactieteam en een ondersteuningsgroep het materiaal bijeen vergaard waarmee de auteur M.C. Waijerdink-Mentink dit fraaie boek geschreven heeft.

dinsdag 23 februari 2010

Heruitgave ‘Weghwyser door de Provintie van Overyssel’

De Deventer Athenaeumbibliotheek bestaat 450 jaar en is daarmee de oudste stadsbibliotheek van Nederland. Het hele jaar door zijn er activiteiten rond het jubileum. De aftrap was afgelopen donderdag – het was er zo druk, dat de meeste gasten moesten staan. Kwamen zij voor een gratis exemplaar van Weghwyser door de Provintie van Overyssel? Vast niet alleen daarvoor. Toch is voor de meeste aanwezigen deze ‘reisgids’ uit de 18e eeuw een mooie aanwinst voor hun boekenkast. Slechts twee exemplaren van dit zeldzame boekje zijn nog beschikbaar in een openbare collectie, allebei bij Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek (SAB).



De oorspronkelijke Weghwyser, uitgegeven in 1724 door de Deventer drukker Jan de Lat, bevatte een ‘Korte Beschryvinge’ van de provincie Overijssel, geschreven door de toen al overleden Wilhelm Nagge, ook een aantal kleine kaarten van de hand van de belangrijke Overijsselse kaartenmaker Nicolaas ten Have en ook een afstandstabel.
Uiteraard is dit alles opgenomen in de herdruk. De ‘Korte Beschryvinge’ is echter letterlijk voorzien van kanttekeningen (naast de oorspronkelijke tekst geplaatst) ter verduidelijking van de uit 1648 stammende tekst.
Stadshistoricus Clemens Hogenstijn heeft daarnaast inleidingen toegevoegd over het ontstaan van Overijssel uit de Stichtse Landsheerlijkheid, over Wilhelm Nagge en Nicolaas ten Have. Interessant is ook het chronologisch overzicht van de publicaties van de geschriften van Wilhelm Nagge.


Afbeelding: één van de vele ten Have-kaarten (niet uit het boek)

maandag 22 februari 2010

Gouwe Buurt in Lutten zet historie panden op internet



Veel buurten hebben een eigen website. Vaak ook is er aandacht voor een korte geschiedenis van de buurt. De buurtvereniging van de Gouwe buurt in Lutten bij Hardenberg gaat een stap verder. Alle woningen, boerderijen en andere panden zijn op een plattegrond aan te klikken. Per gebouw wordt een beschrijving getoond, die zowel foto’s als tekst bevat. Ook de (voormalige) bewoners worden vermeld. Er is wel verschil: van sommige panden zijn alleen foto’s beschikbaar, maar over de meeste is uitgebreide informatie beschikbaar. Vooraf zijn interviews gehouden met (oud)-bewoners. De redactie hoopt op nog meer aanvulling van de bewoners en van oud-bewoners.

Vroeger was dit gedeelte het centrum van Lutten aan de Dedemsvaart, nu vormt het de westflank van het lintdorp. Het kanaal werd hier vroeger druk bevaren door binnenschippers die bij 'Schrijvers brug' afbogen richting De Krim.Er was veel middenstand en ook het eerste postkantoor van Lutten stond hier. Villa Eikenoord vormt het middelpunt van de buurt (no. 46 op de plattegrond) en aan de bewoners van deze villa, de huisarts Gouwe heeft de buurt haar naam te danken.



Misschien niet spectaculair, er zijn meer voorbeelden bekend van een buurt- of dorpsgeschiedenis op internet, bijvoorbeeld in de vorm van een wiki, maar toch een mooi initiatief. Er zijn de laatste jaren alleen in Overijssel al tientallen boeken verschenen over buurten, waarbij per woning of ander gebouw uitgebreide informatie wordt gegeven. Toch moet men zich beperken in een boek. Een website kan blijven groeien, nieuwe foto’s en teksten kunnen worden toegevoegd.

zondag 21 februari 2010

Overijsselaars op reis (13): Op safari in 1924

De reis van Mr. W.F.J. Laan en Harry van Mol naar Afrika (1924)

Wat vooraf ging
Jan Adriaan Laan, een puissant rijk en invloedrijk ondernemer uit de Zaanstreek, kocht in 1915 voor bijna een half miljoen gulden het Landgoed Singraven. Enerzijds was het een belegging, maar het zou ook een mooi gelegen rustige stek kunnen worden voor zijn ziekelijke vrouw. Maar het noodlot sloeg toe. Voordat het huis bewoond kon worden stierf in 1918 Jan Adriaan Laan, daarvoor was zijn vrouw al overleden. Twee zoons erfden het zakelijk imperium, de jongste zoon Willem Frederik Jan, die niets had met de zakenwereld en zijn oudere zus Agatha erfden Singraven in 1919. In januari 1922 overleed Agatha aan tuberculose. De nog jonge Mr. W.F.J. Laan bleef alleen achter op Singraven.

De reis naar Afrika in 1924: Van Khartoem naar Mafeking
Misschien om zijn zinnen te verzetten na alle tegenslag, besloot ‘mijnheer’ Laan, zoals hij door vrijwel iedereen werd aangesproken, een reis te maken, die meer dan een jaar zou duren. Het hoofdbestanddeel van de reis bestond uit een safari dwars door Afrika. Hadden zijn rijke tijdgenoten een voorkeur voor een luxe safari in veilige koloniale gebieden, Laan koos voor een zeer riskante expeditie in moeilijk begaanbaar gebied, onder meer langs het tropische ijsveld van het Ruwenzorigebergte; een tocht die nog geen westerling gemaakt had. Als reisgezel nam hij zijn ‘huisknecht’ Harry van Mol mee. Van Mol maakte honderden foto’s en hield een dagboek bij, waardoor het verslag van de reis bewaard is gebleven.


Foto: Mr. W.F.J. Laan op safari

Tijdens het begin van de reis werd er nog niet afgezien. Integendeel, geld speelde geen rol: eerste klas vervoer per trein en boot, dure hotels. Het deed Harry van Mol in zijn dagboek verzuchten, wanneer hij berekent dat er al 1300 gulden is uitgegeven: ‘Enorm duur, maar als je zooals mijn baas doet, alles eerste klas wilt hebben en nog eerste klas bediening met de noodige wijnen bij het eten enfin, dat loopt er ook reusachtig in’.


Foto: Harry van Mol op safari

De safari door de binnenlanden van Afrika begon op 7 februari 1924 in Rejaf (Soedan). Zestig dragers gingen mee en een Hunter, een blanke begeleider, die de streek kende en die als gids fungeerde. Met deze Hunter kwam er al snel bonje vanwege zijn zeer ruwe behandeling van de ‘zwartjes’. En een Hunter moest je niet tegen je hebben in een omgeving waar de dood overal op de loer lag, in de gedaante van een wild dier, een tropische ziekte of een in de buurt vertoevende stam die nog aan kannibalisme deed.
Op 19 februari schoot ‘mijnheer’ een witte neushoorn, die weliswaar een mooie jachttrofee opleverde, maar die eigenlijk niet geschoten had mogen worden. Ook toen al bestonden er regels t.a.v. beschermde diersoorten. De districts commissioner veroordeelde hem tot een fikse boete van 30 pond en intrekking van de jachtvergunning. Een brief naar de Goeverneur was voldoende voor het laten vervallen van de laatste straf en het leverde ook nog een diner bij de goeverneur op.
Vele inheemse dieren werden geschoten, waaronder olifanten en neushoorns. Van Mol was de zware taak toebedeeld de buit te prepareren – eerst de dikke huiden van de kop te verwijderen, dan het vlees wegschrapen en de huid weer op de juiste plek terugbrengen.
Het vlees van het geschoten wild was meestal voor de dragers of voor in de buurt wonende stammen. Van Mol prepareerde ook veel vogels, vlinders en andere kleinere dieren, die hij verzond naar meester Bernink’s Museum Natura Docet in Denekamp. Een slagtand en de vier voeten van een olifant werden schoongemaakt om later te kunnen dienen als parapluie-standaard en presenteerbladen.
Na tropische hitte met veel overlast van muskieten, zorgden de sneeuwbergen in Oeganda voor nieuwe ontberingen. Veel dragers, die niet op de kou gekleed waren, werden ziek en drie van hen overleden.
Meestal werd het kamp in het veld opgeslagen, soms werd er overnacht en gedineerd bij hoge functionarissen of bij missieposten. Zo ook bij de Belgische paters monsieur Vlamand en monsieur Brasseur, waar de expeditie van nieuwe dragers werd voorzien. Ze werden door de messieurs tegen hun zin te eten gevraagd: ‘Het zag er allesbehalve netjes uit. Beide heeren leefden met zwarte vrouwen van welke zij ook kinderen hadden’.

Half augustus eindigde de safari in de buurt van het Tanganyika Meer. Beide reizigers trokken nog rond door de Congo, bezochten de Victoria Falls in Rhodesië. Dan scheidden hun wegen zich. Van Mol reisde via Kaapstad terug naar Denekamp. Mr. Laan reisde door naar Lorenco Marquez (Mozambique), verbleef daarna nog een tijdje in Londen en keerde de week voor Kerstmis terug op Singraven, waar hij werd ingehaald door een muziekcorps, zijn personeel en pachters, die een ereboog hadden opgericht, en de burgemeester.


Afbeelding: portret van Mr. W.F.J. Laan, geschilderd door W.G. Hofker

Hoe ging het verder?
Harry van Mol overleed in 1927 na een kort ziekbed, mogelijk ten gevolge van complicaties bij een in Afrika opgelopen malaria. Van Mol nam een bijzondere positie in op Singraven. Aangenomen als chauffeur/huisknecht kreeg hij al snel een vertrouwenspositie en werd voorbestemd het rentmeesterschap op zich te gaan nemen, waartoe hij op kosten van Mr. Laan een opleiding volgde. Van Mol kreeg een mooie studeer- en woonkamer op Singraven tot zijn beschikking en mocht naar believen gebruik maken van de auto. Wellicht had hij ‘mijnheer’ gered van de dood bij een aanval van een leeuw tijdens de safari? Heel weinig van wat er op Singraven gebeurde sijpelde door naar de buitenwereld. Auteur Sjouke Wynia schrijft in Rondom Singraven: ‘Wie was Van Mol? In de verhalen over Singraven ten tijde van van mijnheer Laan duikt steevast de naam Harry van Mol op. Er zou een bijzondere relatie bestaan tussen hem en mijnheer Laan…’
Van Mol werd begraven op de ommuurde particuliere begraafplaats op het landgoed. Een ooggetuige meldt over de begrafenis: ‘Het was een miezerige dag. De Molendijk was één en al modder. De lijkkoets trok diepe karrensporen. Wij volgden over het deels droge fietspad, maar mijnheer Laan ploeterde als enige vlak achter de baar door de modder. Een trieste ervaring’. Toen Laan in 1966 overleed had hij de plek naast het graf aangewezen als zijn eigen laatste rustplaats.

Mijnheer Laan gedroeg zich als een kasteelheer après la lettre. Als student al ging hij het liefst om met baronnen en jonkheren; bij jachtpartijen op het landgoed nodigde hij eerst zijn adellijke vrienden uit, vervolgens de textielfabrikanten en daarna de lokale elite. Wanneer ‘mijnheer’ langere tijd afwezig was, werd de familievlag gestreken. Afstandelijk was hij tegenover zijn pachters en de inwoners van Denekamp, ten opzichte van zijn huispersoneel was hij wel vriendelijk. Slechts één vertrouweling had hij na de dood van Harry van Mol – onderwijzer W.H. Dingeldein, een zeer belezen autodidact en kenner van de Twentse geschiedenis en natuur. Laan renoveerde Huize Singraven en deed veel aan onderhoud van het landgoed en modernisering van de landbouw. Bovendien legde hij in het huis een grote kunstverzameling aan. Hij keek vooruit: na zijn dood moest Singraven als geheel behouden blijven. Hij liet alles na aan de Stichting Edwina van Heek.

Van het dagboek van Harry van Mol over de Afrikaanse reis bestaan twee exemplaren. Het is nooit in zijn geheel uitgegeven. Het werd gedeeltelijk gepubliceerd door Sjouke Wynia in ’t Onderschoer, tijdschrift van de Stichting Heemkunde Denekamp in de jaren 2000 tot 2002. Ook zijn delen van het dagboek door Gerben Wynia gepubliceerd in De zwaluwen van Singraven, een prachtig geïllustreerd (tekeningen van Erik van Ommen) vogelboek uit 2006.

woensdag 17 februari 2010

Biografisch Portaal van Nederland online



Vanmiddag heeft Alexander Rinnooy Kan de website Biografisch Portaal van Nederland ‘gelanceerd’.

Het Biografisch Portaal van Nederland is een digitale toegang tot verspreid gepubliceerde informatie over bekende en minder bekende personen uit de Nederlandse geschiedenis, van de vroegste tijden tot heden.

In het Biografisch Portaal worden bestaande (gedrukte én digitale) collecties en databanken opgenomen die biografische informatie bevatten over de bewoners van Nederland van de vroegste tijden tot heden. Onder ‘Nederland’ wordt – voorlopig – verstaan: het gebied dat tegenwoordig binnen de staatkundige grenzen van Nederland ligt plús die gebieden die in het verleden (en alleen voor die periode) koloniaal bezit van Nederland waren. Onder ‘bewoners’ wordt verstaan: mensen die in Nederland zijn geboren (ook als ze elders actief zijn geweest) én niet-Nederlanders die in Nederland actief zijn geweest. Er is wel een beperking: om in aanmerking te komen voor opname in het Biografisch Portaal moet men overleden zijn.

Het Biografisch Portaal van Nederland is een samenwerkingsproject van tien wetenschappelijke en culturele instellingen.

Voor meer achtergrondinformatie zie o.a. de website van de Wereldomroep en het Reformatorisch Dagblad.

Interessant zijn meningen over dit portaal. Lees wat De Digitale Archivaris Christian van der Ven en Luud de Brouwer van het Regionaal Archief Tilburg er over geschreven hebben.

zondag 14 februari 2010

Wij hebben een lange ooo en slikkn alles in



Met dank aan Annemarie. Twente heeft een nieuwe eigen carnavalshit, gezongen door Leonie ter Braak, onder meer presentatrice van het RTVOost programma En dan nog even dit.

De goedkoopste woningen staan in Almelo, de duurste in Wierden


(Foto: Twentsche Courant Tubantia)

De rijken ontvluchten Almelo en gaan in het aangrenzende Wierden wonen. Althans dat zou je kunnen opmaken uit de woningmarktcijfers van de provincie Overijssel. Kost een woning in Almelo gemiddeld € 171.600 en heeft Almelo daarmee de goedkoopste woningen in de aanbieding, in Wierden, waar de duurste huizen in Overijssel staan, kost een woning gemiddeld € 291.400

We dwalen trouwens weer eens af van de ‘core business’ van dit blog.

Almelo dus de goedkoopste woongemeente. Verbaast me niet. Als het over dit soort zaken gaat hoor je vaak ‘Wie wil er nou in Almelo wonen?’. Maar mijn Almelose collega’s bijvoorbeeld weten wel beter. Die vooroordelen van vroeger uit over armoede en werkloosheid…
Almelo heeft al jaren een bibliotheek die aan de weg timmert en directeur Jan Krol schetste in 2005 al beelden van een ‘ideale bibliotheek-winkel’ en 'long-tail' avant la lettre.

Zo is het bruggetje weer gemaakt.

Hier een lijstje van goedkoopste gemeenten:
Almelo 171.600 (0%)
Enschede 179.700 (-6%)
Hengelo 198.300 (-2%)
Losser 200.100 (-13%)
Zwartewaterland 204.100 (+4%)
Hardenberg 206.200 (-5%)
Deventer 206.900 (-2%)
Kampen 209.500 (+5%)
Twenterand 211.500 (-12%)
Zwolle 215.500 (-6%)
Steenwijkerland 217.600 (-7%)
Haaksbergen 224.000 (-11%)
Borne 224.600 (-11%)

De duurste gemeenten:
Wierden 291.400 (=9%)
Ommen 271.400 (+12%)
Raalte 265.200 (0%)
Hof van Twente 265.000 (+7%)
Dalfsen 260.800 (-6%)
Dinkelland 249.400 (-14%)
Staphorst 249.100 (+1%)
Olst/Wijhe 241.300 (+9%)
Oldenzaal 239.000 (-2%)
Rijssen/Holten 236.300 (-10%)
Hellendoorn 235.700 (-7%)
Tubbergen 229.300 (-10%)