zondag 29 november 2009

250 blogposts



Op 9 april 2008 begon ik dit weblog met de onmogelijke naam als een probeersel vanuit de cursus 23 dingen. Op 24 oktober 2008 ging ik officieel van start, d.w.z. er ging een persbericht uit - en dat werd in een aantal kranten ook nog geplaatst - en het weblog kreeg de look van de OBD. Met gemiddeld zo’n vier blogposts in de week, zit ik nu op 250 blogposts, een mooie aanleiding voor een terugblik.

Bloggen kost tijd
Bloggen kost tijd – vooral vrije tijd. Soms ben ik snel klaar met een blogpost: ik vind een bericht via Bloglines of Google Alerts over een onderwerp dat ook past op mijn blog. Ik zoek nog wat meer informatie en maakt er een blogpost van. Maar er zijn ook blogposts die je eigenlijk beter ‘projecten’ kunt noemen, althans zo komt het op mij over. Ik ben soms dagenlang tussen de bedrijven door met een onderwerp bezig – ik zoek, lees en verzamel – en uiteindelijk schrijf ik een samenvatting van wat ik gevonden heb. Een duidelijk voorbeeld is de rubriek Overijsselaars op reis.
Bij dit soort onderwerpen is inspiratie onontbeerlijk en die inspiratie is er niet altijd op commando tijdens kantoortijden, wanneer je aan je bureau zit – vandaar dat bloggen vaak vrije tijdswerk is. Helemaal niet erg – al heb ik soms de neiging het bijltje erbij neer te gooien en afstand te nemen: daar zijn dan de vakanties voor.

Reacties
Ik ontvang weinig reacties op mijn blog. Dit klinkt alsof ik dat een beetje sneu vind voor mezelf. Maar ik ontvang meer e-mails naar aanleiding van mijn blogposts dan reacties op het weblog zelf. Dat zou kunnen liggen aan de doelgroep van mijn blog. Ik ben geen biblioblogger, geen archief- erfgoed- of geschiedenisblogger, nee ik ben een Overijssel-blogger die schrijft over Overijssel in samenhang met boeken, geschiedenis, evenementen etc. Wat dat betreft ken ik geen collega-bloggers. Veel bloggers ontvangen reacties van collega’s en vakgenoten. De personen die mijn blog volgen zijn grotendeels onbekenden. Waarschijnlijk reageren zij liever niet openlijk op het weblog, want niet iedereen wil ten eeuwigen dage op internet teruggegoogled kunnen worden. Per e-mail kun je persoonlijk reageren zonder dat iedereen het leest.

Bezoekers
Nog steeds is er een stijgende lijn te bespeuren – een half jaar geleden bezochten gemiddeld ruim 30 personen dit weblog, momenteel zijn er gemiddeld circa 50 unieke bezoekers per dag. Of dat veel of weinig is weet ik niet. Onze Bekende Bloggers krijgen veel meer bezoek, maar voor een blog met beperkingen qua onderwerpen en doelgroep, valt het aantal me niet tegen.

Meest bezochte blogposts
Je kunt verschil maken tussen blogposts die in korte tijd veel bezocht worden en blogposts die blijvend bezoekers genereren.
Tot de eerste categorie behoort Paasvuren in Overijssel die in een paar dagen tijd 866 keer werd bezocht en Festivals en evenementen in Overijssel zomer 2009 met 370 bezoekers in twee maanden. Voor beide blogposts heb ik veel informatie bij elkaar geveegd en gelukkig wordt dat vele werk dan beloond.

Interessanter zijn de blogposts die maand na maand meer dan 20 keer ‘gevonden’ worden. Hier de top 5:
200 jaar Dedemsvaart
Een bijzonder initiatief: Wiki over Tilburgers geboren in 1809
De mooiste plekken van Salland
Beeldbanken en fotoarchieven
Oude telefoongidsen en adresboeken

Website Canon van Overijssel van start: primeur voor Nieuwleusen



De website Canon van Overijssel bouwt verder op de Canon van Nederland, zoals deze op website entoennu.nl gepresenteerd wordt. Entoennu.nl werd al eens uitgeroepen tot de beste historische themawebsite van Nederland.

Eerder al zijn her en der door particulieren, instellingen en zelfs een krant (De Stentor) canons gepubliceerd. Deze kunnen nu beschouwd worden als vingeroefeningen voor de ‘officiële’ canons van Overijsselse gemeenten, regio’s en de provincie Overijssel.

De IJsselacademie in Kampen, kenniscentrum voor regionale geschiedenis, is de motor achter het canonproject. Zij kregen begin dit jaar de opdracht van de provincie Overijssel om in samenwerking met onder meer historische verenigingen en oudheidkamers de locale canons samen te stellen en op de website te plaatsen, zodat de canons ook onderling te vergelijken zijn. Bovendien vormt de website een belangrijk hulpmiddel voor het onderwijs waar de canon vanaf volgend jaar in de lessen wordt opgenomen.

De canons van Sallandse gemeenten en van die uit Noordwest-Overijssel worden als eerste op de website gezet, in Twente is men inmiddels begonnen met de voorbereidingen. In 2011 moet de website af zijn. De Zwolse canon is klaar, maar werd dit jaar in boekvorm uitgegeven en daar moeten wellicht eerst nog exemplaren van verkocht worden.
De eer van het plaatsen van de eerste canon op de website gaat naar Nieuwleusen. Een canon mag maximaal vijftig vensters bevatten. Nieuwleusen wil zich terecht niet op één lijn stellen met de grote steden en houdt het op twintig vensters.

donderdag 26 november 2009

Uit de Overijssel-collectie van de OBD (6): Kaarten en atlassen

Wat betreft historische kaarten bezit de OBD circa 150 kaarten van Overijssel en in het bijzonder van Twente vanaf 1598. Niet zo’n grote collectie dus, maar wel representatief naar verschillende periodes. Bijzondere kaarten zijn de Topografische kaart van Overijssel (1846), vervaardigd in opdracht van de Staten van Overijssel, de Rivierkaart van de IJssel met 22 kaartbladen (1840-1846), de eerste uitgave van de Waterstaatskaart (1884-1885), en diverse kaarten met plannen voor een kanaal naar Twente. De kaarten van de OBD zijn samen met een grote verzameling kaarten van Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek ontsloten via www.overijsselinkaart.nl


Het groene hart van Twente, de driehoek Borne-Delden-Hengelo. Fragment Historische atlas Overijssel (circa 1900)


Hetzelfde gebied ruim 50 jaar later (1957). Fragment Topografische kaarten van Nederland, 1955-1965


Weer 50 jaar later (1997) - snelwegen doorkruisen het gebied. Fragment ANWB Topografische atlas Overijssel

Wellicht interessanter, want gewoon voor iedereen te leen, zijn de (historische) atlassen in de collectie van de OBD. Naast alle edities van de Grote Provincie Atlas editie Overijssel, en de ANWB Topografische atlas Overijssel zijn onder meer de volgende atlassen beschikbaar:

Historische plattegronden van Nederlandse steden, deel 9: o.a. Deventer, de steden van Twente en de steden langs de Vecht
Doorgaande wegen in Nederland 16e-19e eeuw, een historische wegenatlas met veel verklarende teksten bij de kaarten
Hottinger Atlas 1773-1794, een bundeling van de bekende Hottinger kaarten die eind 18e eeuw door militaire ingenieurs zijn gemaakt.
Kuyper Gemeente-Atlas (1867)
Historische atlas Overijssel 1:25.000, atlas van de Chromotopografische kaart 1: 25 000 van rond 1900. Twee uitgaven (1990 en 2005)
Grote atlas van Nederland. 1930-1950, bevat oorspronkelijke kaarten en plattegronden uit genoemde periode. Bijzonder zijn de Duitse militaire kaarten uit de Tweede Wereldoorlog.
Topografische Dubbel atlas : Topographische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden 1868 vergeleken met Topografie van het huidige Nederland op basis van de SmuldersKompas-cartografie
Topografische kaarten van Nederland, 1955-1965. Heel bijzonder, omdat de situatie wordt weergegeven zoals velen van ons die nog kennen vanuit hun jeugd, dus voor de aanleg van veel snelwegen en van veel nieuwbouwwijken.

maandag 23 november 2009

Gevelstenen in Zwolle door Marcel Overbeek



Een nog al specialistisch onderwerp, gevelstenen. Geen volksstammen die zich er mee bezighouden. Maar wanneer je begint te lezen in Gevelstenen in Zwolle, dan blijkt er nog heel wat aan het onderwerp vast te zitten. Bovendien is het geschreven door een collega van mij: Marcel Overbeek, die overigens al meer publicaties op zijn naam heeft staan. Dus besteed ik er graag even aandacht aan. Marcel schreef deze uitgave ter gelegenheid van Open Monumentendag 2009 in opdracht van de gemeente Zwolle. Die dag is weliswaar geweest, maar dat is geen bezwaar om het boekwerkje aan te schaffen of te lenen. De routes die langs de gevelstenen voeren staan op kaartjes aangegeven.

Er blijken gevelstenen in alle soorten en maten te bestaan, elke soort met een geheel eigen geschiedenis. Honderd Zwolse gevelstenen zijn door Marcel Overbeek gefotografeerd, soms vanuit zolderkamertjes. Een tijdlang moet hij met zijn hoofd schuin omhoog door Zwolle gefietst zijn op zoek naar fraaie exemplaren. Bij elke foto staat een tekst met de geschiedenis van de steen en allerlei achtergrondinformatie.

Marcel geeft op 1 december een lezing over dit onderwerp in het Stedelijk Museum in Zwolle.

Aanvulling
De ene collega schrijft een boek over gevelstenen, een andere collega blijkt al een hele fotostream op Flickr te hebben gezet met gevelstenen! (kijk bij reacties).

zondag 22 november 2009

Showroom Overijssel (2): Heeroom Osse van Beckum

In Wie-is-wie-in-Overijssel worden biografieën opgenomen van personen die van bijzondere betekenis zijn geweest vanwege prestaties die ze hebben verricht op welk terrein dan ook.
Niet aan bod komen dorps- en stadsfiguren, zonderlingen en andere opvallende personen, die we kennen van televisie-programma’s als Showroom of Joris' Showroom. Ze behoren wel tot de collectieve herinnering van veel mensen.



De in Losser geboren Christianus Egbertus (Chrisjaan) Osse (1865-1940), door de bevolking van Beckum uitsluitend aangesproken als Heeroom, was van 1907 tot zijn dood pastoor van dit dorp bij Hengelo. Hij werd al tijdens zijn leven een legendarische figuur vanwege zijn voor in zijn tijd a-typische optreden als pastoor. Hij kende geen onderscheid in rang en stand en ook niet in religie. Hij sprak gewoonlijk Twents en begon de mis met ‘Leu, goat zitten’. Preken deed hij uit de losse pols, waarbij hij tot ongenoegen van de aanwezigen ellenlange betogen vol vreemde kronkels in het verhaal hield, zodat aan het eind niemand er nog wat van snapte. In de oogsttijd hield hij het met opzet wel kort. Ook doorspekte hij zijn preken met zijn eigen mening en kwamen zaken ter sprake die door zijn ambtsgenoten nooit in een preek verwerkt zouden worden. Toen hij eens bekeurd was door een jachtopziener wegens stropen, vroeg hij tijdens de preek: ‘Wat is een jachtopziener? Jachtopzieners schieten hazen en konijnen en daarbij ook bokken’.

Ongewoon en excentriek
Pastoor Osse viel op door zijn verschijning en door zijn voor een pastoor ongewone doen en laten. Franciscus van Assisi was zijn grote voorbeeld: hij leefde sober, kleding en uiterlijk vertoon interesseerden hem weinig. Zo liep hij tijdens een processie in Kevelaer zeer opvallend met een groot gat in zijn kous onder zijn kuitbroek. Hij begreep niet waarom men zich daar druk over maakte.
Jagen, stropen en vissen waren zijn grote hobby’s en hij deed dat vaak in gezelschap van dorpsgenoten maar ook jaagde hij met de Van Heeks en andere Twentse notabelen met wie hij ook goed overweg kon. Hij vroeg graag mensen te eten als hij weer wild geschoten had. Pastoor Osse was een voorstander van algemeen openbaar onderwijs voor iedere gezindte en met de onderwijzers in het vrijwel geheel katholieke dorp boterde het niet altijd. Na een wild-diner met hen vroeg hij of ze wisten wat ze gegeten hadden. Het was toch haas? Bijna goed: het was dakhaas (kat) en hij toonde zijn gasten een kattenvel. Niemand weet of hij het vel van een overleden kat had getoond - het opzetten van dieren was ook één van zijn hobby’s – of dat er echt kat op het menu had gestaan.
Trouwens bij speciale gelegenheden kookten niet zijn huishoudsters maar hijzelf, ook ongewoon voor een pastoor. Wat ook ongewoon was dat hij zelf op het dak klom om het te repareren en zelf zijn vee verzorgde. Hij liep vaker met laarzen aan dan met schoenen.

Hij reisde graag, niet alleen naar Rome maar ook was hij in Amerika, een land dat hij bewonderde ‘omdat iedereen van welke rang of stand ook, gelijk was. Heel anders dan hier in Nederland’. Over die reizen en wat hij beleefd had kon hij nog jaren vertellen tijdens zijn preken.

De oude kerk van Beckum moest vervangen worden en pastoor Osse had een plan gemaakt voor een nieuwe kerk met de hoogste toren van Twente. Het plan werd afgewezen. Toch hield hij een collecte met de volgende woorden: ‘Leu ’t geet zo niet langer, as ’t dak (van de oude kerk) noar beneden pleert, dan goat d’r dreehonderd boeren dood en moar eenen pastoor’. Overigens bij collectes keek hij altijd de andere kant op. Hij hoefde niet te zien wat men gaf. Hij vond dat de kerk wel op een andere manier aan geld kon komen: zo verkocht hij zelf het fruit uit zijn boomgaard ten behoeve van de kerk. Maar hij laste wel een collecte in voor iemand uit het dorp die door omstandigheden in financiële nood was – hij keek dan goed wat men gaf en wanneer het volgens hem niet genoeg was, kwam hij nog een keer langs.

Zoals gezegd, van verzuiling moest Heeroom Osse niets hebben. In de herfst stond een bord in de tuin van de pastorie: te koop appels en peren, ook voor gereformeerden.



Geheime hobby
Pastoor Osse had één hobby, waarvan slechts intimi op de hoogte waren: schrijven. Hij schreef hele verhandelingen over taal en ontwikkelde een taalmethode om zijn geheel zelf ontwikkelde theorie over het leren van taal in praktijk te brengen. Het was een onbegrijpelijke theorie die er grofweg op neer kwam: leer kinderen op jonge leeftijd Latijn te spreken en met behulp van speciaal door hem ontwikkelde lesmethoden kunnen ze gemakkelijk meer vreemde talen leren. Hij heeft de methode ook toegepast en een aantal kinderen bijles gegeven. Sommigen van hen konden later vele talen spreken. De theorie was gebaseerd op klankleer en ging uit van de overeenkomsten tussen talen. Hij kon zijn ideeën echter niet op een begrijpelijke manier ordenen en op schrift stellen. Zijn boekje Eén Menschentaal, dat hij onder pseudoniem schreef, beleefde verschillende gewijzigde drukken maar raakte hij aan de straatstenen niet kwijt. Schrijver en hoogleraar Anton van Duinkerken, één van de velen die het boekje toegezonden kreeg, schreef na het lezen ervan: ‘Gewone mensen proberen van hun eigenaardigheden af te komen, maar pastoor Osse van Beckum conserveert ze voor het nageslacht’. In 1937 vertrok de auteur Osse met zijn leerlinge Anneke Scholten, die het boekje in het Italiaans zou vertalen, naar Rome. Tevergeefs, de kerkelijke autoriteiten wezen ‘Una e la lingua humana’ volstrekt af. Een grote teleurstelling voor de Beckumse pastoor. Na zijn dood werden grote stapels nog ingepakte exemplaren van ‘Eén Menschentaal’ gevonden. Ze werden verbrand in de pastorietuin.

Over weinigen zijn zoveel anekdotes bekend dan over pastoor Osse, toch was hij volgens biograaf Rinus Scholten geen lolbroek of grappenmaker. Hij was een rustig en sociaal-voelend man met droge humor. Wie nieuwsgierig is naar meer anekdotes en verhalen over Heeroom Osse moet Heerom Osse van Beckum, het levensverhaal van een legendarische dorpspastoor van Rinus Scholten lezen.

donderdag 19 november 2009

Steenwijk vestingstad



Drie jaar geleden werden er plannen gesmeed om ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Historische Vereniging Steenwijk een boek uit te geven. Het moest een standaardwerk over de geschiedenis van Steenwijk en omgeving worden, want dat was er nog niet. Natuurlijk was er al veel geschreven over Steenwijk door A. Smit, H. Bruinenberg, G.M. Laar en vele anderen. Maar een eigentijds standaardwerk over de 'volledige' geschiedenis van Steenwijk en Steenwijkerwold ontbrak.
In de afgelopen 25 jaar vormde het tijdschrift Historische Mededelingen van de Historische Vereniging Steenwijk een podium voor auteurs, waarbij de kwaliteit van de artikelen opviel – gedegen werk vaak, geen ‘wee’j nog?’ verhalen soms zoals in andere heemkundetijdschriften, hoewel daar natuurlijk ook liefhebbers voor zijn. Een aantal van deze auteurs hebben meegewerkt aan het boek, evenals enkele gastauteurs van buiten Steenwijk.

Er is dus niet voor gekozen om aan één historicus de klus toe te vertrouwen en dat heeft voor- en nadelen. Voordeel is dat voor elk hoofdstuk van Steenwijk vestingstad specialisten zijn aangetrokken, nadelen zijn: minder samenhang tussen de hoofdstukken en vooral onevenwichtigheid in de lengte van de bijdragen. Zo krijgt de Franse tijd heel veel aandacht evenals de onderwerpen ‘Steenwijk in de literatuur’ en ‘Steenwijker muziekleven’. Wat wel bijdraagt aan een predikaat ‘standaardwerk’ is het grote aantal noten en literatuurverwijzingen. Ook is door J.D. van der Tuin een lexicon samengesteld, eigenlijk een beknopte encyclopedie van Steenwijk, die het boek als naslagwerk zeer bruikbaar maakt.

dinsdag 17 november 2009

Overijsselaars op reis (11): Henk Boom

Henk Boom, geboren te Almelo (1945) werd in 1964, na het Erasmus Lyceum te hebben doorlopen, leerling-journalist bij het Dagblad van het Oosten, waar hij het vak leerde van onder meer zijn chef Gerard Vloedbeld, de ‘stadshistoricus’ van Almelo. Op de kleine redactie was veelzijdigheid troef en zo had hij een groot aantal rubrieken in zijn ‘pakket’.
In de jaren zeventig specialiseerde hij zich en werd hij kunstredacteur bij de Tubantia in Enschede en wat later popjournalist. Interviews met Mick Jagger, Lou Reed, Stevie Wonder. Joan Baez en vele anderen, waarvoor hij naar vele Europese en Amerikaanse steden reisde, schreef hij op zijn naam. Dat begint er op te lijken zou je zeggen. Maar hij kreeg er genoeg van, het was te oppervlakkig allemaal – het werd routine. In zijn boek De Grens, bericht van de reiziger schrijft hij: ‘Ik bereikte de grens van mijn horizon. Toen dat was gebeurd, wilde ik alleen nog maar reizen ter wille van het reizen. Ik wilde de wereld zien. De echte wereld. Ik zegde mijn baan op, verwisselde de onzekerheid van de zekerheid voor de zekerheid van de onzekerheid, onttrok me aan de geldende patronen thuis en ruilde tradities, regels en cultuur in voor de zucht naar het onbekende’.



Zijn reis begon hij in 1979 en duurt nog steeds voort. Met als bagage een kleine typemachine legde hij de eerste twee jaar 30.000 kilometer af, voornamelijk in Latijns-Amerika. Midden jaren tachtig werd hij freelance-correspondent in Madrid en ging daar ook wonen. Hij schrijft voor het Financiële Dagblad en De Tijd (België) en voor een groot aantal andere kranten en tijdschriften en doet ook werk voor de radio. Met Madrid als thuisbasis bleef hij reizen, niet op de luxe manier zoals tegenwoordig in allerlei reisprogramma’s normaal is; het gaat erom de cultuur en het dagelijks leven te proeven en daar over te schrijven. In het al genoemde De Grens zijn een aantal reisverhalen gebundeld, die over ‘de romantiek van het reizen’ gaan. Een ander boek getiteld 1506 gaat over een gefingeerde reis door Europa in dat jaar, waarin de hoofdpersoon Machiavelli, da Vinci, Erasmus en Jeroen Bosch, allen tijdgenoten, ontmoet en interviewt. Een bijzonder boek. Ook schreef Henk Boom een boek over de staatsgreep in Suriname (1982), waarvan hij getuige was en schreef hij reisgidsen over Spanje en Mexico. En sinds een paar jaar geeft hij aan het onvolprezen De Roskam, Onafhankelijk weekblad voor Twente, een internationaal tintje met zijn tweewekelijkse bijdragen over Spanje, reizen, kunst en cultuur, maar ook over (zijn herinneringen aan) Twente, waar hij sinds kort (toch weer) een vakantiehuis in Reutum bezit, waardoor hij en zijn vrouw ’s zomers de hitte van Madrid kunnen ontvluchten.


Foto: Henk Boom onthult het monument voor Gerard Monnink en Toon Damhuis

Hoe kom ik trouwens bij Henk Boom? In de Overijssel Collectie van de OBD bevindt zich nog een hoeveelheid geluidscassettes. Grasduinend, kwam ik een viertal cassettes tegen met een briefje waarop stond ‘reisverslag Henk Boom augustus 1982’. De cassettes bevatten allerlei interviews. Toen begon er wat te dagen. Ik heb de Tubantia van dat jaar erbij gepakt en inderdaad: de kranten in de maand augustus bevatten dagelijks een aflevering van de serie Van Boom tot Boom. Henk Boom maakte in omgekeerde volgorde de reis per koets van Zwolle naar Enschede, die zijn bijna naamgenoot Harm Boom maakte in 1846 en waarvan het verslag te lezen is in zijn later veel geciteerde boek Mijne Reisportefeuille of Omzwervingen door Overijssel in het najaar van 1846.
Henk Boom was er speciaal voor uit Latijns Amerika gekomen om deze reis van drie weken per koets te maken, welke veel belangstelling trok. Hij werd ontvangen door burgemeesters, feesten werden aangericht, erebogen opgericht, volksgebruiken uit het stof gehaald en overal moesten kruidenbitters en oude jenevers worden gedronken. In Zwolle aangekomen overhandigde hij aan de commissaris van de koningin een brief namens de Twentenaren waarin duidelijk gemaakt werd dat Twente nu lang genoeg gewacht had op onafhankelijkheid.
Persoonlijk vond ik het prachtig nog eens terug te lezen hoe Henk Boom onder aan de Oldenzaalse Bult een houten plaquette onthulde voor de legendarische wereldfietsers Gerard Monnink en Toon Damhuis, die in de jaren dertig naar Palestina fietsten en die uiteraard zeer verguld waren met hun monument.

Henk Boom is onder meer te volgen via zijn weblog.